Het klinkt als een biologisch anachronisme, maar er zijn slakken die kunnen 'vliegen' als insecten, zelfs mét huisje - of wat daarvan overblijft. Ze 'fladderen' door het water en gebruiken daarbij als vleugels twee lobben die geëvolueerd zijn uit hun overbodig geworden voeten.
...

Het klinkt als een biologisch anachronisme, maar er zijn slakken die kunnen 'vliegen' als insecten, zelfs mét huisje - of wat daarvan overblijft. Ze 'fladderen' door het water en gebruiken daarbij als vleugels twee lobben die geëvolueerd zijn uit hun overbodig geworden voeten. Zeevlinders en andere vleugelslakken brengen hun leven door in het open water van oceanen. Ze vlinderen heen en weer tussen de diepte overdag, waar ze veiliger zitten, en de oppervlakte 's nachts, waar ze meer te eten vinden. Ze worden zelden groter dan een centimeter, maar ze komen zo massaal voor in alle wereldzeeën dat ze een sleutelrol spelen in het mariene ecosysteem, onder meer als voeding voor alles wat hogerop zit in de voedselketen. Zelf eten ze minuscule plantaardige planktondeeltjes, die ze vangen in een slijmerig sleepnet dat een stuk groter kan zijn dan zijzelf. Het zou een evolutionaire variant zijn van het slijmspoor dat slakken op substraten gebruiken om zich gemakkelijker te verplaatsen. Veranderende functies zijn geen uitzondering in de natuur, die zelden verlegen zit om een experimentje. Ondanks hun planktonachtige levensstijl hebben zeevlinders een schelp. Ze is doorgaans kleurloos en fragiel, om de bewegingen van de zwemmende diertjes niet te erg te hinderen. Er circuleren al een tijd alarmberichten dat de slakjes bijzonder gevoelig zouden zijn voor de verzuring van de oceanen. Die is het gevolg van hogere concentraties CO2 door de klimaatopwarming die wij veroorzaken. De slakjes maken hun schelpjes van een vorm van kalk die oplost als de omgeving verzuurt. Hoe miniem ze ook is, zonder schelp kunnen de diertjes niet verder. De massale afname van hun populaties zou een cascade aan negatieve reacties in misschien wel het belangrijkste ecosysteem op de aarde in gang zetten. Nederlandse onderzoekers brachten wat soelaas in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences. Ze ontdekten dat er meer dan 100 miljoen jaar geleden al vleugelslakjes bestonden. Dat impliceert dat de beestjes zo'n 55 miljoen jaar geleden een eerdere extreem warme periode op de aarde hebben overleefd. Misschien slagen ze daar nu opnieuw in, hoewel de wetenschappers ervoor waarschuwen dat de verzuring vandaag ongetwijfeld véél sneller gaat dan destijds, wat de aanpassingsmogelijkheden van de diertjes kan beperken. Het zal een dubbeltje op zijn kant zijn. De Vlaamse marien biologe Charlotte Havermans beschreef in 2018 met enkele collega's in Marine Biodiversity een intrigerende interactie tussen garnaalachtige amfipoden en sommige vleugelslakjes. De laatste zijn veel kleiner dan de eerste, maar ze kunnen giftige stoffen afscheiden die belagers op een afstand houden. Het lijkt er sterk op dat sommige amfipoden, die immuun zijn voor dat gif, een vleugelslak 'kidnappen' en als een soort 'overlevingsrugzakje' meezeulen. Zo kunnen ook zij misschien profiteren van het vleugelslakjesgif als bescherming tegen hún predatoren. Het is onduidelijk of er voor de slakjes een voordeel aan de koppeling verbonden is, maar op het eerste gezicht lijken ze hier gewoon slachtoffer van hun succes te zijn.