De achterstand die we het voorbije jaar hebben opgelopen wil ik in een voorsprong omzetten', zegt Ben Weyts, Vlaams minister van Onderwijs (N-VA). 'In periodes van crisis komen onderliggende problemen duidelijker naar voren en dus kunnen we nu ontegensprekelijk lessen trekken.'
...

De achterstand die we het voorbije jaar hebben opgelopen wil ik in een voorsprong omzetten', zegt Ben Weyts, Vlaams minister van Onderwijs (N-VA). 'In periodes van crisis komen onderliggende problemen duidelijker naar voren en dus kunnen we nu ontegensprekelijk lessen trekken.' Zo bleek al vroeg in de coronacrisis dat het pover gesteld was met de digitalisering van het onderwijs. Niet alleen hadden tienduizenden leerlingen thuis geen computer of internetaansluiting, er schortte ook iets aan de digitale vaardigheden van veel leerkrachten. Ondertussen heeft de Vlaamse regering 375 miljoen euro vrijgemaakt om de digitalisering via de zogenaamde Digisprong te versnellen. 'Zonder de coronacrisis had ik die inhaalbeweging nooit voor elkaar gekregen. Ik denk niet dat ik er zo veel middelen voor had gekregen', zegt Weyts. 'Hetzelfde geldt voor de zomerscholen. Vorig jaar hebben we die opgezet om de corona-achterstand van leerlingen op te vangen, maar ondertussen hebben we beslist dat ze kunnen blijven bestaan. Ook daarvoor werd een structureel budget uitgetrokken.' Ben Weyts is niet de enige die lessen uit het voorbije schooljaar heeft getrokken. 'Zoals vroeger wordt het nooit meer', klinkt het in Vlaamse scholen. 'Het zou wel heel erg jammer zijn als we alles wat we het voorbije jaar hebben geleerd gewoon weer vergeten.' Maar wát moet dan precies anders? Welke praktijken uit de coronatijd houden we het best in stand en welke moeten op de schop? Knack vroeg het aan een panel van tien leerkrachten, drie schooldirecteurs en elf andere onderwijsexperts (alle namen vindt u onderaan het artikel, nvdr). Uiteraard was lang niet iedereen het over alles eens en legde elkeen zijn eigen accenten. Maar toch konden we tien duidelijke coronalessen voor het onderwijs uit hun bijdragen distilleren. Opvallend is wel dat leerkrachten en schooldirecteurs vaak andere prioriteiten naar voren schuiven dan de academici en de minister. 'Met de meeste lessen ben ik het eens', zegt Weyts. 'Sommige ideeën worden vandaag al in beleid omgezet, andere kunnen scholen zelf toepassen als ze dat willen. Volgens de huidige regelgeving kunnen ze 's ochtends bijvoorbeeld later starten dan nu doorgaans het geval is. Het is wettelijk ook mogelijk om een aantal uren afstandsonderwijs te geven. Ik kan me voorstellen dat die hybride vorm van lesgeven de komende tijd meer opgang zal maken. Dat moet dan wel op een gestructureerde manier gebeuren: leerlingen moeten weten waar ze aan toe zijn.' 'Ik sta elke dag om kwart over zes op. Dan heb ik net genoeg tijd om te douchen en een potje aardbeienyoghurt naar binnen te werken voor ik de deur uit moet. Het kost me ongeveer een kwartier om naar het station te rijden. Als ik goed doortrap tenminste. Soms mis ik de trein en kom ik te laat op school. Maar dat is niet erg, want van de eerste lessen van de dag krijg ik meestal toch niets mee. Veel te moe.'D. (17) tegen een CLB-medewerkerHeel wat jongeren leken zich tijdens het digitale afstandsonderwijs net beter te kunnen concentreren, merkten leerkrachten op. Alsof ze meer uitgeslapen waren. En dat was vaak ook zo. Ze hoefden zich niet met de bus, tram, trein of fiets naar school te verplaatsen, en dus konden de meesten al snel één tot twee uur langer in bed blijven liggen. Dat is niet onbelangrijk, want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat tieners een ander bioritme hebben dan kinderen of volwassenen: ze worden 's avonds later slaperig waardoor ze 's ochtends eigenlijk langer zouden moeten slapen. De meeste scholen, waar de lessen tussen acht uur en half negen beginnen, zijn daar totaal niet aan aangepast. 'Dat zou dringend moeten veranderen', zegt Joyz Meuleman, leerkracht project algemene vakken (pav) in een bso-school. 