Alleen al vanwege zijn naam zou je deze soort koesteren - soms wordt de letterzetter ook boekdrukkever genoemd. Hij is een donkerbruine, licht behaarde en wat cilindervormige schorskever die zelden een halve centimeter groot wordt. Een bescheiden beestje dus, en toch is het een van de grootste bedreigingen voor Europees naaldhout (en specifiek de fijnspar). De letterzetter kan ravages aanrichten in naaldbossen.
...

Alleen al vanwege zijn naam zou je deze soort koesteren - soms wordt de letterzetter ook boekdrukkever genoemd. Hij is een donkerbruine, licht behaarde en wat cilindervormige schorskever die zelden een halve centimeter groot wordt. Een bescheiden beestje dus, en toch is het een van de grootste bedreigingen voor Europees naaldhout (en specifiek de fijnspar). De letterzetter kan ravages aanrichten in naaldbossen. De wetenschappelijke eerlijkheid gebiedt wel daaraan toe te voegen dat hij in principe alleen bomen aanvalt als ze al wat verzwakt zijn. Een gezonde boom kan zich verweren tegen de letterzetter, onder meer door zijn harsproductie te verhogen. De kever brengt wel een schimmel mee die de afweer van een boom extra kan belasten. Een verzwakt exemplaar kan daardoor overweldigd worden en langzaam sterven. In de lente, als het warm wordt, vliegen de volwassen kevers uit. Ze kunnen wekenlang rondvliegen. Als de wind meezit, kunnen ze afstanden tot 40 kilometer overbruggen. De mannetjes selecteren de boom waarin ze zich willen voortplanten. Ze baseren zich daarbij waarschijnlijk op geuren die een al licht zieke boom loslaat. Na de landing boren ze een gaatje in de schors. Op het einde daarvan maken ze een paarkamertje (peeskamertje klinkt zo raar in deze context) met een diameter van een centimeter. Van daaruit sturen ze lokstoffen uit om vrouwtjes aan te trekken. De vrouwtjes vinden de (aantrekkelijkste?) mannetjes, paren en banen zich dan al bijtend een weg in de bast onder de schors, waar ze een gang van een centimeter of vijftien maken. Daarin leggen ze tientallen eitjes, waaruit na amper twee weken larven sluipen die op hun beurt elk een gang in de boom graven. Als ze volgroeid zijn verpoppen de larven, waarna er een volwassen kever uit kruipt die zich een weg naar de buitenkant van de boom boort om uit te vliegen. De gangen remmen de sapstroom, waardoor de boom langzaam sterft. Het patroon van de gangen van de vele letterzetters is mooi te zien op een ontschorste boom. Het heeft wat van de kalligrafie van vroeger, een beeld waaraan de soort zijn mooie naam te danken heeft. De letterzetter valt zelf ten prooi aan tal van andere soorten, vooral insecten zoals sluipwespen en vliegen. In principe zal hij in een gezond bos met veel biodiversiteit niet uitgroeien tot een schadepost: de bomen kunnen zich dan verweren en de populatie van hun belager wordt onder controle gehouden. Het kevertje valt ook uitsluitend volwassen bomen aan, zodat er altijd verjonging is - dat is ook gunstig voor de volgende generaties letterzetters. De klimaatopwarming verandert dat biologisch verantwoorde plaatje. Aanhoudend warm weer creëert niet alleen meer mogelijkheden voor de kever, het verzwakt ook de bomen. Droge periodes kunnen sparren ongezond maken, waardoor de kever ze met meer succes kan koloniseren. Natuurvriendelijke bosbeheerders in onze contreien verwelkomen de letterzetter als een soort die meer diversiteit in onze bossen kan brengen door de monotonie van sparren te doorbreken. Sparren kunnen soms zo dicht tegen elkaar staan dat ze een bos donker maken en andere soorten verdringen. Dode bomen trekken bovendien nieuw leven aan. Geen mooier bos dan een bos met dood hout. Maar de kevertjes moeten natuurlijk niet overdrijven.