Regelmatig zijn er mensen in onze contreien die denken dat ze in hun tuin een kolibrie zien. Ze zien dan een vrij klein dier met een dik lijf en een bijna onzichtbare vleugelslag voor een bloem hangen om er nectar uit te zuigen. Het diertje schiet bliksemsnel van de ene bloem naar de andere.
...

Regelmatig zijn er mensen in onze contreien die denken dat ze in hun tuin een kolibrie zien. Ze zien dan een vrij klein dier met een dik lijf en een bijna onzichtbare vleugelslag voor een bloem hangen om er nectar uit te zuigen. Het diertje schiet bliksemsnel van de ene bloem naar de andere. Maar er leven geen kolibries in ons deel van de wereld. Er zijn ook te weinig kolibries in gevangenschap om rekening te moeten houden met ontsnapte diertjes. De kolibrie in onze tuinen is een grote vlinder: de kolibrievlinder! In feite is hij een nachtvlinder die overdag vliegt. Het is een illustratie van een merkwaardige kronkel in het leven die wetenschappers omschrijven als 'convergente evolutie': op uiteenlopende plekken in het dierenrijk ontstonden in verschillende geologische periodes vergelijkbare kenmerken. Voor een bloem gaan zweven om er nectar uit te zuigen was kennelijk zowel voor een vogel als voor een vlinder een interessante ecologische niche om in te vullen. Kolibrie en kolibrievlinder hebben werkelijk niets met elkaar gemeen, behalve dat het dieren zijn. De kolibrie zuigt wel nectar met een licht gekromde snavel, de kolibrievlinder met een uitrolbare tong die bijna 3 centimeter lang kan worden. Maar hun gedrag is zo overeenkomend dat het mensen in verwarring brengt. De kolibrievlinder is sinds een vijftiental jaren bezig aan een opmars in onze streken. Het is een soort uit het Middellandse Zeegebied die profiteert van de klimaatopwarming. In principe sterven de vlinders hier als ze zich voortgeplant hebben. De jonge generatie trekt in de herfst naar het zonnige zuiden. Maar de laatste jaren zijn er steeds meer waarnemingen van kolibrievlinders die hier blijven in de winter. Ze overwinteren in, bijvoorbeeld, schuren en gammele tuinhuisjes. Zonder koude winters overleven ze dat. Het zal het succes van de soort zeker stimuleren. Een kolibrievlinder slaat tot 80 keer per seconde met zijn vleugels, zo snel dat je de beweging amper kunt zien. Wegens die energieverslindende vliegtechniek moet hij elke dag zo'n vijfhonderd bloemen bezoeken om genoeg te kunnen eten. Hij is niet kieskeurig, maar de kans dat je hem bij bloeiende distels ziet is groot. Hij lijkt tuinen te verkiezen boven natuurlijke landschappen, mogelijk omdat hij daar een groter aanbod van nectarrijke bloemen vindt. In een recente studie in het vakblad eLife beschreven wetenschappers een speciale adaptatie van de vlinder om zijn schichtige vlieggedrag mogelijk te maken. Ze dachten dat de soort zich uitsluitend visueel oriënteerde, maar blijkbaar beschikt ze over mechanische sensoren in haar antennes die haar in staat stellen snelle bewegingen uit te voeren. Daarmee kunnen de vlinders aan roofdieren ontsnappen, want met hun dikke lijf zijn ze een gegeerde hap. De sensoren op de antennes werken als een gyroscoop. Ze zijn razendsnel. Het duurt duizend keer langer om een prikkel via het vlinderoog naar de hersenen te sturen dan via de mechanische sensoren. Dat is een gigantische winstmarge die voor een vlinder een groot verschil kan maken.