'Het enige waar je als journalist lid van mag zijn, is de plaatselijke fanfare.' Het was een van de boutades van mijn eerste hoofdredacteur bij Knack. Niet alleen zit daar deontologisch gezien iets in, voor mij was het ook een welkome bevestiging van het feit dat er helemaal niets mis mee is om niet aangesloten te zijn bij allerlei verenigingen.

Eén lidmaatschap heb ik op mijn naam staan: zo'n 25 jaar geleden maakte ik deel uit van een amateurtoneelgroep. That's it. Vandaar dat ik nooit goed weet wat ik moet invullen als er op een formulier naar mijn hobby's wordt gevraagd. 'Lezen en schrijven', doe ik dan maar, want ik vermoed dat dat nog min of meer aanvaardbaar klinkt. Dat ze dan misschien niet meteen zullen denken dat ik een soort sociopaat ben.

Natuurlijk doe ik in mijn vrije tijd veel meer dan dat. Met vrienden afspreken vooral, om te praten, te eten, te drinken, naar theater of concerten te gaan. Je zou kunnen zeggen dat ik mijn eigen verenigingetje heb. Maar daar nemen de meeste mensen dus geen genoegen mee. 'Weet je wat jij nodig hebt? Een hobby!' Hoe vaak heb ik dat al niet gehoord. En dan volgt een uitgebreid relaas over hoeveel ze al hebben geleerd in hun leesclub, hoe kameraadschappelijk het er in het buurtcomité toegaat of hoe ontspannend hun kookclub is.

Je bent echt geen sociopaat omdat je geen zin hebt in allerlei hobby's en clubs

Als je hard aan je carrière werkt, kinderen opvoedt en ook nog met het huishouden opgescheept zit, kom je er nog wel mee weg om geen officiële hobby's te hebben. Maar in de levensfase ervoor en erna is er geen ontsnappen aan. Zo goed als elk lagereschoolkind - als het tenminste uit een min of meer welstellend gezin komt - heeft tegenwoordig minstens drie hobby's: muziekschool of tekenacademie, de jeugdbeweging en dan nog de een of andere sport. En hun ouders maar klagen dat ze de hele tijd van hot naar her moeten rijden. Maar ze hebben het ervoor over, zeggen ze dan, want hun kinderen moeten zich zoveel mogelijk kunnen ontplooien en hun vrije tijd zinvol invullen. Alsof we doodsbang zijn geworden dat onze kroost zich zou vervelen.

Getty Images/iStockphoto
© Getty Images/iStockphoto

Nochtans is daar helemaal niets mis mee. Integendeel. Zalig vind ik het als een kind tijdens de zomermaanden rommelt in huis, op de trampoline ligt te dagdromen of met een koptelefoon op zijn hoofd op de bank ligt. Maar toch hebben we de neiging om ze al na een kwartier toe te roepen dat ze beter iets kunnen gaan doen.

Kun je je er als werkende ouder nog van afmaken met het argument dat je het met je werk en al die hobby's van de kinderen véél te druk hebt voor de een of andere club, dan wordt dat een pak moeilijker zodra je met pensioen bent. Gepensioneerden worden geacht er alles aan te doen om het beruchte zwarte gat te vermijden. Of ze daar nu zin in hebben of niet. 'Sinds ze niet meer werkt, moet ik een afspraak maken om mijn moeder nog te zien', vertelde een vriend lachend. 'Nooit is ze thuis. Ze is of op een vergadering van de gepensioneerdenbond, of op de naaiclub of ze gaat een weekend stappen met haar wandelkring.'

Al je je na je pensioen al niet ongegeneerd mag vervelen, wanneer dan in godsnaam wel?

Zo hebben we het graag: dat onze ouders zich lekker bezighouden, dat ze onder de mensen komen ook. Wie daar niet aan wil meedoen, omdat hij geen groepsmens is of simpelweg niet van verplichtingen houdt, wordt scheef bekeken. Ook door leeftijdgenoten. Mijn moeder, die nu al een paar jaar met pensioen is, blijft moedig aan die druk weerstaan. Ze houdt niet zo van clubs, groepsuitstappen en mensen die haar agenda bepalen. Wel heeft ze even een leesclub geprobeerd, maar ze leest liever wat ze wil om er dan met vriendinnen over te praten. Toch is mijn moeder de meest bezige vrouw die ik ken. Ze verveelt zich nooit. En misschien is dat zelfs wel een beetje jammer. Al je je na je pensioen al niet ongegeneerd mag vervelen, wanneer dan in godsnaam wel?

Weet u waarover Ann Peuteman zou moeten schrijven? Stuur uw voorstel dan naar schrijfdaareensietsover@knack.be en misschien leest u er volgende week op deze plek wel een column over.

De hele zomer lang schrijft Knack-redactrice Ann Peuteman úw verontwaardiging, woede of vervoering neer. Deze week kwam de inspiratie van iemand die ze wel heel goed kent.

Goedemiddag,

Al sinds de start van mijn dochters journalistieke carrière is het een grapje tussen ons dat ik haar bij veel onderwerpen voorstel over mij te schrijven. 'Ik ben vast wel een boeiend persoon voor je lezers', zeg ik dan. Maar als we de ernstige toer opgaan wil ik haar helemaal niet lastigvallen met onderwerpen die mij interessant lijken.

