Het is het begin van het einde. In het laatste nummer van het online magazine Vogelnieuws van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek verscheen een stand van zaken over het wel en wee van de Vlaamse broedvogels. Voor de eerste keer prijkt de zomertortel niet meer op de lijst. Hij is er nog wel, maar er zijn te weinig dieren over voor een betrouwbare analyse. De vogel is te zeldzaam geworden voor wetenschap.
...

Het is het begin van het einde. In het laatste nummer van het online magazine Vogelnieuws van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek verscheen een stand van zaken over het wel en wee van de Vlaamse broedvogels. Voor de eerste keer prijkt de zomertortel niet meer op de lijst. Hij is er nog wel, maar er zijn te weinig dieren over voor een betrouwbare analyse. De vogel is te zeldzaam geworden voor wetenschap. Het dier komt van ver. Ooit was het een algemeen duifje op het platteland. De zomertortel is een frêle beestje dat naaste familie is van de Turkse tortel in onze tuinen, maar het is veel 'geschelpter' op de vleugels en heeft twee opvallende donkere halsvlekken met witte dwarsstrepen. Waar de Turkse tortel een natuurlijke migrant is die pas halverwege vorige eeuw ons land bereikte en vooral steden en dorpen koloniseerde, was de zomertortel millennialang niet weg te denken uit ons buitengebied. Hij was bij uitstek een diertje van kleinschalige landschapselementen: hagen, bosjes, ruigtes - het leek een beestje van veel mogelijkheden. Niet dus. Zijn ruime biotoopvoorkeur volstond niet om hem voor de ondergang te behoeden. In de jaren 1970 werd het Belgische broedvogelbestand van de soort op zo'n 29.000 paartjes geschat. In 2000 was het teruggevallen tot iets tussen 6000 en 9500, een afname met zo'n 70 procent die halverwege de jaren 1980 werd ingezet. Sindsdien ging er nog eens minstens 92 procent af. Het broedbestand voor heel België zou nu ergens tussen 500 en 1000 paartjes liggen. Je moet vandaag veel geluk hebben om een zomertortel te zien of te horen te krijgen. Elders is het niet beter. In Nederland wordt verwacht dat de soort er binnen tien jaar verdwenen zal zijn. In Groot-Brittannië wordt ze als de sterkst in aantal afnemende broedvogel beschouwd. Sommige waarnemers vrezen dat de zomertortel de weg opgaat van de onfortuinlijke Amerikaanse trekduif, die in de negentiende eeuw zo massaal uit de lucht werd geschoten dat ze in het begin van de twintigste eeuw wereldwijd uitstierf. Zelfs in dierentuinen is er geen trekduif meer over. Er zijn alleen nog opgezette museumexemplaren. De zomertortel is de enige van onze duiven die ver weg trekt: ze gaat overwinteren in West-Afrika. Onderweg krijgen de dieren te kampen met duizenden kilometers aan vogelvangnetten en tienduizenden geweren. Ze worden massaal gedood. Ook in de wintergebieden is het kommer en kwel, onder meer door het op grote schaal verdwijnen van de acaciabosjes waar ze graag in overwinteren. Dat wil niet zeggen dat er bij ons geen problemen zijn. De zomertortel is een strikte vegetariër, maar onderzoek heeft uitgewezen dat hij de jongste halve eeuw zijn voeding drastisch heeft moeten bijsturen. Aanvankelijk at hij bijna uitsluitend zaden van wilde planten, maar de ononderbroken aanslag van onkruidverdelgers op onze natuur dwong hem over te schakelen op landbouwzaden. Zolang er voldoende graan geteeld werd, bleef de schade nog enigszins beperkt, maar de massale omschakeling naar maïsteelt heeft het duifje de genadeslag gegeven. Problemen met het broeden, op trek en in de winter... Trop is te veel! Op de laatste evaluatie van de status van de Vlaamse broedvogels heeft de zomertortel het label 'ernstig bedreigd' gekregen. Dat is één stapje verwijderd van 'regionaal uitgestorven'.