'Tieners moeten minder uren op een stoel zitten en langer kunnen uitslapen. Die verloren tijd kun je eventueel compenseren door de vakanties wat in te korten.' Ook de schoolweek zou volgens zes panelleden best wat flexibeler kunnen. Vier in plaats van vijf dagen per week naar school is een idee dat vaak naar voren wordt geschoven. Sommige lessen zouden digitaal op afstand kunnen worden gegeven. Een andere mogelijkheid is dat jongeren elke week één of twee halve dagen thuis mogen blijven om te studeren of taken af te werken. 'Zo kunnen leerlingen die vandaag overbelast zijn door alle opdrachten en eindwerken beter leren plannen', zegt Claudio Gomes Sanchez, leerkracht Frans en Spaans.'Ik zie de lippen van de leraar bewegen, maar ik heb geen idee wat hij zegt. Dat is al zo sinds we een maand geleden met ontbinden in factoren zijn begonnen. Ik snap dat gewoon niet. Na elke online les informeert meneer of er nog vragen zijn, maar er is nooit iemand die reageert. Ik dus ook niet. Hij denkt waarschijnlijk dat we allemaal mee zijn. Dat wordt schrikken als hij straks mijn toets verbetert.'W. (15) tegen de zorgleerkrachtVeruit de meeste leerlingen leren het best van een leerkracht die in levenden lijve voor hen staat: daarover zijn 22 van de 24 panelleden het eens. 'Leerlingen vragen expliciet naar klassieke vormen van lesgeven: echte lessen in echte klassen met echte leerkrachten', zegt Wim Van den Broeck, professor onderwijs- en ontwikkelingspsychologie (VUB). 'Sommige mensen dromen misschien over een vergaande digitalisering en individualisering van het onderwijs. Maar die dromen worden niet gesmaakt en zijn geen alternatief voor het gewone, vertrouwde onderwijs.' Waarom leren kinderen en jongeren beter als er een leerkracht voor hun neus staat? 'Onderschat de kracht van gebaren en lichaamstaal niet', zegt Ilse Geerinck, onderzoekster bij het expertisecentrum Art of Teaching Hogeschool UCLL. 'In de klas kan een leerkracht over de schouders van een leerling volgen hoe hij een oefening maakt, hem wijzen op iets wat in de opdracht staat, tussen de leerlingen door wandelen of hun blikken peilen om te zien of ze mee zijn.' Bovendien weten leerkrachten hun boodschap zo ook beter over te brengen. Of zoals verschillende experts het formuleren: 'Soms moet je iets haast letterlijk met handen en voeten uitleggen en dat kun je alleen als je fysiek voor een klas staat.' 'Ik kijk niet meer naar debatten over onderwijs op tv. De ene expert beweert iets en de andere zegt net het tegenovergestelde. Hoe moet ik dan weten wie gelijk heeft?'D. in een Facebookgroep voor leerkrachten lager onderwijs.De enige wetenschappelijke informatie over de gevolgen van de schoolsluiting waarover we vandaag beschikken, is een studie van de KU Leuven op basis van de interdiocesane proeven in het katholiek onderwijs. Daaruit blijkt dat leerlingen van het zesde leerjaar in juni vorig jaar gemiddeld een half schooljaar leerachterstand hadden opgelopen. 'Maar we weten dus niet hoe groot de schade in het secundair onderwijs was of wat de impact van het huidige schooljaar is', zegt cognitief psycholoog Wouter Duyck. 'Dat komt doordat we geen systeem hebben om de prestaties van onze scholen op korte termijn te monitoren en dat is een probleem. Al zullen de gestandaardiseerde proeven daar binnenkort toch al voor een stuk aan tegemoet komen.' In het Vlaamse onderwijs moet meer worden gewogen en gemeten, daarover zijn zo goed als alle onderzoekers het eens. De meerderheid zou ook graag zien dat het onderwijsbeleid dan op die wetenschappelijke onderzoeken wordt gebaseerd. 'Vandaag wordt de minister vooral geadviseerd door experts die bij zijn beleid aanleunen', zegt Orhan Agirdag, professor pedagogische wetenschappen (KU Leuven). 'Op die manier wordt wetenschappelijk onderzoek niet ingezet om het beleid te ondersteunen of te evalueren maar om het te legitimeren.' Nieuwe initiatieven, van coronamaatregelen tot de nieuwe eindtermen, moeten eerst in een klein aantal scholen worden uitgeprobeerd, vinden veel panelleden. 'Dat geldt zeker voor vernieuwingen zonder wetenschappelijke grond. Die mag je pas op grote schaal uitrollen zodra er is proefgedraaid en we de gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs kennen', zegt Agirdag. 'Vandaag gebeurt dat niet. De eindtermen, bijvoorbeeld, worden meteen in álle secundaire scholen ingevoerd.' 