In de categorie onopvallende vogeltjes scoort de fitis uitzonderlijk goed: er is in feite weinig aan op te merken, behalve dat hij overwegend bruingroenachtig gekleurd is. Daardoor is hij moeilijk te spotten in de bomen en struiken waarin hij graag vertoeft. Het diertje lijkt een doorslag van de algemenere tjiftjaf die we in onze tuinen aantreffen.
...

In de categorie onopvallende vogeltjes scoort de fitis uitzonderlijk goed: er is in feite weinig aan op te merken, behalve dat hij overwegend bruingroenachtig gekleurd is. Daardoor is hij moeilijk te spotten in de bomen en struiken waarin hij graag vertoeft. Het diertje lijkt een doorslag van de algemenere tjiftjaf die we in onze tuinen aantreffen. Maar die valt tenminste nog op door zijn repetitieve gezang, waarop zijn naam gebaseerd is: tjif tjaf tjif tjaf... met een variërende toonhoogte. De naam van de fitis lijkt eveneens geïnspireerd door zijn zangpatroon, maar dat is niet meer dan een ijl en aflopend zacht riedeltje. Als je het niet kent, is de kans groot dat je het niet eens hoort. Het vogeltje komt zelden in tuinen voor, het leeft in wat verwilderde open ruimtes met bomen en struiken. Hoewel het niet opvalt, is het een van onze algemenere vogelsoorten. Dat belet niet dat zijn bestand de laatste decennia achteruitgaat. De oorzaak is onduidelijk, wat meestal impliceert dat er meerdere redenen zijn. Een veranderend beheer van ons landschap vermindert misschien zijn broedmogelijkheden. Mogelijk is er ook een effect van de klimaatopwarming. De fitis is een vogeltje dat ver weg in Afrika gaat overwinteren. Trekgedrag is tegenwoordig dikwijls een obstakel op de weg naar succes. De fitis komt nu in de lente wel wat vroeger terug dan enkele decennia geleden. Maar als verre trekker zou er iets fout kunnen lopen met de timing van zijn terugkomst. Bij een insecteneter moet die timing goed zitten om zo veel mogelijk voeding te hebben als hij jongen heeft. Als insecten bij ons hun levensschema in de lente vervroegen als gevolg van de klimaatopwarming en de fitis komt hier verhoudingsgewijs wat later aan, kan hij in de problemen komen. Hij zal zich dan moeten aanpassen. Ondanks zijn onbeduidendheid is er iets waarin de fitis zich onderscheidt. Onderzoek van fitissen uit het noorden van Zweden en Rusland, gepubliceerd in het vakblad Movement Ecology, wijst uit dat de soort voor haar gewichtscategorie recordhouder is in de trekafstand die ze aflegt. Het diertje weegt slechts een schamele 10 gram, maar toch legt het per trekbeurt ongeveer 13.000 kilometer af tussen zijn broedgebied in het Hoge Noorden en zijn wintergebied in Zuidelijk Afrika. Dat weten we omdat er tegenwoordig computertjes bestaan die zo licht zijn dat ze zonder hem te hinderen op de rug van een 10 gram wegend vogeltje gebonden kunnen worden. Als het diertje het jaar nadien weer gevangen wordt (veel vogels zijn erg trouw aan hun broedgebied), kunnen de gegevens van de dataloggers geregistreerd worden. Zo ontdekte men de langeafstandstrekcapaciteit van het minuscule beestje. In Zweden heb je noordelijker diertjes die via het Midden-Oosten naar de oostkant van Afrika migreren, maar de zuidelijker diertjes volgen dezelfde route als onze fitissen en trekken naar West-Afrika. Volgens Evolution Letters liggen de verschillen deels genetisch vast. Liefst 200 genen zouden daarbij een rol spelen. Het is een van de weinige studies waarin duidelijke verschillen in genetische sturing van het trekgedrag binnen een soort uit dezelfde regio zijn geïdentificeerd. Hopelijk zijn die genen flexibel genoeg om de trekagenda van de fitis wat bij te sturen. Het zou de negatieve trend in zijn bestand kunnen keren.