Jan Mertens

‘Jongeren die uiting geven aan klimaatangst, verdienen geen afwijzing of cynisme, maar politieke moed’

Jan Mertens Medewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en voorzitter van de Denktank Oikos

‘Willen we onze jongeren enkel een beeld geven van militaire veiligheid, of zijn we ook bereid om ‘moeilijke beslissingen te nemen’ voor meer klimaatveiligheid?’, schrijft Jan Mertens van de ecologische denktank Oikos.

Het CM-ziekenfonds publiceerde een studie over klimaatangst bij jongeren. Wat we kunnen leren uit deze studie zouden we als maatschappij moeten beschouwen als een uitnodiging, niet als een boodschap die snel weer wordt genegeerd of belachelijk gemaakt. Het is alleszins een heel belangrijk signaal dat een ziekenfonds via dit onderzoek de ernst van deze uitdaging erkent.

Wat ik in de studie lees, sluit sterk aan bij vele gesprekken die ik de voorbije jaren had met jongeren. Eind 2023 verscheen mijn boek ‘Het doet ertoe. Over verdriet, hoop en verzet’ dat net handelde over dit onderwerp. Uit de vele ontmoetingen met die jongeren leerde ik onder meer de volgende drie dingen.

1. Klimaatemoties zijn normaal. Elke keer opnieuw vertelde ik aan jongeren dat wie soms hevige emoties voelt bij de aan de gang zijnde klimaatontwrichting eigenlijk alleen maar heel normaal is. Het bewijst immers dat we deel zijn van iets dat groter is dan wijzelf: een gemeenschap, de natuurlijke wereld. Die boodschap kwam voor hen meestal als een opluchting, een gevoel van (eindelijk) erkenning. Het neoliberale moderne idee van de mens als wezen dat volledig afgescheiden is van anderen en van de natuur maakt ons alleen maar machtelozer en eenzamer.

Dat je je wel verbonden voelt, zouden we als een voorwaarde moeten beschouwen van een meer duurzame ethische omgang met onze toekomst. Wie verdriet voelt om het verdwijnen van zoveel moois op deze wonderlijke planeet is niet ‘zwak’ of ‘woke’, maar is gewoon een mens.



2. We mogen onze jongeren niet in de steek laten. Wat telkens weer blijkt uit bevragingen van jongeren is dat ze zich in de steek gelaten voelen door de oudere generaties. Wanneer jonge mensen terecht op straat komen om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis verdienen zij niet de afwijzing die ze nu vaak ervaren van leidende politici. Onder druk van rechts-conservatieve politici wordt ecologisch beleid nu afgebouwd. En dat is een strategische misrekening.

De maatschappelijke kost van de klimaatontwrichting neem gigantisch toe. Nu net wél kiezen voor een ambitieuze groene transitie verbetert het uitzicht op een duurzame toekomst, zeker in de huidige geopolitieke spanningen. Jongeren willen zien en voelen dat volwassenen voor hen vechten, niet voor het behoud van de privileges van die generaties die de klimaatcrisis uit de hand lieten lopen.

Laten we als volwassenen naast onze kinderen blijven staan, wat er ook gebeurt. Hun angst erkennen, ons verdriet delen, en overtuigend handelen voor meer klimaatrechtvaardigheid, dat zal jongeren het gevoel kunnen geven dat ze niet alleen zijn.

3. Klimaatemoties zijn geen individueel probleem van mentaal welzijn. Er is gelukkig tegenwoordig meer aandacht voor mentaal welbevinden dan in de periode toen ik zelf jong was. Maar tegelijk is de aanpak vaak erg individualistisch. Het komt erop aan om mensen snel weer te ‘fixen’ zodat ze opnieuw kunnen geactiveerd worden voor een wereld van eenzijdig presteren en consumeren. Klimaatangst is evenwel geen individuele ‘afwijking’ die moet geremedieerd worden. Het is een heel logische en gezonde reactie op een maatschappij die nalaat om nu de structurele keuzes te maken die onze kinderen en kleinkinderen uitzicht kunnen geven op een gezond en waardig leven.

Doen of er niets aan de hand is en de urgentie van de klimaatcrisis die zich uit als een rechtvaardigheidscrisis blijven ontkennen, dat zouden we moeten beschouwen als ‘ongezond’ of ‘abnormaal’. Als politici zich zorgen maken over het draagvlak in de samenleving voor democratische toekomstgerichte politiek, dan ligt er hier een geweldige werf te wachten. Willen we onze jongeren enkel een beeld geven van militaire veiligheid, of zijn we ook bereid om ‘moeilijke beslissingen te nemen’ voor meer klimaatveiligheid?

Jongeren die zich niet terugtrekken in een zelfgekozen apathie van ‘het kan me niets schelen’ maar integendeel spreken over het verdriet en de angst die ze voelen bij de klimaatontwrichting, reiken hun hand uit naar ons volwassenen.

Ze verdienen geen afwijzing of cynisme, maar integendeel meer politieke moed. We hebben de toekomst immers van onze kinderen geleend.

Jan Mertens is voorzitter van Oikos, Denktank voor sociaal-ecologische verandering.

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise