Vijftig jaar geleden schrok Neeroeteren in het Limburgse Maasdal op bij de eerste belangstelling die het te beurt viel. Jef Theeuwissen was de zoon van een mijnwerker, maar reed in zijn vrije tijd met een motorcrossmachine. Hij werd een kampioen. Zijn hele familie werd gelauwerd. Zijn zus was de moeder van Jo Martens. Zijn andere zus was de moeder van wereldkampioen Harry Everts, de vader van Stefan. Allemaal kampioenen en allemaal aangesloten bij dezelfde club die nu MC Maasland heet.
...

Vijftig jaar geleden schrok Neeroeteren in het Limburgse Maasdal op bij de eerste belangstelling die het te beurt viel. Jef Theeuwissen was de zoon van een mijnwerker, maar reed in zijn vrije tijd met een motorcrossmachine. Hij werd een kampioen. Zijn hele familie werd gelauwerd. Zijn zus was de moeder van Jo Martens. Zijn andere zus was de moeder van wereldkampioen Harry Everts, de vader van Stefan. Allemaal kampioenen en allemaal aangesloten bij dezelfde club die nu MC Maasland heet. Jef Schrijvers heeft ze van dichtbij gekend en meegemaakt, tot de huidige generatie met Danny Theybers toe. De club waarvan hij al 26 jaar voorzitter is, is de meest succesvolle van de wereld. In vijftig jaar hebben de aangesloten rijders meer dan zevenhonderd wedstrijden gewonnen. Schrijvers heeft al elk jaar op minstens één kampioen uit eigen rangen kunnen toasten. Sommige jaren was het voor het behalen van een titel afdalen tot bij de juniores, maar gevierd werd er. Het kronen van kampioenen is in Neeroeteren een gewoonte. Het is een plicht. Straks volgt de negende wereldtitel van Stefan Everts. Jef Schrijvers: 'Maar je mag het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is. Stefan rijdt dit seizoen zonder zenuwen. Hij voelt zich uitstekend. Hij kan zich in een wedstrijd soms zelfs met een tweede of derde plaats tevredenstellen. Hij maakt fouten, maar hij wordt er niet nerveus van, omdat hij weet dat de anderen dat ook doen. Mickaël Pichon bezondigt zich daar vaker aan: soms rijdt hij de pannen van het dak, maar in de volgende reeks begaat hij de grootste flater. Dat komt door het besef dat hij naast de overwinning zal grijpen en toch een wanhoopspoging wil ondernemen. Geregeld loopt dat slecht af.'JEF SCHRIJVERS: Pichon is heel impulsief. Hij behoort tot de rijders die de wedstrijd in uitersten zien. Alles of niets. Maar je moet ook tussen die twee in kunnen balanceren. In een competitie die over zo veel zondagen loopt, slaag je er anders niet in om bovenaan te eindigen. Eigenzinnig? Ik trap niet graag tegen de schenen van Pichon: de ene dag verdraagt hij het, de andere heb je de grootste ruzie met hem. SCHRIJVERS: In mijn ogen is Pichon een erg sterk rijder. Maar hij is mentaal heel kwetsbaar. Everts is rustiger. Vorig jaar in de GP van Duitsland in Teuschental reed Pichon tijdens de trainingsritten de beste tijd. In plaats van zich daarmee tevreden te stellen, heeft hij geprobeerd om een nog betere tijd neer te zetten. Misschien dacht hij Everts daarmee nog dieper de put in te boren. Het gevolg was dat hij een zware val had. Waarom, vraag je je af, als hij toch al de beste tijd had? Ik heb het vaak met Stefan meegemaakt dat hij op zaterdag de vierde, vijfde tijd neerzette, maar dan zei: Wanneer telt het, vandaag of morgen? Let op, vroeger zou Stefan er ook ingevlogen zijn. Dat heeft hij ondertussen gelukkig bijgesteld. SCHRIJVERS: Groot. Hij bestudeert het circuit altijd heel grondig. Tussen twee reeksen in onderzoekt hij de getrokken sporen en geeft hij aanwijzingen waar hij denkt dat Stefan een andere keuze kan maken. Dat heeft al vaak succes opgeleverd. In Japan was Pichon sterker in de eerste reeks. Harry heeft Stefan toen een plaats aangewezen waar hij een fractie van een seconde kon winnen door een ander spoor te gebruiken. In de tweede reeks ging Everts daar voorbij Pichon. Het is een geweldig voordeel voor Stefan dat hij zijn vader bij zich heeft. SCHRIJVERS: Die is nooit volmaakt. Sommige dagen zie je het als rijder ook niet. Hoe komt dat? Sommigen zeggen tegen Stefan dat hij niet ver genoeg voor zich uit kijkt. Maar iedereen heeft zijn stijl. Harry Everts bekijkt ook hoe de mindere goden rijden. Het