Terwijl de oorlog in Darfur voortraast, is de groene tuin van het Ozonecafé in Khartoem een oase van rust. Hier drinken expats en rijke jonge Sudanezen een cappuccino en eten ze een ijsje, in de door speciale airconditioning gekoelde buitenlucht. Zwaar opgemaakte vrouwen dragen hoge hakken en hebben hun hoofddoek losjes om de schouders hangen terwijl ze hun nieuwe mobieltjes met elkaar vergelijken. Grote BMW's en zilveren Hummers staan buiten geparkeerd, zodat ze vanuit het café goed te zien zijn. 'Wij Sudanezen noemen Khartoem New York', zegt Mohammed Osman, terwijl hij een apfelstrudel eet. 'We kunnen onze ogen niet geloven als we dit allemaal zien.'
...

Terwijl de oorlog in Darfur voortraast, is de groene tuin van het Ozonecafé in Khartoem een oase van rust. Hier drinken expats en rijke jonge Sudanezen een cappuccino en eten ze een ijsje, in de door speciale airconditioning gekoelde buitenlucht. Zwaar opgemaakte vrouwen dragen hoge hakken en hebben hun hoofddoek losjes om de schouders hangen terwijl ze hun nieuwe mobieltjes met elkaar vergelijken. Grote BMW's en zilveren Hummers staan buiten geparkeerd, zodat ze vanuit het café goed te zien zijn. 'Wij Sudanezen noemen Khartoem New York', zegt Mohammed Osman, terwijl hij een apfelstrudel eet. 'We kunnen onze ogen niet geloven als we dit allemaal zien.' Ondanks Sudans imago als een zanderig land vol geweld, terrorisme, hongersnood en stervende mensen, is er in Khartoem een economische boom aan de gang. Oliedollars hebben het land omgetoverd tot een van de snelst groeiende economieën van Afrika - ze groeide in het afgelopen jaar naar schatting 12 procent. Van het Amerikaanse embargo heeft Sudan weinig last: landen uit Azië en het Midden-Oosten staan te popelen om hier zaken te mogen doen. Overal worden nieuwe winkelcentra, hotels, kantoorgebouwen, bruggen en wegen gebouwd. De meeste banen gaan naar gastarbeiders die voor minder geld harder werken. 'We verkeerden in een winterslaap. Toen we wakker werden, hebben we een vliegende start genomen', zegt Mohammed El-Shafie van de DAL-groep, het grootste privéconsortium in Sudan. De DAL-groep handelt onder meer in Mercedessen en heeft een constructiebedrijf. Shafie zit comfortabel in een glanzend gebouw in de industriezone van de hoofdstad. Om de hoek wonen arme mensen in zelfgemaakte hutjes. Ze verkopen Coca-Cola aan voorbijgangers. Hij raakt niet uitgepraat over het goede mobiele netwerk en de snelle internetvoorzieningen in zijn land. 'Het heeft zo lang geduurd omdat we het te druk hadden met oorlogvoeren', zegt hij, verwijzend naar de jarenlange burgeroorlog tussen het noorden en het zuiden die in 2002, onder internationale druk, met een staakt-het-vuren werd beëindigd. 'Ze spreken van een boom, maar dit is nog maar het begin. Het gaat allemaal nog veel beter worden', zegt Shafie. Hij heeft gelikte powerpointpresentaties en video's bij de hand om dat te illustreren. 'De afgelopen jaren is de situatie hier 180 graden gedraaid. Tien jaar geleden stonden we in de rij bij de bakker om aan brood te komen, nu staan we in de belangstelling van de internationale gemeenschap', zegt hij. 'We hebben hier nu tienduizenden expats, en die hebben andere verwachtingen dan de gemiddelde Sudanees. Buitenlanders willen goede hotels en een koude cola bij het zwembad.' Op die behoeften heeft het Rotana Al Salam Hotel slim ingespeeld. De luxueuze kamers in dit vijfsterrenhotel zitten bijna altijd vol, een tweede vestiging wordt overwogen. In de marmeren lobby kun je draadloos internetten en wordt druk onderhandeld door mensen van allerlei nationaliteiten. In het riante zwembad kun je in bikini komen zwemmen, maar alcohol is onder de sharia verboden. De Libische president, Muammar Khaddafi, heeft de mogelijkheden in het grootste land van Afrika ook geroken en opent binnenkort zijn zevensterrenhotel aan de Nijl. In the excellence building van de DAL-Groep heeft executive manager Ronnie Shaoul zijn kantoor. Net als veel andere succesvolle zakenlui in Khartoem is Shaoul een Sudanees van Europese komaf. Zijn familie woont al generaties in Sudan, en dat geeft hem een voorsprong op buitenlandse zakenmensen die de cultuur meestal niet kennen. 