Beste mevrouw Crevits,

Vandaag leggen wij, het merendeel van de leerkrachten van de Lutgardisschool Etterbeek, het werk even neer. Dit was allesbehalve een eenvoudige beslissing. Voor sommigen onder ons gingen er zelfs enkele slapeloze nachten aan voorbij. De beslissing om onze driehonderddrieënvijftig leerlingen (en hun ouders, zussen, broers, familieleden, vrienden...) voor een halve dag in de steek te laten was niet snel gemaakt. Toch willen wij graag samen aan de alarmbel trekken.

Het blijft maar kraken minister Crevits, dat M-decreet.

Het is dringend tijd dat er iets gedaan wordt.

Dit schooljaar voelde voor ons al als een rollercoaster waar maar geen einde aan komt. Het gaat snel, het gaat aan een razendsnel tempo de hoogte in, maar het zijn de laagtes en het tempo waarmee we dalen waar we het over moeten hebben.

Onze school heeft het geluk een enorm veerkrachtig team te hebben, wij zijn oprecht trots op elkaar en wat we al verwezenlijkt hebben.

Wij zijn gestart met dé innovatieve manier van lesgeven: het prachtige co-teachen. Een onderwijs waarin we vertrekken vanuit elkaars sterktes. Op die manier kunnen we inzetten op ieders talent. Niet enkel op dat van onze grote en kleine leerlingen, maar ook op de sterktes van onze leerkrachten.

Dus vanuit die sterktes werken, da's ons ding. Dachten we...

Lieve mevrouw Crevits, onze klassen zijn gevuld. Gevuld met heerlijke mini-mensen die ons iedere dag verrijken. Dat we verdrinken hoor je, lees je vaak genoeg. We willen even duiden wat de reden is dat wij, die leerkrachten, verdrinken.

U moet weten dat als we die kinderen willen ondersteunen er overleg nodig is. Overleg dat niet kan plaatsvinden, want leerkrachten blijven thuis en kunnen niet anders dan een (kostelijke) burn-out-coach onder de arm te nemen. De overige leerkrachten zorgen dat we overleg inplannen, na de uren, want de kinderen voelen de afwezigheid van hun juf/meester al genoeg.

Lieve mevrouw Crevits, we komen iedere dag vol energie naar school. We voelen elke dinsdag al dat onze elastiek zo is uitgerekt dat herstellen zeer moeilijk wordt. Dan hebben we het nog niet over de gemiddelde vrijdag. We weten vaak niet meer hoe we moeten bijtanken. U weet wel, dat bijtanken dat kinderen komen doen bij hun juf/meester door middel van een knuffel, een babbeltje of een kleine aanraking, om hun welbevinden hoog te houden. Die vakanties waar iedereen hard over blijft roepen zijn gewoonweg broodnodig. Iedere vakantie uitgeblust thuis doorbrengen, om dan op dinsdag opnieuw uitgeput naar huis te gaan. Het voelt als een dominospel waar we de regels van kennen, maar niet lijken te vatten.

Maar desalniettemin willen we vooruit! We startten vorig schooljaar in september met een traject van het CEGO (Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs vzw), zij ondersteunen ons in het co-teachen. Zij leerden ons dat we onze leerlingen de tijd moeten geven om aan regels te wennen. Het duurt minstens zes weken om een kind een regel te leren kennen. Dat brengt ons tot het volgende punt. Zes weken... Het is nu maart, de zevende maand in een schooljaar, de zevende maand waarin wij de gevolgen van dat alom bekende M-decreet mogen voelen. We zijn het nog niet gewoon, sterker nog: het faalt. Het blijft maar kraken, dat M-decreet.

In onze basisschool waarin we klasgroepen hebben van gemiddeld 19 leerlingen per klas, hebben we op dit moment gemiddeld vijf aandachtsleerlingen per klas en gemiddeld drie risicoleerlingen per klas. Dat zijn dan acht leerlingen die we niet het reguliere traject kunnen aanbieden.

Ook in onze kleuterklassen van gemiddeld 21 kleuters uit zich dat in een viertal aandachtskleuters en minstens twee risicokleuters per klas.