is niet omdat ze technisch minder onderlegd zijn dat ze soms geen beter spoor kiezen. Alleen halen ze er door hun minderwaardige stuurkunst minder uit. SCHRIJVERS: Toen hij een jaar of vijf geleden enkele zware blessures na elkaar heeft opgelopen. In een voorjaarswedstrijd in Frankrijk kreeg hij eerst een knieblessure. Daarna liep hij een armbreuk op. Dat heeft hem minstens een seizoen gekost. Het is vreemd dat ik dat zo zeg, maar zonder die blessures zou hij nu misschien niet meer rijden. Die episode heeft hem weer met de twee voeten op de grond gebracht. Hij heeft in die periode ingezien dat het leven nog meer dan motorcrossen alleen is. Tegelijk heeft hij ook ervaren dat je als motorcrosser een bevoorrechte bezigheid hebt. SCHRIJVERS: Hij haalt een enorm hoog niveau. Vroeger heb ik zijn trainingen vaak meegemaakt. Zijn sterkte is dat hij de laatste ronde in een wedstrijd even snel als de eerste ronde kan rijden. Meestal kunnen de andere piloten hem tot halfkoers bijhouden, maar dan moeten ze hem laten gaan. Je moet in de slotfase in staat zijn om het verschil te maken. Dat kan Stefan. SCHRIJVERS: De stam-Theeuwissen kennende, heb ik er zelfs toen niet aan getwijfeld. Daar geven ze niet af. Hun pijngrens ligt enorm hoog. Ik heb het meegemaakt dat hij gevallen was en dat de ambulance klaar stond om hem weg te brengen. Dat je er zelfs aan twijfelde of hij ooit nog zou rijden. Maar op dat ogenblik toch zeggen: zet mij op de motor, ik ga het proberen. En dan die tweede reeks winnen. De dokters op onze wedstrijden zeggen vaak dat motorcrossers de laatsten zijn die je in een ziekenwagen krijgt. Motorcrossers hebben een enorm incasseringsvermogen. Je moet fysiek helemaal in orde zijn om de brute kracht van een machine onder controle te houden. Alleen wielrenners komen in dat opzicht in de buurt. Voor wielrenners kunnen motorcrossers bewondering opbrengen, niet of nauwelijks voor andere sporters. Elders worden motorcrossers ook makkelijker op een verhoog geplaatst. Danny Theybers die hier bij de eerste tien eindigt, wordt nauwelijks opgemerkt, omdat wij gewoon zijn onze beste rijders in de eerste drie te zien aankomen. Mocht hij in Duitsland of Frankrijk rijden, zouden ze hem op een troon zetten en stonden de sponsors in de rij. SCHRIJVERS: In het begin van het jaar kan dat voorkomen, omdat je dan iets krampachtiger rijdt. Eigenlijk moet je de machine onder controle kunnen houden zonder het stuur dood te drukken. Elke rijder moet na de winter door die aanpassing heen. SCHRIJVERS: In 1975. Dat was bij de voorstelling van de piloten die aan de GP 250cc van Zwitserland deelnamen. Stefan wou met zijn vader meegaan naar de presentatie van de landen-teams, maar mocht niet. Opeens stond hij daar toch, tussen de leden van de Russische ploeg, die hem in het geheim hadden meegesmokkeld. Daar hebben we toen hartelijk om gelachen. Later bracht Harry hem naar de Kiezelgroeve. Laat hem maar spelen, zei hij. In die tijd heeft hij nooit naast zijn zoon gestaan om zijn tijden op te meten. Voor zijn vijftiende zijn de trainingen nooit ernstig geweest. Alleen als wij in Neeroeteren een jeugdwedstrijd organiseerden, mocht Stefan meedoen. SCHRIJVERS: Bij de jeugd al. Hij won vaak. Maar hij was vooral behept met het motorcrossen, hij was er helemaal mee bezig. Hij kon ook onmiddellijk aanwijzen wat aan zijn machine niet in orde was. Op zijn vijftiende heeft hij beslist dat hij voluit wou gaan. Dan gaan we rijden, zei Harry, maar het zal hard zijn. Stefan heeft nog voortgestudeerd, maar hij was vaker onderweg dan op school. Het is dus vooral een zaak van zelfstudie geweest. Als je zijn eerste interviews nu bekijkt, merk je hoeveel moeite hij toen had. Je leerde vooral onderweg. Door te reizen. Vroeger zeker. Je trok vaak naar het buitenland, dat was niet vanzelfsprekend. Nu ben je in minder dan twee uur op een cross diep in Duitsland. Vroeger deed je er vier uur over, het ging over kleinere wegen, alleen al aan de grens stond je één uur in de rij. In de beginjaren van Stefan was een en ander al beter geregeld, maar stel je geen Formule 1-toestanden voor. Voor Harry was het nog echt een avontuur. SCHRIJVERS: Hij heeft ooit