Het Instituut voor de Nationale Rekeningen bezorgde N-VA-voorzitter Geert Bourgeois vorige week een kwalijke verrassing. Het pakte namelijk uit met precieze cijfers (voor het jaar 2000) over de regionale transfers in België: via solidariteitsmechanismen als de belastingen en de sociale zekerheid vloeit er voor 2,3 miljard euro Vlaams geld naar Wallonië. Vlaanderen werd daar netto ongeveer 2,6 procent armer van.
...

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen bezorgde N-VA-voorzitter Geert Bourgeois vorige week een kwalijke verrassing. Het pakte namelijk uit met precieze cijfers (voor het jaar 2000) over de regionale transfers in België: via solidariteitsmechanismen als de belastingen en de sociale zekerheid vloeit er voor 2,3 miljard euro Vlaams geld naar Wallonië. Vlaanderen werd daar netto ongeveer 2,6 procent armer van. Daarmee is het bestaan van die geldstroom eens te meer bevestigd en kan er zelfs een precies cijfer op gekleefd worden. Dat maakt het dossier min of meer objectiveerbaar en dus politiek hanteerbaar - net wat Bourgeois en zijn partij willen. Want de transfers vormen een centraal argument in hun nationalistische streven: met het opdoeken van de Belgische constructie drogen ook de geldstromen op. De kwalijke verrassing was dat het Instituut had becijferd dat niet alleen Wallonië, maar ook Bourgeois' eigen provincie West-Vlaanderen (net als delen van Oost-Vlaanderen en Limburg) flink profiteert van de nationale solidariteit. De West-Vlamingen zagen daardoor hun gezamenlijke beschikbare inkomen met haast 200 miljoen euro toenemen. Geen habbekrats. Daarmee heeft Bourgeois een doctrinair, haast ideologisch probleem. Het heet wel vaker dat Wallonië zoveel solidariteit uit Vlaanderen behoeft, omdat het geld daar niet goed wordt beheerd, als het er al niet gewoon over de balk wordt gegooid. Die retoriek beweert wel eens dat Wallonië zich aan klaploperij bezondigt en rustig op de kap van Vlaanderen leeft - en zich daarvoor, tussen twee haakjes, niet eens zeer dankbaar toont. Gazet van Antwerpen hield ooit voor dat Vlaanderen elk Waals gezin zodoende om de vier jaar een auto cadeau doet, een voorbeeld dat zeer tot de verbeelding sprak. Een meer bedaagde versie wil dat de Walen er nu eenmaal een andere, meer bepaald duurdere 'cultuur' op na houden - en dat ze voor die keuze maar zelf moeten betalen. Bij beschaafde lieden als Geert Bourgeois heet het (in De Morgen) dat Vlaanderen en Wallonië beschikken over 'totaal verschillende economieën met een verschillende productiviteit'. Hoe de Waalse economie evenwel 'totaal verschillend' kan zijn, terwijl ze door dezelfde Belgische en Europese regels wordt gestroomlijnd en in dezelfde geglobaliseerde economie moet functioneren, is evenwel een raadsel. Tenware het tweede deel van de equatie erbij wordt betrokken, over de productiviteit. Dat kan alleen impliceren dat de Walen niet zo productief zijn, wegens te lui om net zo hard te werken als de Vlamingen. En daarmee is een kwalijk slag moralisme wel heel dichtbij. Als evenwel blijkt dat de federale solidariteit ook Vlaamse gewesten ten goede komt, wordt het moeilijk om die retoriek te handhaven. Bourgeois kan toch moeilijk beweren dat de West-Vlamingen luier zijn of een andere cultuur aankleven. Misschien zijn ze gewoon meer dan gemiddeld arm, ziek, oud of vinden ze moeilijker een job, zoals het kan gebeuren in regio's die pech hebben. Zodat dan uiteindelijk de essentiële vraag weer bovendrijft, die naar de solidariteit die men nog wil opbrengen met anderen. Solidariteitsmechanismen vlakken inkomensverschillen uit en die kunnen van plaats tot plaats erg verschillen. Het hebben over transfers tussen 'Vlaanderen' en 'Wallonië' is dus een veralgemening die lokale verschillen onzichtbaar maakt. Bijvoorbeeld dat de (rijke) provincie Waals-Brabant door de transfers ook netto armer wordt, terwijl Geert Bourgeois' provincie er, net als andere Vlaamse regio's, net wel bij vaart. Marc Reynebeau