De initiatiefnemers beschuldigen 33 Europese landen van schending van mensenrechten, omdat ze te weinig doen tegen het broeikasgasprobleem.

De zes Portugese jongeren dagvaardden alle EU-landen en Noorwegen, Rusland, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne. Ze beschuldigen de 33 landen ervan dat hun mensenrechten geschonden worden, inclusief het recht op leven zelf, omdat de landen te weinig doen om het broeikasgasprobleem aan te pakken.

Verschillende Europese mensenrechtenorganisaties en individuele academici sloten zich intussen aan bij de rechtszaak via 'third party intervention'. Daarbij is ook de Onderzoeksgroep Recht en Ontwikkeling, verbonden aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen.

Belangrijke zaak

'Het belang van deze zaak kan niet onderschat worden', zegt dr. Gamze Erdem Türkelli van de UAntwerpen. 'Met onze actie willen we het Hof ervan overtuigen dat rechtspraak niet stopt aan de landsgrenzen en benadrukken dat vooral kinderen een betere bescherming verdienen, met het oog op de toekomst. Europese landen moeten zichzelf ambitieuze doelstellingen opleggen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering voor de volgende generaties zo klein mogelijk te houden.'

In een uitgebreide brief stellen de initiatiefnemers onder meer dat landen volgens het internationaal recht geen schade mogen berokkenen aan de rechten van niet-inwoners van hun land. 'En mensen die slachtoffer zijn van de klimaatverandering moeten de mogelijkheid hebben om ook andere regeringen dan die van hun eigen land juridisch ter verantwoording te roepen', vult prof. Wouter Vandenhole aan.

Daarom mag het Europese Hof zich volgens de groep uitspreken over het falende beleid van nationale regeringen, als dat klimaatproblemen zoals droogte, hittegolven of bosbranden veroorzaakt. 'Als dat niet mogelijk zou blijken, dan is dat in tegenspraak met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens', besluit Erdem Türkelli. 'Het zou ook een goede zaak zijn als het Hof de klimaatverplichtingen van de landen gezamenlijk zou bekijken, in plaats van land per land.'

De initiatiefnemers beschuldigen 33 Europese landen van schending van mensenrechten, omdat ze te weinig doen tegen het broeikasgasprobleem.De zes Portugese jongeren dagvaardden alle EU-landen en Noorwegen, Rusland, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne. Ze beschuldigen de 33 landen ervan dat hun mensenrechten geschonden worden, inclusief het recht op leven zelf, omdat de landen te weinig doen om het broeikasgasprobleem aan te pakken. Verschillende Europese mensenrechtenorganisaties en individuele academici sloten zich intussen aan bij de rechtszaak via 'third party intervention'. Daarbij is ook de Onderzoeksgroep Recht en Ontwikkeling, verbonden aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen. 'Het belang van deze zaak kan niet onderschat worden', zegt dr. Gamze Erdem Türkelli van de UAntwerpen. 'Met onze actie willen we het Hof ervan overtuigen dat rechtspraak niet stopt aan de landsgrenzen en benadrukken dat vooral kinderen een betere bescherming verdienen, met het oog op de toekomst. Europese landen moeten zichzelf ambitieuze doelstellingen opleggen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering voor de volgende generaties zo klein mogelijk te houden.' In een uitgebreide brief stellen de initiatiefnemers onder meer dat landen volgens het internationaal recht geen schade mogen berokkenen aan de rechten van niet-inwoners van hun land. 'En mensen die slachtoffer zijn van de klimaatverandering moeten de mogelijkheid hebben om ook andere regeringen dan die van hun eigen land juridisch ter verantwoording te roepen', vult prof. Wouter Vandenhole aan. Daarom mag het Europese Hof zich volgens de groep uitspreken over het falende beleid van nationale regeringen, als dat klimaatproblemen zoals droogte, hittegolven of bosbranden veroorzaakt. 'Als dat niet mogelijk zou blijken, dan is dat in tegenspraak met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens', besluit Erdem Türkelli. 'Het zou ook een goede zaak zijn als het Hof de klimaatverplichtingen van de landen gezamenlijk zou bekijken, in plaats van land per land.'