Worden onze scholen straks haarden van coronabesmetting? Het correcte antwoord is: we weten het niet. Een vorige week gepresenteerd onderzoek van Sciensano lijkt bevindingen van eerder, internationaal onderzoek naar besmetting van kinderen en jongeren te bevestigen. Met name jonge kinderen raken, om nog niet helemaal opgehelderde redenen, minder makkelijk besmet door het virus en geven het ook zelden door. Raken ze toch besmet, dan lijken de gevolgen minder ernstig dan bij volwassenen.
...

Worden onze scholen straks haarden van coronabesmetting? Het correcte antwoord is: we weten het niet. Een vorige week gepresenteerd onderzoek van Sciensano lijkt bevindingen van eerder, internationaal onderzoek naar besmetting van kinderen en jongeren te bevestigen. Met name jonge kinderen raken, om nog niet helemaal opgehelderde redenen, minder makkelijk besmet door het virus en geven het ook zelden door. Raken ze toch besmet, dan lijken de gevolgen minder ernstig dan bij volwassenen. Volgens viroloog Steven Van Gucht valt uit het Sciensano-onderzoek ook op te maken dat scholen bij de heropening aan het eind van het voorbije schooljaar maar een zeer beperkte rol hebben gespeeld in de verspreiding van het coronavirus. Belangrijke kanttekening daarbij: de resultaten dateren uit een periode dat onze scholen maar half geopend waren. In de middelbare school was er in sommige schooljaren van heropening zelfs geen sprake. Of de rol van de scholen even beperkt zal blijven wanneer op 1 september behalve het kleuter- en het lager onderwijs ook alle graden van het middelbaar onderwijs opnieuw van start gaan, zal nog moeten blijken. 'Wij vermoeden dat vooral bij de 12-plussers de kans bestaat dat de heropening tot besmettingen zal leiden', zegt microbioloog Herman Goossens. 'Wij zullen dit dus heel goed moeten monitoren en indien nodig op grote schaal moeten testen.' Dat voorzichtigheid geboden is, leert alvast de heropening van de scholen in Israël, midden mei. In meer dan veertig scholen raakten leerlingen en leraren toen besmet. In lijn met de al vaker gemaakte vaststelling dat jongeren en adolescenten meer vatbaar zijn voor besmetting dan jonge kinderen werden vooral in de middelbare scholen stevige uitbraken vastgesteld. Om al die redenen zou je, louter vanuit epidemiologisch standpunt, de beslissing om ook alle middelbare scholen te openen een gevaarlijke gok kunnen noemen. Onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) is zich bewust van het gevaar. 'Natuurlijk is het virus gevaarlijk, ' reageert hij, 'maar isolatie is dat ook. We moeten leren leven met covid, zonder onze welvaart en ons welzijn overboord te gooien. Misschien is het vanuit puur epidemiologisch opzicht het beste om allemaal nog een jaar binnen te blijven. Misschien winnen we dan de strijd tegen covid. Maar dan verliezen we wel al de rest wat ons lief is. Kinderen kwijnen weg zonder school, zonder les in de klas, zonder hun vriendjes.' De scholen starten op 1 september in 'code geel'. Ook dat wijst erop dat hier andere keuzes zijn gemaakt dan puur virologische. Code geel betekent dat er 'een laag risico op besmetting' is, waardoor leerlingen alle vijf dagen van de werkweek naar school kunnen. Stellen dat het risico op besmettingen vandaag 'laag' is, lijkt in strijd met de virologische werkelijkheid. Die werkelijkheid vraagt misschien eerder om 'code oranje', wat staat voor een 'matig risico' en inhoudt dat leerlingen van de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs alleen week om week naar school kunnen. Minister Weyts verdedigt de keuze voor code geel door erop te wijzen dat de veiligheidsvoorschriften voor die code op drie punten aangepast zijn. 'Concreet hebben we, in samenspraak met virologen Erika Vlieghe en Marc Van Ranst, beslist dat er in code geel in het secundair onderwijs tijdelijk geen buitenschoolse uitstappen meer zijn, dat buitenstaanders niet meer toegelaten worden op school en dat de mondmaskers in de klas verplicht worden. Code geel is ook geen pretje. Er zijn voorschriften voor groepsactiviteiten, voor de speeltijd, voor verluchting, voor ontsmetting, voor uitstappen buiten de school, voor stages, voor examens enzovoort.' Ondanks al die voorschriften zullen er volgens Weyts 'allicht' leerlingen besmet raken. 