In een pensioenenquête van verzekeraar Vivium geeft meer dan de helft van de ondervraagden aan dat ze zich zorgen maken over de financiële situatie waarin ze bij hun pensionering terecht zullen komen: 11 procent is 'heel erg bezorgd' en 43 procent 'in zekere mate'. Slechts 44 procent maakt zich niet zo veel of helemaal geen zorgen.
...

In een pensioenenquête van verzekeraar Vivium geeft meer dan de helft van de ondervraagden aan dat ze zich zorgen maken over de financiële situatie waarin ze bij hun pensionering terecht zullen komen: 11 procent is 'heel erg bezorgd' en 43 procent 'in zekere mate'. Slechts 44 procent maakt zich niet zo veel of helemaal geen zorgen. Het probleem begint met wat bij de pensionering wettelijk is voorzien: liefst driekwart van de respondenten denkt dat het wettelijke pensioen niet zal volstaan. Bij de zelfstandigen is zelfs 91 procent daarvan overtuigd. Dat de overgrote meerderheid (86 procent) aangeeft zelf maatregelen te nemen om het falen van het wettelijk pensioen te compenseren, hoeft dus niet te verbazen; zelfs in de categorie -35 jaar zegt 69 procent een reserve aan te leggen. Ze bedoelen dan vooral pensioen-sparen en een eigen woning. De fiscale voordelen die de overheid uittrekt om de private inspanningen te ondersteunen, zijn voor 57 procent van de ondervraagden onvoldoende. Franstaligen stellen zich op dit punt opvallend kritischer op dan Nederlandstaligen. Grote ergernis bestaat er ook over de manier waarop het recht op een pensioen verbonden is aan een verbod om nog (substantieel) te werken. Voor de helft van de ondervraagden maakt het allemaal niet uit:die willen na hun pensionering niet meer werken, of alleen als ze daartoe om financiële redenen gedwongen zouden worden. Maar 29 procent wil 'op vrijwillige basis' nog wel wat kunnen doen, en 17 procent wil ook na de pensionering nog bezoldigd kunnen werken. Volgens de huidige regelgeving wordt (een deel van) het pensioen ingehouden als een gepensioneerde meer bijverdient dan een bepaalde grens. Voor 77 procent van de ondervraagden zijn die grenzente streng: 37 procent wil ze gewoon verhogen en 40 procent ziet ze nog het liefst gewoon afgeschaft. Alleen jongeren lijken nog vatbaar voor het idee dat die grenzen een goede reden hebben. Met de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar voor mannen én vrouwen vanaf 2009) is trouwens, volgens 48 procent van de respondenten, niets mis hoewel de vrouwen (39 procent) daar net iets minder van overtuigd zijn dan de mannen (51,4 procent). Veel vrouwen hebben het wellicht nog niet verteerd dat hun pensioenleeftijd verhoogd wordt. De mensen die 65 jaar géén goede wettelijke pensioenleeftijd vinden, hebben daar uiteenlopende redenen voor: 22 procent van het totaal vindt dat de wettelijke pensioenleeftijd omlaag moet, maar 7 procent denkt dat hij beter omhoog kan, en liefst 15 procent ziet helemaal geen bestaansreden voor een wettelijke pensioenleeftijd en vindt dat die beter wordt afgeschaft. Het is jammer dat de steekproef van Vivium geen getrouwe weerspiegeling van de Belgische bevolking is. Vrouwen en Franstaligen, bijvoorbeeld, zijn relatief oververtegenwoordigd, en dat zorgt voor een vertekening. Dat neemt niet weg dat de 2622 ondervraagden een trend aangeven waar niemand naast kan kijken. Luc Baltussen