Of de oude Egyptenaren de eersten waren, die aan geboortecontrole deden, is moeilijk te achterhalen. Het is wel een Egyptische papyrusrol van omstreeks 1500 v. Chr. die het oudste recept bevat, dat bedoeld is om te voorkomen dat een vrouw zwanger wordt. Het brouwsel, gebaseerd op honing en de stekels van de acacia, was overigens niet eens zo slecht gevonden. Het mengsel bevat een hoeveelheid melkzuur. Wanneer die stof in de vagina aangebracht wordt, heeft dat een zaaddodende werking. Melkzuur, boorzuur en citroenzuur vormen nog steeds de vaste bestanddelen van dergelijke zaaddodende middelen.
...

Of de oude Egyptenaren de eersten waren, die aan geboortecontrole deden, is moeilijk te achterhalen. Het is wel een Egyptische papyrusrol van omstreeks 1500 v. Chr. die het oudste recept bevat, dat bedoeld is om te voorkomen dat een vrouw zwanger wordt. Het brouwsel, gebaseerd op honing en de stekels van de acacia, was overigens niet eens zo slecht gevonden. Het mengsel bevat een hoeveelheid melkzuur. Wanneer die stof in de vagina aangebracht wordt, heeft dat een zaaddodende werking. Melkzuur, boorzuur en citroenzuur vormen nog steeds de vaste bestanddelen van dergelijke zaaddodende middelen. Ongeveer gelijktijdig met de zaaddodende substanties, duiken binnenbaarmoederlijke methoden op, om een zwangerschap te vermijden. Hippocrates beschrijft in zijn werk Over vrouwenziekten een holle loden buis waarlangs stenen in de baarmoederholte kunnen worden ingebracht. Op die manier werd vermeden dat er zich een zwangerschap kon ontwikkelen. Uit de Romeinse Tijd zijn er dan weer heel wat recepten overgeleverd van zaaddodende stoffen die de vrouw voor de seksuele daad moest inbrengen. De recepten varieerden van een mengeling van oude olijfolie, honing en lood tot een mix van het vlees van gedroogde vijgen en natrium, of een bereiding op basis van de schil van een granaatappel en rozenwater. Het arsenaal aan middeltjes was bijna onuitputtelijk. Of ze allemaal ook efficiënt waren, is wat anders. Op pessaria in de baarmoederhals was het wachten tot de negentiende eeuw. Een van de grote voorvechtsters van het gebruik van een pessarium was de Nederlandse Aletta Jacobs, die in 1878 als eerste vrouw in Nederland aan de universiteit afstudeerde als arts. Toen ze in 1882 een wetenschappelijk artikel las waarin de Duitse arts Wilhelm Peter Mensinga het pessarium occlusivum promootte als een doeltreffend anticonceptiemiddel, testte ze meteen enkele exemplaren uit bij patiënten. Overtuigd van de onschadelijkheid en doeltreffendheid van het anticonceptiemiddel, verspreidde Jacobs het op grote schaal onder haar patiënten. Ondertussen was ze lid geworden van de Nieuw-Malthusiaansche Bond, een beweging die zich inzette voor een verantwoorde vorm van geboortebeperking en zo inging tegen de puriteinse, protestantse moraal van het land. Aan het einde van de negentiende eeuw was de geneeskunde en alles wat zich daarrond afspeelde, het exclusieve terrein van de arts. De bevolking werd dom gehouden. Jacobs oordeelde het noodzakelijk dat elke vrouw de nodige basiskennis over haar eigen lichaam had en schreef in 1899 De vrouw, haar bouw en haar inwendige organen, toentertijd een ronduit revolutionair werk. Op een verstaanbare wijze werd uitgelegd hoe het vrouwelijke lichaam functioneerde. Bij de recente verkiezing van de grootste Nederlander aller tijden, strandde Jacobs op de elfde plaats. Bij het begin van de twintigste eeuw was het sterilett erg populair om zwangerschappen te voorkomen. Het bestond uit een metalen, verzilverde of vernikkelde staaf die eindigde in twee verende armen met aan het uiteinde een knopvormige verdikking om zo houvast te hebben in de baarmoeder. De staaf werd gefixeerd op een metalen ring met een wegklapbare plaat voor de baarmoedermond. Echt veilig was dat instrument echter niet. Door de voortdurende druk op de baarmoederwand trad vaak necrose op met alle gevolgen van dien. Een vorm van anticonceptie die hier nog niet aan bod kwam, is de periodieke onthouding. Nochtans heeft ook die methode al een lange geschiedenis achter de rug. De apostel Paulus noemde het een van de betere vormen van geboortebeperking. Niettemin is er pas aan het begin van de twintigste eeuw sprake van een ietwat betrouwbare wijze van periodieke onthouding. Omstreeks 1925 ontdekken enkele artsen - de Japanner Ogino en de Oostenrijker Knaus - het verband tussen temperatuurschommelingen in de cyclus en het tijdstip van de ovulatie. Filip Ceulemans