Wereldwijd zouden er zo'n 150 miljoen zijn: roodborstjes! Dat is een gigantisch aantal, en nog is het niet genoeg: de populatie van het roodborstje neemt toe, met dank aan de mens die steeds meer tuinier wordt, in tuinen die steeds vogelvriendelijker worden. In veel tuinen hoort het roodborstje bij het decor. Niet zelden zit het vlak bij een tuinier te wachten tot er een worm naar boven wordt gespit. Sommige mensen vertellen hun levensverhaal aan een geduldig luisterende roodborst.
...

Wereldwijd zouden er zo'n 150 miljoen zijn: roodborstjes! Dat is een gigantisch aantal, en nog is het niet genoeg: de populatie van het roodborstje neemt toe, met dank aan de mens die steeds meer tuinier wordt, in tuinen die steeds vogelvriendelijker worden. In veel tuinen hoort het roodborstje bij het decor. Niet zelden zit het vlak bij een tuinier te wachten tot er een worm naar boven wordt gespit. Sommige mensen vertellen hun levensverhaal aan een geduldig luisterende roodborst. Het roodborstje was zo populair dat Europese kolonisten het meenamen naar nieuwe continenten. Naar Australië, bijvoorbeeld, waar het evenwel geen voet aan de grond kreeg. In Noord-Amerika leefde een verwant: de roodborstlijster, waardoor er geen behoefte was aan geïmporteerde roodborsten om de heimwee naar huis te sublimeren. In tegenstelling tot onze roodborst, die aanleunt bij de vliegenvangers, is de Amerikaanse soort verwant aan de merels. Maar ze heeft ook een rode borst - dat volstond. In feite is de borst van ons roodborstje oranje. Mannetjes en vrouwtjes hebben dezelfde kleur - buiten het oranje is er niets opvallends aan te zien. In principe zou het diertje dus oranjeborstje moeten heten, maar blijkbaar circuleerde er in de 15e eeuw, toen de gewoonte om dieren een naam te geven opgang maakte, in onze contreien te weinig oranje om het als aparte kleur te onderscheiden. Oranje zou pas na de 16e eeuw gemeengoed worden, met de introductie van de sinaasappel in onze leefwereld. Toen was het te laat voor het oranjeborstje.Het populaire vogeltje schopte het tot logo van Vogelbescherming Vlaanderen, hoewel het een van de minderheidssoorten in ons land is die geen bescherming behoeven. Roodborstjes trekken hun plan. Ondanks hun lieflijk kopje met fijn snaveltje kunnen de diertjes agressief zijn, waarbij vooral het oranje hun woede uitlokt. De vogeltjes zijn zich niet bewust van hun eigen bestaan, waardoor ze ook lelijk te keer kunnen gaan tegen het oranje van hun spiegelbeeld in een raam. Roodborstjes zijn sterk territoriaal. In de winter verdedigen zowel mannetjes als vrouwtjes hun territorium door middel van gezang. Hoe beter een territorium, hoe luider er gezongen wordt. Tuinen lijken minder geschikt dan bossen, onder meer omdat er dikwijls te veel geluidshinder is (van verkeer) en te veel kunstlicht. In omstandigheden met veel nachtelijk licht begint een roodborst in de ochtend gemiddeld anderhalf uur vroeger te zingen. Maar hij zingt dan wel minder luid. De mannetjes roodborsten die bij ons de beste territoria hebben, blijven in de winter op hun stek - ze willen hun woongebied niet kwijtspelen. Vrouwtjes verlaten meestal het broedgebied op zoek naar een plek die geschikter is voor overwintering. Meer vrouwtjes dan mannetjes trekken daarbij zuidwaarts, richting Spanje. Als onze tuinen inderdaad minder geschikte territoria zijn, is de kans groot dat de roodborsten die er in de winter vertoeven, andere diertjes zijn dan in de zomer: migranten uit het noorden. Je ziet dus niet noodzakelijk altijd dezelfde roodborst in je tuin. Maar omdat roodborstjes net als mensen houden van plekken die ze kennen, is de kans groot dat je in zowel zomer als winter jaar na jaar dezelfde diertjes te zien krijgt. Als een roodborstje zijn eerste levensjaar overleeft, kan het meer dan tien jaar oud worden.