Op het eerste gezicht heeft hij wat van een paling, maar daar is hij geen familie van. Officieel is de slijmprik zelfs geen vis, want hij heeft geen kaken en geen wervelkolom, alleen een schedel en wat rudimentaire wervels. Wetenschappers hebben lang gedacht dat de slijmprik een ongewervelde was, of toch op z'n minst iets op de grens tussen gewervelden en ongewervelden. Iets primitiefs dus. Maar daar zijn ze van teruggekomen, nu genetisch onderzoek suggereert dat de voorouders van de slijmprik bruikbare ogen, smaakpapillen en schubben hadden, die in de loop van de evolutie verloren zijn gegaan. Slijmprikken zijn gewoon iets compleet anders dan wat we gewoon zijn.
...

Op het eerste gezicht heeft hij wat van een paling, maar daar is hij geen familie van. Officieel is de slijmprik zelfs geen vis, want hij heeft geen kaken en geen wervelkolom, alleen een schedel en wat rudimentaire wervels. Wetenschappers hebben lang gedacht dat de slijmprik een ongewervelde was, of toch op z'n minst iets op de grens tussen gewervelden en ongewervelden. Iets primitiefs dus. Maar daar zijn ze van teruggekomen, nu genetisch onderzoek suggereert dat de voorouders van de slijmprik bruikbare ogen, smaakpapillen en schubben hadden, die in de loop van de evolutie verloren zijn gegaan. Slijmprikken zijn gewoon iets compleet anders dan wat we gewoon zijn. De rechtstreekse voorouders van de slijmprik zouden zo'n 550 miljoen jaar geleden het levenslicht hebben gezien, toen het leven volop experimenteerde met de mogelijkheden geboden door meercelligheid. Een fossiele vondst wijst wel uit dat slijmprikken de laatste 300 miljoen jaar niet veel veranderd zijn. Ze moeten dus al lang geleden hun uitzonderlijke levensstijl ontwikkeld hebben. Als gevolg van de nieuwe bevindingen nemen wetenschappers nu aan dat een slijmprik heel gespecialiseerd is. Hij zou zich een lucratieve niche op de zeebodem eigen hebben gemaakt, die van onze Noordzee inbegrepen. Een slijmprik is een aaseter die zich nuttig maakt door karkassen op te ruimen. Hij heeft raspachtige uitsteeksels in plaats van tanden, waarmee hij zich toegang tot een karkas verschaft. Hij kan zijn lichaam letterlijk in een knoop leggen, waarmee hij extra kracht kan zetten om een prooi te infiltreren. Niet zelden kruipt hij helemaal in een karkas, waarna voedingsstoffen door zijn doorlaatbare huid zijn lichaam binnendringen. De huid zit los om zijn lichaam. Je kunt de helft van zijn volume extra in zijn lijf pompen zonder dat de huid hoeft te rekken. Dat zou een maatregel zijn om aan predatie te ontsnappen: het is niet gemakkelijk een slijmprik vast te houden door die losse zak waarin zijn lichaam geborgen zit. Als het toch misloopt, heeft de slijmprik zijn ultieme wapen achter de (niet aanwezige) hand: slijm. Zijn slijmproductie is indrukwekkend. Als het honderdtal slijmklieren op zijn lichaam in actie komt, kunnen ze snel een koffielepeltje slijm produceren. Dat ontploft in minder dan een halve seconde tot het volume van een grote emmer. Het dier kan zijn slijm inzetten om kaken of kieuwen van een aanvaller te blokkeren, waardoor die in de problemen komt en zijn prooi weer lost. Onderzoekers hebben in The Journal of the Royal Society Interface het mechanisme beschreven waarmee het dier zijn huzarenstukje realiseert. Het slijm bestaat uit mucuscellen en draadvormige vezels met een lengte van een dikke 10 centimeter die tot een piepklein bolletje zijn opgerold. De bolletjes kunnen zich razendsnel ontrollen om een netwerk te vormen, waarin de mucuscellen blijven hangen. Het ontrollen wordt getriggerd door beweging, zoals die van stromend water, bijvoorbeeld door de kieuwen van een haai. Zo verrast het niet zo zielige slachtoffer zijn aanvaller en komt het dikwijls springlevend uit een incident. Dat het dier al lang zo goed als niet veranderd is, illustreert het succes van zijn overlevingsstrategie. Het helpt wel dat de meeste mensen slijmprikken zo vies vinden dat ze de beesten zelden eten. Zoals gezegd: het zijn geen palingen.