Toen de Gentse strafpleiter Hans Rieder op vrijdag 16 mei werd binnengeleid in het kantoor van de Antwerpse onderzoeksrechter Dirk Verhaeghe, lag er een arrestatiebevel op tafel. Rieder was een dag eerder bijna letterlijk van straat geplukt en had de nacht in een gevangeniscel moeten doorbrengen. Zo'n 'bevel tot medebrenging' - waarmee iemand bijna manu militari voor een onderzoeksrechter kan worden gebracht - is een procedure die in principe voorzien is voor iemand wiens schuld vaststaat, en van wie verwacht wordt dat hij zich tegen een ondervraging zou verzetten.
...

Toen de Gentse strafpleiter Hans Rieder op vrijdag 16 mei werd binnengeleid in het kantoor van de Antwerpse onderzoeksrechter Dirk Verhaeghe, lag er een arrestatiebevel op tafel. Rieder was een dag eerder bijna letterlijk van straat geplukt en had de nacht in een gevangeniscel moeten doorbrengen. Zo'n 'bevel tot medebrenging' - waarmee iemand bijna manu militari voor een onderzoeksrechter kan worden gebracht - is een procedure die in principe voorzien is voor iemand wiens schuld vaststaat, en van wie verwacht wordt dat hij zich tegen een ondervraging zou verzetten. Wat voor Rieder nooit het geval zou zijn geweest. Hij houdt namelijk zijn onschuld staande en stelt dat hij dat ook kan bewijzen. Rieder wordt ervan verdacht dat hij vorig jaar tijdens het proces van de moord op veearts-keurder Karel Van Noppen meineed pleegde om zijn cliënt Alex Vercauteren, die levenslang kreeg als opdrachtgever van de moord, uit de wind te zetten. Rieders kantoor was in mei 1999 namelijk het decor geweest van een soms hilarisch gebeuren, waarbij twee Griek- se afgezanten van de organisator van de moord, Carl De Schutter, zich aanboden met een briefje waarin De Schutter vroeg of Vercauteren hem geen 300.000 dollar kon betalen. Die had hij nodig om te kunnen ontsnappen uit de Franse gevangenis waarin hij toen zat. In de versie van De Schutter betrof het zwijggeld. Volgens Rieder en Vercauteren ging het om afpersing. Het briefje dat het bewijs had kunnen leveren, joeg Rieder helaas door zijn papierversnipperaar. Cruciaal is de vraag hoe de twee Grieken zich op Rieders kantoor aandienden. Want daarin verschilt Rieders versie van de feiten van die van twee secretaressen en ook van de eerste verklaring die Vercauteren zelf aflegde. Drie tegen één dus, maar Rieder blijft volhouden dat zijn secretaressen niet op de hoogte kónden zijn van het gebeuren met de Grieken (wegens die dag afwezig) en dat Vercauteren enkele telefoongesprekken door elkaar haspelde. Het parket-generaal in de zaak-Van Noppen was echter van oordeel dat Rieder de kluit had proberen te belazeren en diende een klacht tegen hem in. Een jaar lang hoorde de advocaat niets van de zaak. Tot twee weken geleden Vercauteren over de kwestie werd ondervraagd, vlak voor een nieuwe procedure van Rieder voor het Antwerpse hof van assisen begon om nog maar eens te proberen zijn cliënt op basis van procedurefouten uit de cel te pleiten. Rieder lijkt ervan uit te gaan dat, als hij maar genoeg rechters kan laten opvorderen om over de zaak te oordelen, er toch eens iemand bij moet zitten die hem gelijk geeft. Hij liet zelfs de volledige assisenjury van het proces-Van Noppen opdraven om te worden verhoord, een precedent in de rechtspraak dat snel van tafel werd geveegd met het argument dat beraadslagingen over de schuldvraag geheim zijn. Rieders collega's probeerden hem vorige week in zijn cel zijn dossiers over de zaak te bezorgen, maar vruchteloos. Zijn verhoor, dat volledig werd uitgeschreven, duurde slechts een uur of vier en begon heel bits. Maar wie had gedacht dat de onderzoeksrechter over nieuwe informatie beschikte om het drastische optreden tegen de advocaat te verantwoorden, had het mis. De ondervraging betrof uitsluitend elementen die al tijdens het proces-Van Noppen aan bod waren gekomen: de verklaringen van Vercauteren en de twee secretaressen, de vermeende intimidatie van de sleutelsecretaresse door Rieders broer en uitspraken van Rieder zelf, zoals zijn oorspronkelijke stelling dat De Schutter een 'fantast' was omdat hij had verteld dat Rieder voor de ontmoeting met de Grieken een bodyguard had ingehuurd - de bodyguard bleek achteraf een andere klant van Rieder te zijn geweest: een pooier. Het laatste stuk van het verhoor betrof een lang pleidooi van Rieder tegen de intimiderende behandeling die hij had moeten ondergaan, en de vraag hoe onder meer zijn gehandicapte zoon zou reageren op zijn sterk gemediatiseerde voorleiding. Het is absurd, en misschien zelfs contraproductief dat het Antwerpse parket zich zo laat meeslepen door zijn hetze tegen de bekende strafpleiter, op zo'n cruciaal moment in Rieders procedureslag tegen de veroordeling van zijn cliënt Vercauteren. Het is ook vreemd dat er geen nieuwe elementen in het onderzoek zijn aangedragen. De advocaat van de Griek Andreas Mariou, die voor De Schutter de ontmoeting op Rieders kantoor regelde en nu in Nederland voor roofmoord in de gevangenis zit, herinnerde zich niet dat zijn cliënt het afgelopen jaar door Belgische speurders ondervraagd werd. Nochtans zou deze Griek de sleutel in handen hebben om te oordelen wie van beide partijen - De Schutter of Rieder en Vercauteren - het bij het rechte eind had. Na de ondervraging van Rieder durfde Verhaeghe - een als ervaren en gedegen gekwalificeerd onderzoeksrechter - het niet aan om de advocaat te arresteren. Hij liet hem vrij zonder voorwaarden, maar stelde hem wel in verdenking voor het 'afleggen van een valse getuigenis in criminele zaken'. Daarop staat een gevangenisstraf van vijf tot tien jaar. Dirk Draulans