In principe komen in deze rubriek uitsluitend dieren aan bod die al in Vlaanderen zijn waargenomen, maar af en toe lopen we vooruit op de feiten. De kans is trouwens reëel dat de reuzenteek er al is. In Nederland en Engeland zijn volwassen exemplaren op paarden gevonden. In Duitsland blijkt de soort de winter te kunnen overleven.
...

In principe komen in deze rubriek uitsluitend dieren aan bod die al in Vlaanderen zijn waargenomen, maar af en toe lopen we vooruit op de feiten. De kans is trouwens reëel dat de reuzenteek er al is. In Nederland en Engeland zijn volwassen exemplaren op paarden gevonden. In Duitsland blijkt de soort de winter te kunnen overleven. Het lijkt dus onvermijdelijk dat de reuzenteek binnen afzienbare tijd officieel tot onze fauna zal behoren. Hij nadert in ieder geval met rasse schreden. Er zijn vijf volwassen reuzenteken gevonden op een Duitse paardenboerderij op minder dan vijftig kilometer van de Belgische grens. In Luxemburg zijn reuzenteken gezien op een twintigtal kilometer van de grens. Dat is slecht nieuws. De reuzenteek kan ziektes overdragen op de mens. De ziekte van Lyme, bijvoorbeeld, een aandoening veroorzaakt door een bacterie die beter behandelbaar is dan veel mensen denken. De reuzenteek is vooral berucht omdat hij het virus kan dragen dat de Krim-Congokoorts uitlokt. Dat is een verhaal van een andere orde: na een besmetting zou een derde van de patiënten bezwijken. Maar laten we geen paniek zaaien. Zelfs in regio's waarin de reuzenteek algemeen voorkomt - het Midden-Oosten, Zuid- en Centraal-Europa, Noord-Afrika - maakt het virus weinig slachtoffers. Onderzoek heeft uitgewezen dat trekvogels uit Afrika de reuzenteek, die niet kan vliegen, over grote afstanden verplaatsen. Britse wetenschappers hebben hem gevonden op vogelsoorten die bij ons algemeen zijn, zoals de grasmus en de rietzanger. In Centraal-Europa zou de bij ons zeldzame roodkopklauwier de voornaamste vector zijn. De vrouwtjes van de reuzenteek worden een halve centimeter groot, drie keer groter dan de teken die wij nu te zien krijgen. Zoals de meeste teken heeft de reuzenteek een ingewikkelde levenscyclus, in zijn twee jonge fasen (als larve en nimf) maakt hij andere slachtoffers dan als volwassen dier. Jonge teken zoeken kleine zoogdieren of vogels - vooral vogels die geregeld op de grond naar voedsel zoeken. Als ze voldoende bloed hebben gezogen en groot genoeg geworden zijn, laten ze zich op de grond vallen en vervellen ze. Volwassen teken vallen voor grote zoogdieren, zoals paarden en vee, en ook de mens komt in aanmerking. Anders dan kleine teken zetten reuzenteken vanuit de grondvegetatie actief de achtervolging in op een geschikte gastheer of -vrouw. Anekdotische observaties uit Rusland wijzen uit dat ze een potentieel slachtoffer vanaf tien meter kunnen detecteren en een kwartier kunnen achtervolgen over maximaal een meter of honderd. Als hij op een geschikte levende biotoop is aangekomen, moet een teek het geluk hebben dat hij er een soortgenoot van het andere geslacht ontmoet. Dan kan hij paren. Na een paring laat een vrouwtje zich weer vallen en legt ze gemakkelijk meer dan vijfduizend eitjes in de grond, waarna ze sterft. De tekencyclus kan dan opnieuw beginnen. Reuzenteken overwinteren vooral in volwassen vorm. Door de klimaatopwarming wordt dat bij ons almaar gemakkelijker. Ze houden ook van droge landschappen, en profiteren dus van droogteperiodes. De reuzenteek is een van die dieren die gestimuleerd worden door de opwarming, maar die we liever niet zien komen. Helaas is er geen houden meer aan.