Toch kon ik haar oproep om haar onderwerpen te bezorgen om over te schrijven niet zomaar naast me neerleggen. Hierbij dus: ik erger me erg aan de mensen om heen die die vinden dat ik me als 64-jarige lid moet maken van allerlei clubs (wandelen, talen leren, bingonamiddagen, fitness voor de derde leeftijd) om vooral bezig te blijven. Voor mij hoeft dat allemaal niet. Ik verslind boeken, maar er met een vriendin over praten is voor mij voldoende. Een leesclub hoeft dus niet. Ik krijg dan ook vaak de opmerking dat ik zoveel mis als ze weer eens met zijn allen de bus opstappen voor een rit langs weet-ik-veel-wat en haltes met gelegenheid tot het drinken van allerlei soorten bier. Ook toen ik nog niet de gezegende bovenvermelde leeftijd had, kreeg ik al veel opmerkingen in dezelfde zin, want geen fitnessclubs voor mij, mijn hometrainer thuis vond ik goed genoeg.

Schrijf daar eens iets over, Ann.

Vriendelijke groeten, Betty Deley

'Het enige waar je als journalist lid van mag zijn, is de plaatselijke fanfare.' Het was een van de boutades van mijn eerste hoofdredacteur bij Knack. Niet alleen zit daar deontologisch gezien iets in, voor mij was het ook een welkome bevestiging van het feit dat er helemaal niets mis mee is om niet aangesloten te zijn bij allerlei verenigingen.Eén lidmaatschap heb ik op mijn naam staan: zo'n 25 jaar geleden maakte ik deel uit van een amateurtoneelgroep. That's it. Vandaar dat ik nooit goed weet wat ik moet invullen als er op een formulier naar mijn hobby's wordt gevraagd. 'Lezen en schrijven', doe ik dan maar, want ik vermoed dat dat nog min of meer aanvaardbaar klinkt. Dat ze dan misschien niet meteen zullen denken dat ik een soort sociopaat ben.Natuurlijk doe ik in mijn vrije tijd veel meer dan dat. Met vrienden afspreken vooral, om te praten, te eten, te drinken, naar theater of concerten te gaan. Je zou kunnen zeggen dat ik mijn eigen verenigingetje heb. Maar daar nemen de meeste mensen dus geen genoegen mee. 'Weet je wat jij nodig hebt? Een hobby!' Hoe vaak heb ik dat al niet gehoord. En dan volgt een uitgebreid relaas over hoeveel ze al hebben geleerd in hun leesclub, hoe kameraadschappelijk het er in het buurtcomité toegaat of hoe ontspannend hun kookclub is.Als je hard aan je carrière werkt, kinderen opvoedt en ook nog met het huishouden opgescheept zit, kom je er nog wel mee weg om geen officiële hobby's te hebben. Maar in de levensfase ervoor en erna is er geen ontsnappen aan. Zo goed als elk lagereschoolkind - als het tenminste uit een min of meer welstellend gezin komt - heeft tegenwoordig minstens drie hobby's: muziekschool of tekenacademie, de jeugdbeweging en dan nog de een of andere sport. En hun ouders maar klagen dat ze de hele tijd van hot naar her moeten rijden. Maar ze hebben het ervoor over, zeggen ze dan, want hun kinderen moeten zich zoveel mogelijk kunnen ontplooien en hun vrije tijd zinvol invullen. Alsof we doodsbang zijn geworden dat onze kroost zich zou vervelen.Nochtans is daar helemaal niets mis mee. Integendeel. Zalig vind ik het als een kind tijdens de zomermaanden rommelt in huis, op de trampoline ligt te dagdromen of met een koptelefoon op zijn hoofd op de bank ligt. Maar toch hebben we de neiging om ze al na een kwartier toe te roepen dat ze beter iets kunnen gaan doen. Kun je je er als werkende ouder nog van afmaken met het argument dat je het met je werk en al die hobby's van de kinderen véél te druk hebt voor de een of andere club, dan wordt dat een pak moeilijker zodra je met pensioen bent. Gepensioneerden worden geacht er alles aan te doen om het beruchte zwarte gat te vermijden. Of ze daar nu zin in hebben of niet. 'Sinds ze niet meer werkt, moet ik een afspraak maken om mijn moeder nog te zien', vertelde een vriend lachend. 'Nooit is ze thuis. Ze is of op een vergadering van de gepensioneerdenbond, of op de naaiclub of ze gaat een weekend stappen met haar wandelkring.' Zo hebben we het graag: dat onze ouders zich lekker bezighouden, dat ze onder de mensen komen ook. Wie daar niet aan wil meedoen, omdat hij geen groepsmens is of simpelweg niet van verplichtingen houdt, wordt scheef bekeken. Ook door leeftijdgenoten. Mijn moeder, die nu al een paar jaar met pensioen is, blijft moedig aan die druk weerstaan. Ze houdt niet zo van clubs, groepsuitstappen en mensen die haar agenda bepalen. Wel heeft ze even een leesclub geprobeerd, maar ze leest liever wat ze wil om er dan met vriendinnen over te praten. Toch is mijn moeder de meest bezige vrouw die ik ken. Ze verveelt zich nooit. En misschien is dat zelfs wel een beetje jammer. Al je je na je pensioen al niet ongegeneerd mag vervelen, wanneer dan in godsnaam wel?