wel gezegd dat hij er op zijn dertigste wou mee kappen. Maar dan is hij ernstig geblesseerd geraakt en heeft hij een herbronning doorgemaakt. Hij is er met een gezuiverde geest uitgekomen. Daarna ging hij er weer voor 100 procent tegenaan. Getwijfeld aan zichzelf? Voor zijn blessures was hij ook de beste, maar heeft hij toch de wereldtitel verspeeld. Zijn omgeving, de mensen die hem toen begeleidden, zeiden voortdurend dat hij niet kon verliezen. Dat was ten tijde van teamleider Dave Grant bij Honda. Als je dat zo vaak te horen krijgt, neem je sterallures aan. Je begint onbewust op de anderen neer te kijken. Het resultaat is dat je iedereen tegen je in het harnas jaagt. Bij de eerste de beste gelegenheid krijg je ze dan ook allemaal over je heen. Dat is hem toen niet bespaard gebleven. In Zwitserland, in de allerlaatste race, heeft hij de titel kwijtgespeeld aan Tortelli. Stefan wou per se aanvallen en de reeks winnen. Hij is gevallen, Pit Beirer is over hem heengegaan en dat betekende het begin van het einde. Het verlies van die titel is echt wel een slag voor hem geweest. SCHRIJVERS: Als hij nu het circuit verkend heeft, durft hij bij zichzelf toegeven dat ze hem kunnen kloppen. In Italië heeft hij onlangs nog vooraf gezegd dat het circuit niets voor hem was. Dat is ook uitgekomen. Maar hij bracht het er beter af dan hij zelf gedacht had. In de tweede reeks moest hij de overwinning laten gaan, omdat gedubbelde rijders hem hinderden. Daar was hij toen heel ontgoocheld over. Ook dat tekent hem natuurlijk. Als de kans zich voordoet, wil hij toch weer de eerste zijn. SCHRIJVERS: Eén, twee keer per maand. Om te trainen. Of omdat hij een verplichting in de buurt heeft. En omgekeerd gaan wij naar alle Grand Prix. Ook nadat hij naar Monaco verhuisd was, heeft hij de draad nooit doorgeknipt. Monaco is rustiger voor hem. Hij wordt al te vaak lastiggevallen voor futiliteiten, ik zou het vaak zelf niet durven vragen. De tol van de bekendheid. Ik moet ook zeggen dat hij de voorbije tijd meer open-staat voor die belangstelling. Als ik op zaterdag soms sta te kijken hoe de kinderen hem tijdens de handtekeningensessies aanklampen, denk ik bij mezelf: hoe jij je geduld niet verliest. SCHRIJVERS: Jef Theeuwissen heeft ervoor gezorgd dat Neeroeteren een bakermat werd. Hij was een volksheld. Misschien ging het toen makkelijker dan nu, omdat de mensen weinig ander entertainment hadden, maar we hadden toen vaak tienduizend toeschouwers voor een motorcross. Er werd soms gestunt. In het midden van de jaren zestig is het gebeurd dat op dezelfde dag een 500 cc-wedstrijd in Vlaanderen en een 250 cc-wedstrijd in Wallonië geprogrammeerd stond. De beide organisatoren wilden Theeuwissen en Joël Robert aan de start hebben. In overleg besloten ze om extra kosten te maken en een helikopter in te zetten. Theeuwissen en Robert reden de eerste reeks 500 cc in Neeroeteren, stapten in de helikopter en werkten daarna in Wallonië de twee reeksen van de 250 cc-wedstrijd af. Toen het daar achter de rug lag, werden ze opnieuw naar Neeroeteren overgevlogen voor de tweede reeks van de 500 cc. Ik zie het nog altijd voor me: hoe de helikopter op de startstrook van de wedstrijd landde en de uitstappende Theeuwissen. Het volk was in alle staten natuurlijk, want een helikopter op zich was toen al een attractie. Op die dag haalden de organisatoren op de beide plaatsen wel 15.000 toeschouwers. Het motorcrossen leefde geweldig. Maar we hebben later ook magere jaren gekend. Bijna waren we verdwenen. Letterlijk weggespoeld. In de jaren zeventig regenden drie crossen op rij uit. We hebben toen 150.000 oude Belgische franken moeten toeleggen om overeind te blijven. We hebben de organisatie tijdelijk ook op een lager pitje gezet, met alleen toeristische wedstrijden. Zo zijn we opnieuw naar boven geklommen. We zitten nu opnieuw aan de top. We hebben ondertussen een permanent circuit aangelegd. En straks starten we ook met een sportschool voor motorcrossers. Het talent hier verzamelen en opleiden. We rekenen op Harry Everts om ons daarbij te helpen. En straks ook op Stefan. Door Piet Cosemans'Dan gaan we rijden, zei Harry, maar het zal hard zijn.'