'Ik ben misschien niet zwart, maar ik voel me helemaal Sudanees. Ik weet hoe mensen hier denken', lacht Shaoul, die net als een aantal van zijn vrienden consul van een Europees land is - een erebaantje. Hij ziet eindeloze mogelijkheden. De DAL-groep is bezig met een zuivelbedrijf en investeert in de landbouw. Shaoul en Shafie zijn zeer te spreken over de politieke situatie in hun land. 'Dit is een stabiel politiek klimaat, afgezien van wat probleempjes in Darfur', zegt Shaoul, en wuift het denkbeeldige Darfur met zijn hand losjes weg. Shafie is van mening dat de internationale media de situatie in Darfur zwaar overdrijven. 'Dat conflict is een lokaal probleem tussen nomaden en wilden die nooit naar school zijn geweest', briest hij. Het zijn uitspraken die het regime van president Omar Al-Bashir, die in 1989 de macht greep, graag hoort. Elke verantwoordelijkheid voor het conflict wordt door de overheid ontkent. Bovendien benoemt de regering militieleiders die verdacht worden van misdaden in Darfur als adviseurs. Sinds het conflict in de westelijke provincie in 2003 oplaaide, zijn er meer dan 200.000 doden gevallen en werden miljoenen uit hun huizen verdreven. China, een van de belangrijkste economische, militaire en politieke partners van de Sudanese regering, staat de laatste tijd onder druk om de Sudanese regering een eind te doen maken aan het conflict in Darfur. Om die druk op te voeren stapte regisseur Steven Spielberg onlangs op als artistiek adviseur van de Olympische Spelen, die later dit jaar in Peking gehouden worden, en elf Nobelprijswinnaars hebben zich met hun zorgen tot de Chinese president Hu Jintao gewend. Peking heeft veel invloed op de regering van Al-Bashir omdat het twee derde van de Sudanese exportolie afneemt - de Chinese National Petroleum Corporation is meerderheidsaandeelhouder van de Sudanese Greater Nile Petroleum Company. Soms lijkt het in Khartoem bijna alsof je in China rondloopt. Je hebt er Chinese restaurants, Chinese bussen, Chinese scholen en Chinese supermarkten. De tienduizenden Chinezen in Sudan werken van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, wonen bij elkaar en mengen zich zo min mogelijk onder de lokale bevolking. 's Avonds spelen ze poker of gaan ze uiteten. 'Er is zeker sprake van een cultuurschok. De Sudanezen werken niet erg hard. Ze gaan laat naar bed en slapen lang uit, gaan om de haverklap bidden en nemen urenlange pauzes', zegt een Chinese zakenman die nu twee jaar in Khartoem woont. Bij de Chinese ambassade hangen rode lantaarntjes buiten en eenmaal voorbij het hoge witte hek waan je je in een andere wereld. Dit is een van de mooiste gebouwen van de stad met een enorme bloementuin, een sportclub, een zwembad en alles wat een Chinees nodig heeft om zich hier tijdens zijn vrije uren te vermaken. In de kalme ontvangsthal worden kopjes groene thee geserveerd. Hao Hongshe, economisch en commercieel adviseur van de ambassade, vertelt via een vertaler dat China ruim 2 miljard dollar geïnvesteerd heeft in dammen, wegen, ziekenhuizen, scholen en elektriciteitsnetwerken. Hongshe staat erop uit te wijden over de Chinese humanitaire projecten in Sudan. 'We doen heel veel onzichtbaar ontwikkelingswerk. We hebben een nieuw concept: de mensen komen op de eerste plaats.' Hao vertelt dat China Sudan helpt zich te ontwikkelen en geld te verdienen. 'We moedigen Chinese bedrijven aan om in Sudan te investeren. Het meest succesvolle voorbeeld is de investering in de oliesector. We kwamen hier, keken naar de hemel en de pizza viel in onze mond', zegt hij. Pardon? 'Een Chinese manier om te zeggen dat China erg veel geluk heeft gehad met de investeringen in de Sudanese olie', fluistert de vertaler. Hao vindt dat Europeanen en Amerikanen zich arrogant opstellen tegenover Sudan. 