'Die van Frans verstaat niets van Google Classroom. Vandaag hebben we haar wijsgemaakt dat we haar niet konden horen of zien terwijl de verbinding perfect was. En als we te laat zijn om een taak te uploaden zeggen we gewoon dat het nog ergens in de cloud hangt. Daar loopt ze altijd weer in. Om je ziek te lachen.'V. (17) op InstagramLeerkrachten willen digitale toepassingen, zoals instructiefilmpjes, kennisclips en digitale oefeningen, ook na corona in de klas blijven gebruiken. Om de lessen boeiender te maken, maar ook om meer te differentiëren. Wel benadrukt meer dan de helft van onze experts dat de apps en tools van hoge kwaliteit moeten zijn én een meerwaarde moeten bieden. Dat is vandaag niet altijd het geval. 'Sommige apps worden een tijdlang gehypet en dan binnen de kortste keren weer afgevoerd', zegt Daniël Vande Veire, leraar godsdienst en coördinator van de derde graad in een aso-school. 'Bovendien zijn er zo veel apps en digitale platformen dat het moeilijk kiezen wordt.' Vandaar de roep om meer wetenschappelijk onderzoek naar de kwaliteit van dergelijke tools. 'We moeten het leerrendement opvolgen', zegt Luc De Man, gewezen hoofd van de pedagogische begeleidingsdienst van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. 'De laatste maanden rolden aanbieders van onlinemateriaal over elkaar heen om hun kansen op de groeiende markt te verzilveren. Daardoor ontstaan er nieuwe hypes met interessante perspectieven. Maar of die een kwaliteitstoets kunnen doorstaan?' Nogal wat schooldirecties maken zich ook zorgen over het zo goed als monopolie van sommige bedrijven zoals Smartschool en nu ook Signpost. 'Scholen worden afhankelijk van de nukken en beperkingen van hun systemen', klinkt het. 'Ma en pa werken al sinds maart vorig jaar thuis. Ze zijn zo gestrest dat ze voor het minste uitvliegen. Dus bleef ik in de weken dat ik afstandsonderwijs had de hele tijd op mijn kamer. Ik logde wel in voor de onlinelessen, maar die waren zo saai dat ik vaak in slaap viel. 's Nachts chatte ik meestal met mijn vrienden of zat ik te gamen. Sinds we weer voltijds naar school mogen, ben ik de hele tijd moe.'G. (15) in een gesprek met de zorgleerkracht'Tijdens de onlinelessen zag ik op de gekste momenten van de dag pyjama's en slaapkamerinterieurs', zegt Vincent Verhelst, leerkracht in het basisonderwijs. 'Sommige kinderen zaten haast de hele dag voor een scherm: om te gamen, lessen te volgen, taken te maken. Erger nog was het tijdstip waarop sommigen hun taken indienden. Negen of tien uur 's avonds was helaas geen uitzondering, met uitschieters tot elf uur en één keer zelfs half twee 's nachts. En dat voor leerlingen uit het vierde, vijfde of zesde leerjaar.' Vooral kinderen uit kwetsbare gezinnen kregen thuis vaak geen vaste dagindeling mee en lieten zich daardoor minder zien tijdens onlinelessen. Dat sterkt twee derde van de leerkrachten en directies die we consulteerden in hun overtuiging: de school moet voor houvast en structuur zorgen. Is dat niet in tegenspraak met de roep om de klassieke schoolweek overboord te gooien? Helemaal niet, vinden onze leerkrachten. 'Om jongeren structuur te bieden is er alleen een vast lesrooster nodig. Als ze elke week op hetzelfde moment een paar uur afstandsonderwijs krijgen, is dat geen probleem.' 'In Brussel hebben ze nu bedacht dat we goed moeten verluchten. Dat ze dan eerst eens iemand sturen om nieuwe ramen te installeren, want in mijn klas kunnen die al jaren niet meer open.'Meester T. op TwitterNauwe gangen, containerklassen, een krappe speelplaats en kapotte toiletten. Naast personeelstekort was infrastructuur de belangrijkste reden waarom de schoolsluiting vorig jaar soms langer duurde: een op de acht basisscholen en een op de tien secundaire scholen konden niet meteen weer opengaan. Toch niet als ze zich aan de coronamaatregelen wilden houden. 'Er gaat heel veel geld naar het Vlaamse onderwijs, maar toch is men de voorbije decennia vergeten om in infrastructuur te investeren', zegt Duyck. 'Dat de scholen te klein zijn, wisten we al toen ouders moesten kamperen om hun kind in te schrijven. In de coronacrisis bleek dan ook nog eens dat het niet vanzelfsprekend is om klassen goed te ventileren - wat ook in gewone tijden heel belangrijk is. Veel van onze schoolgebouwen zijn hopeloos verouderd. Hoog tijd voor stevige investeringen in infrastructuur.' 