Als je veel gedaantes kunt aannemen, kun je wetenschappers eeuwenlang op het verkeerde been zetten. Sponzen bieden taxonomen sowieso al weinig houvast, met hun waterrijke maar bescheiden lichaamsstructuur van kiezelnaalden en sponginevezels. Maar microscopische en genetische doorbraken doen de maskers afvallen. Zo blijken veel ogenschijnlijk verschillende sponzen wereldwijd tot één soort te behoren: de piekjesspons.
...

Als je veel gedaantes kunt aannemen, kun je wetenschappers eeuwenlang op het verkeerde been zetten. Sponzen bieden taxonomen sowieso al weinig houvast, met hun waterrijke maar bescheiden lichaamsstructuur van kiezelnaalden en sponginevezels. Maar microscopische en genetische doorbraken doen de maskers afvallen. Zo blijken veel ogenschijnlijk verschillende sponzen wereldwijd tot één soort te behoren: de piekjesspons. Ze dankt haar naam aan een van haar verschijningsvormen: verborgen in dunne sliblagen op de zeebodem steekt de spons piekjes in het water, die tot 3 centimeter lang kunnen worden. Soms zien ze eruit als vingertjes of torentjes, af en toe als miniatuurvulkaantjes. Op andere plekken is de soort een piekjesloos flensje van enkele millimeters dik met een diameter van maximaal 20 centimeter. Ook haar kleur kan variëren: van bleekgeel tot bloedrood, met tal van tussenschakeringen. Op de waarnemingensite van Natuurpunt staat de soort vermeld als 'oranje kussenspons', hoewel de tekst het over de piekjesspons heeft. Zelfs de verwarring neemt meerdere gedaantes aan. Er is onduidelijkheid over de status van de piekjesspons voor de Vlaamse en Nederlandse kust. Een artikel in het blad Het Zeepaard beschrijft hoe het aantal waarnemingen spectaculair toeneemt sinds duidelijk is dat ze een brede waaier aan vormen kan aannemen. De soort werd pas in 1951 officieel in onze contreien geregistreerd, in de Oosterschelde. Maar nu biologen doorhebben dat ze korsten kan vormen op substraten variërend van oesterschelpen tot kades, zien ze overal piekjessponzen. De veelvormigheid heeft te maken met de hoge flexibiliteit waarmee de dieren zich aan hun leefomgeving aanpassen. Op plekken met niet meer dan een lichte stroming en veel voedsel vertonen ze grillige vertakkingen. Ze hoeven dan geen weerstand te bieden tegen golfslag en kunnen maximaal profiteren van de vele poriën op hun uitsteeksels om de bacteriële planktondeeltjes uit het water te filteren die hun voornaamste voedsel vormen. Verder van de kust zijn ze doorgaans platter met minder uitsteeksels. Het vakblad Aquatic Invasions beschrijft hoe de piekjesspons de wereld veroverde. Ze komt op alle continenten voor, ook op afgelegen plekken zoals de Galapagoseilanden. En ze wordt aangetroffen op uiteenlopende substraten, zoals rotsen, zeewier en slib, en in biotopen variërend van brakke getijdenzones tot de spectaculaire kelpwouden voor de Noord-Amerikaanse westkust. In die laatste regio is ze de laatste honderd jaar een van de algemeenste sponzen geworden. Dat ze in Europa al veel langer wordt gezien dan elders - ze is voor het eerst beschreven in 1818 - heeft tot de conclusie geleid dat de piekjesspons uit ons continent stamt. Haar genetische variabiliteit is hier ook het grootst. Het is de mens die de piekjesspons over de wereld heeft verspreid, via scheepvaart en handel in onder meer oesters. Haar piepkleine vrijzwemmende larven hebben bescheiden verspreidingsmogelijkheden; ze kunnen zich niet voeden, dus kiezen ze na maximaal enkele dagen al voor een vastzittend bestaan om te kunnen overleven. Dat is geen goed uitgangspunt voor gereis naar de rest van de wereld. De soort heeft haar succes dus aan ons te danken.