'Wij zijn bescheidener. Europeanen zijn wit en wij zijn geel, dus we staan toch iets dichter bij de Sudanezen', lacht hij. En dan komt het: 'Wij mengen ons niet in binnenlandse aangelegenheden. Dat is de fout die het Westen maakt.' Het komt de Sudanese regering goed uit dat China geen voorwaarden verbindt aan zijn investeringen. Ze lijken zich geen moment druk te maken om de mensenrechtensituatie of de Sudanese manier van besturen. De Chinezen weten precies hoe ze het moeten aanpakken. "'Hier is de koffer met geld, waar is het contract?" Verder worden er geen vragen gesteld', zegt een analist in Khartoem die liever anoniem wil blijven. Het zijn niet alleen de Chinezen die hier zakendoen. Ook Maleisiërs zitten in de olie, Libanezen en Zuid-Afrikanen doen allerlei andere zaken. Bovendien heeft de enorme Sudanese diaspora geroken dat hier nu veel kansen liggen. Abdul Rahman Farah kwam vorig jaar terug uit Qatar om in Khartoem de paardenrennen nieuw leven in te blazen. Er is een mooie renbaan en hij heeft grootse plannen. Tijdens een van de wedstrijden is hij druk doende om het iedereen naar de zin te maken. 'Je vindt in Khartoem weinig entertainment. We willen hier iets van maken', zegt hij, en hij loopt naar de nepleren fauteuils waarop een aantal vips met witte tulbanden zitten te puffen in de hitte. Aan de andere kant van het hoge hek staan de gewone mensen. 'Daar willen we eetkraampjes neerzetten, zodat ze hier echt een middag kunnen genieten', zegt hij en geeft de dj een teken dat de muziek zachter moet. De zaken gaan hard in Khartoem, maar lang niet alle Sudanezen profiteren daarvan. Het blijft bij een selecte elite die nauwe banden heeft met het regime. Het gemiddelde salaris bedraagt minder dan 200 euro per maand en de prijzen gaan almaar omhoog. Het contrast tussen arm en rijk is enorm. Je hoeft maar een paar kilometer de stad uit te rijden en je komt terecht in enorme vluchtelingenkampen zonder elektriciteit of stromend water. Hier kunnen mensen niet lezen of schrijven en zijn ze afhankelijk van voedselhulp. 'De bevolking wordt met opzet dom gehouden. Hoe ontwikkelder mensen zijn, hoe gevaarlijker. Als de bevolking beter opgeleid zou zijn, zou dit systeem ineenstorten. Dan breekt de revolutie uit', zegt Hassan Al-Turabi in de salon van zijn huis in Khartoem. Turabi was het brein achter de coup die de huidige president Omar Al-Bashir in 1989 aan de macht bracht. In 1999 kregen ze ruzie en werd hij gevangengezet. In totaal zat de oppositieleider elf jaar achter de tralies. Hij heeft geen goed woord over voor het regime van Al-Bashir en wordt scherp in de gaten gehouden. 'Dit is een corrupt, militair regime dat al het geld in zijn eigen zak steekt. Ze claimen islamitisch te zijn, maar dat zijn niet meer dan slogans. Ze zijn hypocriet.' Ook Magda Mohammed Ahmed Ali, oprichtster van een Sudanese ngo, is niet te spreken over de situatie. 'Uit het hele land komen mensen naar Khartoem. Hier is werk, en dit is de enige plek waar je behoorlijk onderwijs kunt krijgen. Er wordt niet nagedacht over de toekomst. De mensen hebben er echt genoeg van', zegt ze in haar kantoor in Khartoem. Niet dat de Sudanese regering er ook maar aan denkt om van koers te veranderen, meent ze.'Soms verandert er iets, maar dat is dan alleen maar om de internationale gemeenschap zoet te houden. Niemand kan deze regering veranderen. Een beetje druk uitoefenen is echt niet genoeg.' Nu de oliedollars binnenstromen, zou ze graag zien dat haar land gratis onderwijs en gezondheidszorg kreeg. 'Maar natuurlijk is dat niet het geval. We hebben geen idee hoeveel de regering verdient aan de olie en waar het geld naartoe gaat. Ze hebben de volledige controle over de economie. Het geld wordt weggesluisd naar Dubai en Maleisië, en een deel ligt in het huis van onze minister van Energie', zegt ze ziedend. 'De regering hier is heel geraffineerd. Ze zijn slim en ze weten precies wat ze doen. We hebben daar een Sudanees spreekwoord voor: de regering dwingt de bevolking naar de moskee te gaan en is intussen zelf druk bezig op de markt.' DOOR DAISY MOHR IN KHARTOEM/foto's sarah hunter