Weyts bezorgde Grosemans de meest recente cijfers, die lopen tot 2019. De cijfers voor 2020 zijn nog niet beschikbaar. Van de 29.859 leerkrachten jonger dan 30 die in 2014 aan de slag waren, waren er vijf jaar later al 4.229 uit het beroep gestapt, of 14,2%. In het secundair onderwijs is de uitstroom met 17,9% het grootst, in het kleuteronderwijs gaat het om 12,0%, in het lager onderwijs om 11,7%.

In zijn antwoord aan Grosemans zegt Weyts dat "een zekere mate van mobiliteit op zich normaal is in elke sector". Maar toch is het volgens hem van groot belang "om goede leraren zo veel mogelijk in het onderwijs te behouden". Als redenen om het onderwijs te verlaten, haalt hij onderzoek aan dat jobonzekerheid als de belangrijkste factor aanduidt. "De auteurs suggereren dat wie geen zicht heeft op een langdurige en volledige tewerkstelling na verloop van tijd de grootste neiging vertoont om het beroep te verlaten", zegt Weyts. Hij wijst erop dat vanaf 1 januari 2021 meer tijdelijke personeelsleden een kans op een vaste benoeming krijgen, terwijl wat hem betreft tegelijk de evaluaties strenger gemaakt moeten worden.

Grosemans zegt dat de werkdruk ook een vaak aangehaalde reden is om het beroep van leerkracht te verlaten. De "moeilijke combinatie" tussen het onder de knie krijgen van het beroep en het managen van een klas is een derde oorzaak. "De begeleiding van jonge leerkrachten op de klasvloer is in dat kader enorm belangrijk en moeten we nog versterken", vindt ze.

Weyts bezorgde Grosemans de meest recente cijfers, die lopen tot 2019. De cijfers voor 2020 zijn nog niet beschikbaar. Van de 29.859 leerkrachten jonger dan 30 die in 2014 aan de slag waren, waren er vijf jaar later al 4.229 uit het beroep gestapt, of 14,2%. In het secundair onderwijs is de uitstroom met 17,9% het grootst, in het kleuteronderwijs gaat het om 12,0%, in het lager onderwijs om 11,7%. In zijn antwoord aan Grosemans zegt Weyts dat "een zekere mate van mobiliteit op zich normaal is in elke sector". Maar toch is het volgens hem van groot belang "om goede leraren zo veel mogelijk in het onderwijs te behouden". Als redenen om het onderwijs te verlaten, haalt hij onderzoek aan dat jobonzekerheid als de belangrijkste factor aanduidt. "De auteurs suggereren dat wie geen zicht heeft op een langdurige en volledige tewerkstelling na verloop van tijd de grootste neiging vertoont om het beroep te verlaten", zegt Weyts. Hij wijst erop dat vanaf 1 januari 2021 meer tijdelijke personeelsleden een kans op een vaste benoeming krijgen, terwijl wat hem betreft tegelijk de evaluaties strenger gemaakt moeten worden. Grosemans zegt dat de werkdruk ook een vaak aangehaalde reden is om het beroep van leerkracht te verlaten. De "moeilijke combinatie" tussen het onder de knie krijgen van het beroep en het managen van een klas is een derde oorzaak. "De begeleiding van jonge leerkrachten op de klasvloer is in dat kader enorm belangrijk en moeten we nog versterken", vindt ze.