Tel eens al die kinderen met hun specifieke onderwijsbehoeften op en u voelt de druk vast zelf al wel, al lezend, zittend aan uw tafel op uw stoel. Is die ergonomisch verantwoord? Die van onze kinderen niet, het budget was weer eens op.

Budget om bijscholingen te volgen om risicoleerlingen te kunnen blijven voeden met degelijke onderwijskwaliteit, is net als onze stoelen, niet verantwoord wegens budgettaire redenen. Een leerkracht op bijscholing laat namelijk een klas achter. Een klas vol leerlingen waarvoor een vervanging moeten voorzien. Ervan uitgaan dat elke klas een vaste klasleerkracht heeft, is dromen. Het voelt allemaal een beetje als dweilen met de kraan open, onverantwoord.

De leerkrachten kunnen dit niet gebolwerkt krijgen, de zorgleerkrachten ook niet, want dat brengt ons tot ons volgende punt.

Leerkrachten worden ziek. Is het niet op fysiek vlak door de uitputting die deze klassen met zich mee brengen, dan is het wel mentaal. Onze leerkrachten vallen als vliegen. Ze gaan op eigen kosten naar een burn-out-coach, gewoon om overeind te blijven. U leest het goed, geen psycholoog: een coach om te overleven binnen het onderwijs waar wij in staan.

Wanneer onze leerkrachten ziek worden, vangen onze zorgleerkrachten die klassen op. Want hoe zouden we dit anders kunnen oplossen? Waar kunnen wij nog gemotiveerde, beginnende leerkrachten vinden?

Dit bovenstaande heeft een direct effect op onze zorg. De zorg kraakt, mevrouw Crevits. De zorgleerkrachten hebben hun handen vol en zijn vaak niet opgeleid om kinderen met deze soort zorgvragen op een doeltreffende manier te kunnen begeleiden (ook al vechten ze dag in, dag uit om dit toch te bekomen). Zorgondersteuners gaan op hun eigen houtje bijstuderen, gewoon om het systeem te proberen redden, een degelijk opvangnet aan te bieden wanneer die dominostenen maar blijven vallen.

Beste mevrouw Crevits, kan u wakker worden? Want wij kunnen niet meer slapen.

Laat het duidelijk zijn dat wij een team zijn dat helemaal pro-inclusie is. We hebben echter niet langer het gevoel dat we inclusie kunnen omarmen, maar eerder dat we hier tegen

moeten vechten. Inclusie is een zeer mooi gegeven, elk kind verdient een kans om te vechten voor zijn plaats in onze maatschappij. Maar dat kan niet op deze manier.

We werken hard aan het differentiëren, het aanbieden van oplossingen voor specifieke onderwijsbehoeften en dat brengt me terug tot bij de cijfers hierboven genoteerd. Is differentiëren dan hetzelfde als voor ieder kind een aangepast handelingsplan of zelfs een aangepaste curriculum aan te bieden? Ziet u waar de stenen gaan wankelen om uiteindelijk te vallen?

Ook de infrastructuur laat het niet toe om steeds te werken op zoveel verschillende niveaus. Het lukt in onze klaslokalen niet om altijd te werken in verschillende niveaugroepen omdat we gewoon geen plaats hebben om zoveel groepen te maken.

Op een school van driehonderdrieënvijftig kinderen, willen wij driehonderddrieënvijftig kinderen de kans geven om in alle mogelijke ontwikkelvelden te ontwikkelen. Wanneer we honderdzesentwintig GOK-kinderen (GOK-kinderen hebben een mama zonder diploma secundair onderwijs, of krijgen een schooltoelage, nvdr.) moeten ondersteunen is dit niet langer houdbaar.

Kunnen we het dan nu samen uitspreken, dat gevreesde woord:

be-spa-rings-maat-re-gel. Want laten we eerlijk zijn. In zijn huidige vorm is het M-decreet niet meer dan dat.

Beste mevrouw Crevits, kan u wakker worden? Want wij kunnen niet meer slapen. Hopend op een antwoord.

Met vriendelijke groeten,

De leerkrachten van de Lutgardisschool in Etterbeek