'Die cijfers zullen heel zichtbaar zijn en ze zullen mij aangerekend worden. Het zij zo. De schade die aangericht wordt door het sluiten van de scholen is veel minder zichtbaar. Het zou voor mij dus veel makkelijker zijn om iedereen thuis te houden. Maar dat zou ingaan tegen de belangen van onze kinderen.' Als bevoegd minister ligt de eindverantwoordelijkheid voor deze beslissing uiteraard bij Ben Weyts. Tegelijk weet hij zich gedekt door de standpunten van de meeste virologen. En in een reactie laat microbioloog Herman Goossens weten dat ook hij de beslissing van Weyts steunt. 'De onmiskenbare risico's wegen niet op tegen de pedagogische en sociale nadelen die aan een sluiting verbonden zijn.' Volgens Nancy Libert, de algemeen secretaris van ACOD Onderwijs die bij het overleg betrokken was, was ook het onderwijzend personeel over het algemeen vragende partij voor een volledige heropstart. 'Je wordt geen leraar om van achter een computerscherm een filmpje op te nemen en dat door te sturen naar je leerlingen', zegt Libert. 'De leraars willen straks weer voor de klas staan, al willen ze dat natuurlijk ook in veilige omstandigheden doen.' De vakbondsvrouw spreekt van een goed compromis tussen het verlangen om fysiek les te geven en het verlangen naar veiligheid. 'Om leerlingen en leraren toch minstens de kans te geven elkaar in levenden lijve te leren kennen, wordt gestart met code geel. Maar voor de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs geldt dat, als de lokale situatie daarom vraagt, er al in de tweede week zal worden overgeschakeld naar code oranje en er, week om week, wordt overgeschakeld op afstandsonderwijs.' Dat ligt anders voor de leerlingen van de eerste graad, die ook als code oranje geldt nog voltijds fysiek onderwijs zullen krijgen. 'Wij hebben daar als vakbond mee ingestemd, ' vertelt Libert, 'op voorwaarde dat er een mondmaskerplicht vanaf twaalf zou komen.' Of leerlingen van de tweede en derde graad ook na de eerste week nog elke dag naar school kunnen, zal afhangen van de epidemiologische situatie in de gemeente. Die situatie wordt geëvalueerd door deRisk Assessment Group (RAG) en Celeval, de evaluatiecel die door de RAG wordt geadviseerd. De eindbeslissing ligt evenwel bij de lokale crisiscellen. 'Dat is een heel bewuste keuze, ' stelt minister Weyts, 'want dat orgaan staat veel dichter bij de lokale realiteit.' De minister kan de beslissing van de lokale crisiscel wel nog afkeuren. 'Dat is een stok achter de deur, om te verhinderen dat de ene gemeente een totaal ander beleid voert dan de naburige gemeente.' Hoeveel besmettingen, ziekenhuisopnames of overlijdens volstaan om van geel naar oranje of rood over te schakelen, valt nu nog niet precies te zeggen. 'We gaan het lot van de leerlingen en leerkrachten niet laten afhangen van één cijfer', aldus Weyts. 'Eén cijfer kan heel bedrieglijk zijn. Als er een uitbraak is in een asielcentrum, dan heeft dat een enorme impact op de lokale cijfers van de gemeente waar het centrum gevestigd is. Dat wil niet per se zeggen dat meteen alle scholen in de gemeente moeten overgaan naar een andere kleurcode. We zullen het hoofd koel moeten houden, want het virus behoort nog minstens een jaar tot onze levens.' De onderwijsminister klinkt vastberaden. 'Ook in code rood blijven scholen open', verklaarde hij afgelopen weekend nog in De Zondag. Of dat, gezien de onvoorspelbaarheid van het virus, geen al te categorische uitspraak is? 'Dat hebben we zo al in juni beslist', stelt Weyts. 'We hebben toen samen met het hele onderwijsveld en de virologen beslist dat we zelfs in code rood niet meer collectief sluiten. We gaan nooit meer terug naar een situatie waarin leerlingen soms maandenlang de binnenkant van hun klaslokaal niet meer zien. We moeten die afweging durven te maken, in het belang van onze kinderen.'