De Commissie-Dutroux was hard voor procureur Benoît Dejemeppe van Brussel. Fluisterstemmen in het justitiepaleis weten nu zeker waarom.
...

De Commissie-Dutroux was hard voor procureur Benoît Dejemeppe van Brussel. Fluisterstemmen in het justitiepaleis weten nu zeker waarom.Het verdient nader onderzoek, maar wellicht is Benoît Dejemeppe de houder van een triest record. De procureur des konings in Brussel is namelijk door alle leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in navolging van de Commissie-Dutroux, unaniem, ?onbekwaam? genoemd. Dat verdict was zo zwaar, dat de procureur vorige week al door minister van Justitie Stefaan De Clerck voor het blok werd geplaatst : ofwel een promotie tot advocaat-generaal bij het Hof van Beroep accepteren, ofwel zijn parket beter organiseren. Dat wil zeggen : zijn werk doen. Zo'n affront konden zijn diensten niet over hun kant laten gaan. Ze dreigden niet alleen met een soort stiptheidsstaking (alweer : kijk uit, of we gaan ons werk doen), ze hadden ook een verklaring voor de verbazende unanimiteit van de voltallige Kamer afgezien nog van de achter het handje gefluisterde vaststelling dat het bij het parket in Brussel inderdaad een zootje is : het was een lage streek van de Vlamingen in de Commissie-Dutroux. Althans, zo fluisterden enkele substituten onze collega's van Le Soir in het oor. Uiteindelijke bedoeling van het complot : de franstalige Dejemeppe vervangen door een Vlaming. Dat er zoveel boos opzet in het spel zou zijn, durft de Brusselse krant niet te veronderstellen. Immers, de voorzitter van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg is al een Vlaming en de procureur-generaal bij het Hof van Beroep ook, geef toe, dans une ville comme Bruxelles...Het is met de procureur des konings in Brussel zoals met de kat van de onlangs gestorven Chinese staatsman Deng Xiaoping : het speelt geen rol of ze nu grijs is of wit, als ze maar muizen vangt. Het punt is niet of Dejemeppe Nederlands of Frans spreekt, als hij maar boeven klist. En dat was nu net het probleem. Het gevaar-LaurentEr was een tijd dat alles zo gesmeerd liep in het koninkrijk, dat de idee algemeen werd aanvaard dat het staatshoofd rustig kon worden vervangen door een rhesusaapje. De grondwet regelde alles, iedereen hield zich aan de afspraken en afgezien daarvan zorgde de kabinetschef er wel voor dat de gepaste lui op het geschikte moment op het paleis werden ontvangen. Tot Boudewijn I zo midden de jaren tachtig steeds zorgelijker begon te kijken, en zijn onderdanen almaar strenger begon toe te spreken. Het was niet alles meer rozengeur en maneschijn, sommigen maakten er te duidelijk een potje van, de vorst stapte steeds nadrukkelijker in de rol van 's lands geweten. Historicus Jean Stengers, een kenner, werpt nu een nieuw licht op bepaalde gebeurtenissen uit die jaren. Het komt er op neer dat Boudewijn lucht kreeg van de theorie van het rhesusaapje, in de persoon van prins Laurent. Waarom die het bij zijn oom verkorven had, wordt niet helemaal duidelijk, maar in ieder geval : het gevaar-Laurent moest worden bezworen. Daarom inspireerde de vorst persoonlijk het initiatief, waarbij begin jaren negentig de grondwet in die zin werd gewijzigd dat nu ook vrouwen de Belgische troon kunnen bestijgen. Vrouwen ? Prinses Astrid. Het ging er dus niet om een restant ancien régime op te ruimen : de operatie wou alleen Astrid en haar nakomelingschap tussen Laurent en de troon wrikken. Van derde in de rij voor de opvolging (na zijn vader en zijn oudere broer Filip) zakte die daarmee namelijk ineens naar de zevende plaats. Waarna hij zich van lieverlede maar ontpopte tot dierenvriend der natie. HermanWoensdag. Binst dat ik het partijbureau presideerde, moest ik in mijn eigen toch weer monkellachen. De kleine Daems zat daar weer te peroreren zonder vel over zijn buik, zodat ik hem een stek onder water gaf met een Franse filosofie : en bouche close jamais mouche n'entra. Maar hij maakte zich gelijk kwaad en vroeg dreigenderwijs : vous voulez la France ? Ochottekestoch. Ik heb van krommenaas gebaard, maar 't was toch direct gedaan met zijn parlé. Zo konden de grote mensen ook eens een woordje placeren en ik