Patiënten in België betalen 28 tot 30 procent van de ziektekosten uit eigen zak, becijferden de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het aandeel van de patiënten in de gezondheidseconomie is jaarlijks goed voor bijna 10 miljard euro. Driekwart van die som heeft onder meer te maken met remgeld en ziekenhuissupplementen. Premies voor (aanvullende) hospitalisatieverzekeringen, die privéverzekeraars en ziekenfondsen aanbieden, zijn goed voor ruim 20 procent.
...

Patiënten in België betalen 28 tot 30 procent van de ziektekosten uit eigen zak, becijferden de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het aandeel van de patiënten in de gezondheidseconomie is jaarlijks goed voor bijna 10 miljard euro. Driekwart van die som heeft onder meer te maken met remgeld en ziekenhuissupplementen. Premies voor (aanvullende) hospitalisatieverzekeringen, die privéverzekeraars en ziekenfondsen aanbieden, zijn goed voor ruim 20 procent. Om het debat aan te zwengelen, verdiepte N-VA-senator Louis Ide zich in de supplementen die op de factuur van een ziekenhuisverblijf verschijnen. Daarbij gaat het om de toeslag voor onder meer de erelonen van artsen, de materialen die bij een ingreep gebruikt worden, en de 'hotelkosten' die verschillen volgens de kamerkeuze. Samen met een medewerker keek hij ziekenhuis per ziekenhuis de supplemententarieven na. Ide, die ook geneesheer is, maakte daarbij gebruik van een rekenmodule van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Ook andere ziekenfondsen hebben dergelijke modules om hun leden te informeren over ziekenhuistarieven. Daaruit valt af te leiden dat supplementen de kosten voor de patiënt in de periode 2000-2005 met 30 procent de hoogte hebben ingejaagd. Om die evolutie tegen te gaan, werd ingegrepen. Patiënten met een voorkeursregeling (weduwen, gehandicapten et cetera), bijvoorbeeld, betalen sinds 1 juli 2006 geen kamersupplement meer in een tweepersoonskamer of een gemeenschappelijke kamer. In een tweepersoonskamer is het kamersupplement voor andere patiënten begrensd tot 21,77 euro per dag. Artsen die het tariefakkoord met de ziekenfondsen onderschrijven (en dus 'geconventioneerd' zijn), mogen geen ereloonsupplementen vragen aan patiënten in een tweepersoonskamer of een gemeenschappelijke kamer. Ziekenhuizen die geen kamersupplementen aanrekenen, worden financieel gecompenseerd door de overheid. Desondanks blijven de eigen kosten van de patiënt voor een ziekenhuisopname aanzienlijk. De Christelijke Mutualiteit kwam voor haar leden in 2007 uit op gemiddeld 1234 euro voor een eenpersoonskamer (plus 9 procent in vergelijking met 2006) en op 312 euro voor een kamer van twee of meer personen (evenveel als in 2006). De leden van de Socialistische Mutualiteiten betaalden gemiddeld 1186 euro voor een eenpersoonskamer (plus 5 procent) en 257 euro voor een kamer van twee of meer personen (min 4 procent). Beide onderzoeken toonden grote verschillen tussen ziekenhuizen. Het speurwerk van Ide leverde soortgelijke inzichten op, maar hij wijst ook op een 'communautaire angel van formaat in het debat over de betaalbaarheid van de gezondheidszorg'. De kamer- en vooral de ereloonsupplementen voor eenpersoonskamers, bijvoorbeeld, rijzen niet alleen de pan uit. Er zijn ook duidelijke breuklijnen tussen de aangerekende tarieven in Vlaanderen, Wallonië en Brussel (zie grafieken). Vooral in Brussel betalen patiënten zich blauw. Een frappant voorbeeld is het Institut Jules Bordet, dat in het nationale kankerplan van minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) een prominente rol vervult. Dat ziekenhuis rekent ereloonsupplementen van 300 procent aan en scoort voor kamersupplementen het hoogst met 130 euro per dag. 