Tussen 10.000 en 5000 jaar geleden was de Sahara geen woestijn, maar een landschap met meren en rivieren. Archeologisch onderzoek in een gebergte in het zuidwesten van Libië toonde aan dat de mensen er voornamelijk vis aten. Bioloog Wim Van Neer (KBIN) ontdekte...

Tussen 10.000 en 5000 jaar geleden was de Sahara geen woestijn, maar een landschap met meren en rivieren. Archeologisch onderzoek in een gebergte in het zuidwesten van Libië toonde aan dat de mensen er voornamelijk vis aten. Bioloog Wim Van Neer (KBIN) ontdekte dat meerval en tilapia de belangrijkste soorten waren in de meer dan 17.000 gevonden dierlijke resten, waarvan bijna 80 procent visgraten - de resultaten verschenen in PLoS ONE. De hoeveelheid vis in het fossiele aanbod nam echter sterk af, van 90 procent in het begin tot amper 40 procent op het einde van het onderzochte tijdvak. Het aandeel zoogdieren in de voeding nam verhoudingsgewijs toe. Het illustreert de gevolgen van de gestage opwarming van het klimaat en het uitdrogen van het landschap tot een woestijn. Paleontologe Mietje Germonpré (ook KBIN) toonde met haar collega's in The Journal of Archaeological Sciences aan dat onze voorouders al tijdens de laatste ijstijd, zo'n 28.500 jaar geleden, wolven tot honden hadden gedomesticeerd. Dat bleek uit onderzoek van slijtagesporen op fossiele tanden. Tam gemaakte wolven - de eerste honden dus - kregen doorgaans harder voedsel voorgeschoteld, zoals botten, terwijl wilde wolven zich de luxe van zacht vlees konden veroorloven. In hun geval werd dat niet door de mens gemonopoliseerd.