'Nooit gedacht dat ik school zo verschrikkelijk zou missen. Door dat afstandsonderwijs zag ik veel van mijn vrienden amper. Zelfs niet in de weken dat we wel naar school gingen, want dan moesten we de hele tijd afstand houden en in onze klasbubbel blijven. Toen ik hoorde dat we weer voltijds naar school mochten, heb ik gehuild van geluk.'E. (16) in een e-mail aan haar klastitularis'De centrale rol van een school in de contacten van jongeren was vóór de coronaperiode wat op de achtergrond geraakt', denkt Gorik Goris, directeur van het Sint-Dimpnacollege in Geel. 'We dachten dat het maar een van de vele plaatsen was waar ze elkaar ontmoeten.' Zowel bij leerkrachten als bij ouders is het besef gegroeid dat een heel groot deel van het sociaal leven van jongeren zich op school afspeelt. 'Het is een omgeving waar ze veilig samen zijn, kunnen exploreren, emoties delen, zichzelf en anderen kunnen ontdekken ook. Die sociale rol is even belangrijk als de cognitieve rol', zegt Lincy Van Twembeke, directeur van het Go! Atheneum Voskenslaan. 'Vorig jaar was ik totaal niet meer mee met Latijn maar dat merkte mijn lerares niet, want we hadden geen examens. Iedereen vond het een goed idee dat ik op 1 september in het derde jaar Latijn zou starten. Een ramp natuurlijk. Voor mijn dagelijks werk had ik 29 procent. In januari ben ik dan maar van richting veranderd.'L. (14) tegen een CLB-medewerkerEind vorig schooljaar werden in heel wat scholen geen examens georganiseerd. Die beslissing werd genomen om de leerlingen te ontlasten, maar ook om zo lang mogelijk les te kunnen blijven geven. De meeste directies en haast alle leerkrachten uit ons panel hebben daar ondertussen spijt van. 'Proefwerken of grote testen zijn voor een aantal vakken toch essentieel', zegt directeur Gorik Goris. 'Ze helpen om de leerstof te verwerken en om de leerlingen te motiveren. Doordat er vorig schooljaar in de meeste leerjaren geen eindexamens of grote tests waren, merken we nu dat bij veel jongeren weinig van die vakken is blijven hangen.' 'Door een besmetting in mijn klas, werk ik nu al een week met een groepje van twaalf kinderen. Heerlijk! We gaan veel sneller vooruit en ik heb echt tijd om naar hen te luisteren.'Juf T. in een Facebookgroep voor leerkrachtenIn het voorjaar van 2020 moesten scholen veel klassen in twee of zelfs drie groepen opsplitsen om aan de coronamaatregelen te beantwoorden. Lang bleef die regel niet van kracht, maar ondertussen hadden heel wat leerkrachten er wel de voordelen van ingezien. 'Ik heb al jaren klasgroepen van 27 tot 33 leerlingen', zegt Dorine Van Leirberghe, lerares in het lager onderwijs. 'Daardoor is er in mijn klas weinig bewegingsruimte en zitten de kinderen veel te dicht bij elkaar. Bovendien heb ik te weinig tijd voor persoonsgerichte aandacht en individuele zorg. Nochtans is dat net waar de leerlingen steeds meer behoefte aan hebben.''Tof, al dat extra geld voor ICT. Maar kan iemand me ook zeggen waar ik de tijd vandaan moet halen om uit te zoeken hoe ik dat allemaal moet uitgeven?'Een schooldirecteur in een FacebookgroepHet voorbije jaar hebben schooldirecties het onderste uit de kan gehaald om hun leerlingen en leerkrachten door de woelige coronaperiode te loodsen. En dat terwijl ze ook nog eens de nieuwe eindtermen voor de tweede graad moesten voorbereiden en de aanpassingen van de personeelsstatuten moesten doorvoeren. Meer dan de helft van ons panel benadrukt dat directies na corona meer ruimte moeten krijgen om hun eigen onderwijsbeleid uit te tekenen. 'Directeurs werken altijd keihard, ook 's avonds en in het weekend', zegt onderwijseconoom Kristof De Witte (KU Leuven). 'Ze zijn de ceo van de school, maar moeten in de praktijk manusje-van-alles spelen. Doordat ze de hele tijd gedwongen worden om zich bezig te houden met kleine managementtaken, zoals een kapotte dakgoot of de renovatie van de sporthal, komen ze amper nog aan hun kerntaken toe. Directeurs moeten dringend genoeg tijd en middelen krijgen om zich te kunnen concentreren op wat écht belangrijk is: een duidelijke onderwijsvisie ontwikkelen en de leerkrachten aansturen.'