'Vlaamse artsen en ziekenhuizen blijken zichzelf te reguleren zonder dat de overheid dit moet opleggen. Dat staat in schril contrast met Franstalige artsen en ziekenhuizen', zegt Ide. 'En als de kloof tussen Vlaanderen en Franstalig België niet nog groter is, dan heeft dat vooral te maken met de Vlaamse universitaire ziekenhuizen. Die vragen hogere supplementen voor eenpersoonskamers dan de algemene ziekenhuizen. Daarmee financieren ze echter ook hun opleidings- en onderzoeksopdracht. Volgens mij zouden die middelen beter uit de geëigende budgetten komen en niet van de ziekteverzekering.' Hoge ereloonsupplementen zorgen ervoor dat patiënten tweemaal het kind van de rekening zijn. Omdat de financiering door de overheid ontoereikend is, romen ziekenhuizen het inkomen van hun artsen af om werkingskosten, paramedisch personeel en investeringen te betalen. Dat zet de artsen er echter ook toe aan om een hoger supplement aan de patiënt te vragen. Dat zorgt voor extra kosten voor de verzekeraars, en die worden dan weer op de patiënten verhaald met hogere premies voor de hospitalisatieverzekering. Over hospitalisatieverzekeringen wordt momenteel slag geleverd in het federale parlement. Aanleiding is een ontwerp van minister van Financiën Didier Reynders (MR) om een wet van voormalig minister van Economie Marc Verwilghen (Open VLD) te 'repareren'. Die wet van juli 2007 koppelt premieverhogingen vanaf 1 juli 2009 aan een index. Dat zou een medischezorgindex moeten worden, maar door het getreuzel van Reynders hebben de verzekeraars hun premies in de voorbije twee jaar fors verhoogd (soms tot 300 procent), met als gevolg ook dat veel ouderen de premies niet meer kunnen betalen en onverzekerbaar zijn geworden. 'De stijgende premies voor hospitalisatieverzekeringen zijn symptomatisch voor het onvermogen om in een Belgische context nog een open debat te voeren over de toekomst van de gezondheidszorg', meent Ide. Hij grijpt daarom naar de Vlaamse zorgverzekering, die een deel van de niet-medische zorgkosten van Vlaamse 65-plussers vergoedt. Terwijl de Franstaligen die zorgverzekering al bijna tien jaar juridisch en politiek aanvechten om op die manier een federale zorgverzekering te bekomen (het Europese Hof van Justitie en het Grondwettelijk Hof hebben intussen echter erkend dat een Vlaamse zorgverzekering kan), beschouwt Ide haar als 'een solide basis voor de uitbouw van een Vlaamse sociale zekerheid'. De N-VA-senator stelt daarbij voor om de Vlaamse zorgverzekering aan te vullen met een regeling die een ziekenhuisopname dekt tot op het niveau van tweepersoonskamers. Op basis van de premie-structuur van de aanvullende hospitalisatieverzekering van de Christelijke Mutualiteit raamt Ide de jaarlijkse kosten op goed 482 miljoen euro. Dat komt neer op een bijdrage van 100 euro per Vlaming (tot de leeftijd van twintig jaar hoeft niet mee betaald te worden). Dat bedrag kan nog omlaag als de Vlaamse overheid over de brug komt, bijvoorbeeld voor mensen met een laag inkomen. Worden ook de kosten voor eenpersoonskamers meegenomen, dan zou 1,2 miljard nodig zijn. Net als bij de Vlaamse zorgverzekering kunnen ziekenfondsen en privéverzekeraars die volksverzekering voor ziekenhuisrekeningen organiseren, meent Ide. 'De Vlaming spaart dan veel geld uit, omdat hij geen extra hospitalisatieverzekering meer nodig heeft. En wil hij die toch nog voor de opname en verzorging in een eenpersoonskamer, dan stel ik voor om de premies daarvoor aan te passen volgens de gemeenschap. Concreet: ze kunnen in overeenstemming worden gebracht met de veel lagere ziekenhuissupplementen in Vlaanderen.' MET DANK AAN 'TRENDS VOOR SPECIALISTEN', HET HALFMAANDELIJKSE BLAD VOOR MEDISCHE SPECIALISTEN, UITGEGEVEN DOOR ROULARTA MEDICA. De volledige cijfers van de ereloonsupplementen en kamersupplementen vindt u op www.knack.be/extraDOOR PATRICK MARTENS