heb een annonce gemaakt van mijn groot plan voor de tewerkstelling. De ware staatsman wordt niet herkend omdat hij in de Raad van State zit, bijlange niet d'ailleurs, die komt toch nooit te hope. Neent, ge herkent hem aan de feitelijke benaarstiging waarmee hij de problemen van de gewone mens gelijk gij en ik met wortel en tak ter hand neemt. Dat is mijn gedacht. En wat zijn die problemen ? De taksen, surtout de taksen ! Neemt tegenwoordig maar een keer werkvolk aan, ik zeg maar iets, ge betaalt u onnozel aan taksen. Alleen voor daaraan te peinzen, zouden ze u al een taks aan uw baard durven smeren. Mijn groot plan voor de tewerkstelling is dus : minder taksen. Dat de regering zich daar nog zelf niet aan gepeinsd heeft, dat versta ik toch niet, 't is pertang simpel gelijk bonjour. Ze blijft maar surplacen, wat een klaar bewijs is dat Dehaene heel zijn kiekenkot maar beter bij het groot vuil zet. D'ailleurs, ik had het plan-De Croo nog maar justekes geannonceerd of ik kreeg al gelijk van de Oeso en Fabrimetal. Ik wil niet op mijn eigen stoefen, maar als het zo is, mag het gezegd worden. Donderdag.Qui ne peut galoper, qu'il trotte, bepeinsde ik, en ik zadelde Fleur voor een galopke door mijn doening achter Michelbeke, waar dat ik mijn appels kweek. Halverwege kwam mijn trouwe Basiel armenwiekend naar mij toegelopen. Hij moest naar zijn asem snokken, zozeer was hij aangedaan. Door de vorst vandenacht waren bijkans al onze bloesems bevrozen ! Onze Boskoop, alleen nog goed voor weg te smijten, ik zeg het u. Als we van de rest nog compot kunnen maken, mogen we al content zijn. Een ander mens zou misschien beginnen schreeuwen gelijk een klein kind, maar achter elke regenwolk piept een zonneke. Ik bleef daar dus nogal metaforiek bij. Die bevrozen knopkes van onze laagstammen waren bruin geworden, en dat deed mij denken aan de regering. Die knopkes moeten dus schoon blauw zien om te kunnen dragen, als ge verstaat wat ik wil zeggen. 't Zou er nog aan mankeren. En daarbij, hoe minder aanvoer van appels, hoe hoger de prijzen. Wij zijn daar vóór, in onze partij. Vrijdag. Om 8 u23 het 75.000ste dossier van mijn dienstbetoon geopend ! Van contentement met de jubilaris een bruine Roman gaan drinken in de Liberty in Brakel, waar ik een tournée générale heb gegeven. ?Ge moet verstaan, eentje is geentje,? hoorde ik iemand zeggen. ?Nee, op één been kunt ge niet staan,? antwoordde iemand anders. Ofwel wilden ze er nog eentje bestellen, ofwel waren ze weer over die tweeling van Martens bezig. Schoongemutst weer thuisgekomen, heb ik een keer naar Dendermonde gebeld. Een mens kan nooit zeker genoeg zijn. We zullen morgen zien op Guy zijn bal. Zaterdag. Goede gewoontes verstijven niet ! Voor zover mijn agenda het toelaat, wordt het presidentskap van onze partij binnenkort weer voor de burgers geworpen. Bij het ochtendkrieken het slachtveld overschouwd. En wat zie ik ? Nog altijd niets ! Horror vacui ! Enige dwergen aan de hoogte van mijn knoesels niet meegeteld. Vandenavond heeft Guy schoon gesproken op zijn bal in Gent. 't Is niet altijd zo bezonken als bij mij, maar aan de redekunstigheid herkent men toch wie dat er president is ! Ik heb hem gefeliciteerd en met een schalksheid toegevoegd : qui quitte la partie la perd. Hij ging aan de kleine Daems vragen wat dat wilde zeggen, want die denkt dat hij Frans kent. ?Maar néé, 'k ga 'k ik de partij niet verlaten,? hoorde ik Guy nog zeggen. Hij was zeer opgesmeten. Ik ben naar buiten moeten gaan omdat ik mij niet kon inhouden van het schuddebuiken. Zondag. Als 't regent zijn de fruitkwekers content. Na de Burgerkrant te hebben gelezen heb ik mij aan het opstellen van dit kroniekske gezet, want ik heb geen zittend gat. Voor de uitdieping van de democratie in onze partij en van de nieuwe politieke cultuur is het niet van belang ontbloot om in de boekskes de verschijning te blijven bewerkstelligen van ons programma, dat spreekt van zijn eigen. Naar goede gewoonte stelt Knack mij daarvoor deze pagina's ter beschikking en ik omgekeerd. Want als er iemand Frans kent, zal ik het toch wel zijn zeker. Bijdragen : Marc Reynebeau, Hubert van Humbeeck Wachten in Zeebrugge (foto : Patrick de Spiegelaere).