Elke deelnemer kreeg 50 zinnen voorgelegd, waarvan 40 met typisch Vlaamse woorden of uitdrukkingen (autostrade, solden, zo'n dagen) en 10 met eerder Noord-Nederlandse gevallen (ergens een hard hoofd in hebben, een occasion, jus d'orange). De vraag die telkens beantwoord moest worden: vindt u deze zin aanvaardbaar in de krant of in het journaal?

'58 procent van de Vlaamse taalprofessionelen heeft niets tegen meer Vlaams in de standaardtaal', zegt Johan De Schryver, docent Nederlands aan de KU Leuven, in De Standaard. 'Zij accepteren zelfs oude kaskrakers van de anti-gallicismestrijd zoals zich verwachten aan (75 procent), wat verwachten moet zijn, en beroep doen op (62,6 procent) vooreen beroep doen op.'

De Schryver pleit ervoor om onze verwachtingen van wat 'goed Nederlands' is, bij te stellen. 'Als zelfs beroepstaal­gebruikers op het Noord-Nederlands gebaseerde taalregeltjes negeren, dan is het tijdverlies die nog langer aan te leren in het onderwijs.' (Belga/KVDA)