Het is jammer dat hij zo klein is, anders zouden mensen te hoop lopen om hem eens te zien te krijgen. In volwassen vorm is de vermiljoenkever knalrood met zwarte parelkransachtige antennes. (In larvevorm lijkt hij op de meelwormen die vissers als aas gebruiken - alleen kenners houden insectenlarven uit elkaar.) Maar omdat het beestje maximaal anderhalve centimeter groot wordt en een voorkeur heeft voor een leven onder de schors van dode bomen in natte gebieden, is de kans klein dat u de mooie kever ook in het echt zult kunnen bewonderen.
...

Het is jammer dat hij zo klein is, anders zouden mensen te hoop lopen om hem eens te zien te krijgen. In volwassen vorm is de vermiljoenkever knalrood met zwarte parelkransachtige antennes. (In larvevorm lijkt hij op de meelwormen die vissers als aas gebruiken - alleen kenners houden insectenlarven uit elkaar.) Maar omdat het beestje maximaal anderhalve centimeter groot wordt en een voorkeur heeft voor een leven onder de schors van dode bomen in natte gebieden, is de kans klein dat u de mooie kever ook in het echt zult kunnen bewonderen. Tenzij hij zijn opmars in onze wereld verder zou zetten. De vermiljoenkever is in oorsprong een soort uit vooral Oost-Europa, waar ze floreert in oerbossen met hun vele dikke dode bomen. Maar sinds een tiental jaren is hij in sneltreintempo West-Europa aan het veroveren. In 2014 werden de eerste vermiljoenkevers in Vlaanderen gevonden, in een nat populieren-eikenbos in het Limburgse Hamont-Achel - over de grens in Nederland waren ze al wat langer aanwezig. Volgens een verslag van bio-ingenieur Arno Thomaes van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en drie collega's in het blad Natuur.focus is het diertje ondertussen al tot in het Kluisbos in het uiterste zuidwesten van Oost-Vlaanderen geraakt. Dat is zijn meest westelijke vindplaats in onze contreien: ongeveer 700 kilometer van wat waarschijnlijk de bronpopulatie van de soort was, in het Duitse Beieren. In tien jaar tijd overbrugde de kever dus een afstand van 700 kilometer - dat is gigantisch voor zo'n klein diertje. Bovendien lijkt het erop dat hij die krachttoer op eigen kracht volbracht. Er zijn geen aanwijzingen dat hij profiteerde van hout- of andere menselijke transporten. Hij lijkt zich actief vliegend te verspreiden. De biologen vermoeden dat het om een recente snelle evolutionaire aanpassing aan een veranderend biotoopgebruik gaat. Want waar de soort in haar oorspronkelijke oerbossen eiken met hun dikke schors prefereert, lijkt ze bij ons vooral te profiteren van populieren, in casu populieren in natte gebieden. Dat is echter een boomsoort die zelfs in dode vorm een veel beperktere levensduur heeft dan eiken, waardoor vermiljoenkevers verplicht zijn zich meer te verplaatsen. In die zin zou een hogere vliegactiviteit een nuttige ontwikkeling kunnen zijn. Anderzijds is er een toegenomen trend in onze natuurvriendelijker wordende maatschappij om in ons landschap steeds grotere zones natter te laten worden. Populierenbosjes langs opnieuw meanderende beken en rivieren die niet langer beheerd worden, zodat omgevallen bomen blijven liggen, vormen een ideaal leefgebied voor de vermiljoenkever. Ook de waterafdammende praktijken van bevers kunnen gunstig zijn voor de soort. Het lijkt er dus op dat we te maken hebben met een dier dat profiteert van het natuurbeheer dat we de jongste decennia voeren - de meeste exemplaren zijn tot dusver in natuurgebieden gevonden. Er is nooit campagne gevoerd voor de vermiljoenkever, er is nooit actief gestreefd naar het binnenhalen ervan, maar ineens is hij er en mogelijk is hij er om te blijven. Omdat de soort Europees beschermd is, moeten we haar aanwezigheid wel koesteren en ervoor zorgen dat ze het naar haar zin heeft, anders dreigen we juridisch in gebreke te worden gesteld voor nalatigheid.