Elk jaar keert dezelfde vraag terug: duurt de zomervakantie te lang? Negen weken vakantie zouden een negatief effect hebben op de schoolprestaties. Volgens Pieter Timmermans, de topman van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen), moet de zomervakantie daarom korter. Hij stelt voor om de vakantie naar zes weken terug te leiden, zoals dat ook het geval is in Nederland.

Nee, de vakantie is niet te lang, maar niet iedereen heeft de middelen om elke dag zinvol in te vullen.

Hafsa El-Bazioui

Toch een opmerkelijk voorstel als je weet dat de discussie over de duur van de vakantie ook bij onze noorderburen weer oplaait. Volgens sommigen duikt ook bij een vakantie van zes weken het fenomeen van 'zomerverlies' op, of het verlies van kennis dat optreedt bij kinderen die te weinig geprikkeld worden. Hoe lang mag de vakantie dan nog duren? Vijf weken, vier weken, nog minder?

Misschien moeten we de vraag eerder omdraaien: Ligt het aan de duurtijd van de vakantie, of is het aanbod aan buitenschoolse prikkels en stimuli voor een heleboel kinderen gewoon ontoereikend?

Als ouder van twee kinderen weet ik maar al te goed hoe uitdagend het is om de zomervakantie met pedagogisch verantwoorde activiteiten te vullen. Waar je als ouder ook je vakantie doorbrengt: je moet altijd creatief zijn, zoeken en puzzelen. En niet iedereen heeft de tijd of de middelen om elke dag uitstappen te plannen.

Niet iedereen heeft de tijd of de middelen om elke dag uitstappen te plannen.

Wij kozen dit jaar voor een vakantie in eigen stad. Dat heeft me nogmaals doen inzien hoe belangrijk het aanbod van kampen, daguitstappen, buitenschoolse opvang en andere activiteiten is. Ook voor ouders die - om welke reden dan ook - niet maandenlang op voorhand het internet kunnen afschuimen in hun zoektocht naar een gevarieerde zomerinvulling.

Lokale overheden kunnen hier een belangrijke rol in spelen door samenwerkingen tussen scholen, vrijetijdsaanbieders en jeugdwerkingen te stimuleren. Op die manier kunnen laagdrempelige vakantieactiviteiten georganiseerd worden, waar spel en leerprestaties hand in hand gaan. Een evidente opgave is het niet, zeker in groeiende steden. Toch tonen verschillende voorbeelden in de praktijk aan dat het wel werkt.

Lokale overheden organisaties stimuleren om samen laagdrempelige activiteiten te stimuleren.

Zo wordt er in Gent volop ingezet op zogenaamde 'Brede Scholen'. Een 'Brede School' activeert een netwerk van organisaties uit verschillende domeinen en verenigt hen onder een gemeenschappelijk doel: het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen en jongeren, op school en in de vrije tijd. Ook tijdens de zomervakantie dus, specifiek om het zogeheten zomerverlies tegen te gaan.

Daarnaast is er ook een zomerkamp voor anderstalige lagereschoolkinderen: op tien lagere scholen in verschillende Gentse wijken leven kinderen zich uit met sport en spel, terwijl ze tegelijk hun kennis van de Nederlandse taal bijschaven. Om alle kinderen te bereiken, liepen de inschrijvingen al tijdens het schooljaar, via de brugfiguur op school.

In schoolteams is er heel wat expertise om kinderen en ouders naar vakantieactiviteiten toe te leiden, waarom zouden we hier geen gebruik van maken om elk kind te versterken?

In een ander voorbeeld neemt het hoger onderwijs het initiatief: Utopia, een project van de Gentse universiteit in samenwerking met de stedelijke kinderwerkingsvzw 'Jong', laat lagereschoolkinderen proeven van kunst en wetenschap binnen hun vertrouwde omgeving. Met een mobiel atelier boordevol experimenten en artistiek materiaal trekken wetenschappers en kunstenaars door de verschillende woonwijken.

Enkele dagen geleden genoten mijn kinderen - en toegegeven - mezelf ervan in onze eigen wijk, de Brugse Poort. Het was zichtbaar en laagdrempelig, want lokaal, en bovendien was het boeiend. Het is aan ons om de vertrouwde klaslokalen en pleinen te gebruiken om elk kind te prikkelen en te versterken, het hele jaar door.

'Duurt de vakantie te lang?' is dan ook niet de juiste vraag: 'Is het vakantieaanbod te beperkt?', is de vraag die we ons wel moeten stellen.

Activiteiten zijn onbereikbaar voor een heleboel ouders en hun kinderen.

Een sterk vakantieaanbod is voor iedereen toegankelijk en gevarieerd. En net op die punten wringt het schoentje in heel wat gemeentes: activiteiten zijn onbereikbaar voor een heleboel ouders en hun kinderen, zowel letterlijk als financieel. De ongelijkheid inperken doet het in geen geval, integendeel, en dat valt te betreuren. Los van mogelijke verschillen in sociale en economische achtergronden hebben kinderen immers heel wat met elkaar gemeen: elk kind is een ontdekkingsreiziger en elk kind is een speelvogel, zowel tijdens als buiten de schooluren.