Wat was er eerst: de kip of het ei? Nogal wat mensen breken zich het hoofd over die vraag, maar voor een bioloog is er geen discussie: het ei natuurlijk! Dinosaurussen legden al eieren, en toen waren er nog geen vogels. De kip kwam dus lang na het ei.
...

Wat was er eerst: de kip of het ei? Nogal wat mensen breken zich het hoofd over die vraag, maar voor een bioloog is er geen discussie: het ei natuurlijk! Dinosaurussen legden al eieren, en toen waren er nog geen vogels. De kip kwam dus lang na het ei. De levendbarende hagedis dankt zijn naam aan het feit dat hij zijn jongen levend ter wereld brengt - en niet als eitjes, zoals de meeste reptielen. De verklaring daarvoor zou zijn dat hij van alle reptielen het grootste verspreidingsgebied heeft. De levendbarende hagedis leeft ook in België, vooral in de schaarse duinen en heidegebieden die we nog hebben. Maar hij kan een breed gamma van biotopen aan, op voorwaarde dat er open zandige plekken zijn, waar hij zich in de zon kan koesteren. De hagedis is ook het reptiel met de meest noordelijke verspreiding, zelfs tot boven de poolcirkel. Dus moet hij efficiënt met de schaarse warmte om kunnen gaan - zijn lichaamstemperatuur kan tijdens een sessie zonnen stijgen van 15 naar liefst 30 °C. Biologen gaan ervan uit dat de soort zijn jongen levend ter wereld brengt omdat ze zich heeft aangepast aan een leven in koude omstandigheden - eitjes zouden dan minder kans maken. Het blad New Scientist meldde evenwel dat er in Frankrijk twee populaties gevonden zijn die gewoon eitjes leggen, zoals andere hagedissen. Biologen bestuderen graag rariteiten en hebben de populaties grondig onderzocht. Hun voornaamste conclusie was dat het baren van levende jongen een vrij recente evolutionaire ontwikkeling is, iets van maximaal 2 miljoen jaar geleden. Het eitjes leggen zou een reis terug in de tijd zijn: de evolutie keerde als het ware op haar stappen terug. Dat zou wel vaker gebeuren in de natuur, maar die omgekeerde evolutie haalt niet altijd het 'oude' vertrekpunt - in dit geval: eitjes leggen. Bij de twee geïsoleerde populaties van de levendbarende hagedis is dat dus wel gelukt. Het toont nogmaals aan dat evolutie niet doelgericht is, zoals veel mensen nog altijd denken. Tijdens de zwangerschap kruipen de jongen van de levendbarende hagedis ín het lichaam van hun moeder uit hun ei, voor ze zich in de wijde wereld wagen. Maar het is niet omdat ze levend worden gebaard dat ze op verdere moederzorg kunnen rekenen. Integendeel, ze staan er vanaf de geboorte alleen voor. Ze zijn dan zo'n twee centimeter groot, en hebben een staartje van nog eens twee centimeter. Volwassen dieren kunnen tot 15 centimeter groot worden, waarvan de helft staart. De staart is even lang of zelfs langer dan de rest van het lichaam, tenzij hij ooit is afgebroken om aan een rover te ontsnappen, want hij groeit nooit weer aan tot zijn volle lengte. Levendbarende hagedissen etaleren vele tinten bruin, doorspekt met witte en donkere vlekken. Om aan de winterse kou te ontsnappen gaan ze in een lange winterslaap. Bij ons zijn ze een dikke helft van het jaar wakker, in het noorden kan dat minder zijn.