De leraren wiskunde hadden ongelijk, jaren geleden, toen ze niet in de bres sprongen voor het Grieks dat vrijwel uit het middelbaar onderwijs verdreven werd. Nu zijn er haast geen leraren Grieks meer om in de bres te springen voor de wiskunde. Want wat toen al voorspeld kon worden, gebeurt nu: wiskunde ondergaat hetzelfde lot.
...

De leraren wiskunde hadden ongelijk, jaren geleden, toen ze niet in de bres sprongen voor het Grieks dat vrijwel uit het middelbaar onderwijs verdreven werd. Nu zijn er haast geen leraren Grieks meer om in de bres te springen voor de wiskunde. Want wat toen al voorspeld kon worden, gebeurt nu: wiskunde ondergaat hetzelfde lot. Natuurlijk is het vak van het reken- en cijferwerk niet bedreigd. De maatschappij heeft boekhouders en economen nodig, kopers, verkopers, belastingbetalers en belastingontvangers, die met getallen kunnen omspringen. Het onderwijs staat in voor hun opleiding. Wat wel uit de gunst ligt is het pure mathematische denken, het spelen van de geest met zuivere begrippen die hij zelf creëert en tot leven brengt. Dat is de wiskunde die te ver van de werkelijkheid af staat, oordeelt de minister van Onderwijs. Het vak moet meer op de praktijk gericht worden en aanschouwelijker onderwezen worden. De nadruk dient op de concrete toepassingen te liggen. Wat heeft een leerling aan een streng bewijs van de stelling van Pythagoras of aan de theorie van de priemgetallen? En wat heeft de samenleving aan een leerling met nutteloze kennis? De overheid grijpt daarom in. Boekhouding mag blijven, wiskunde moet uit het lessenpakket. Niet dat de minister de plannen in die bewoordingen te kennen geeft, maar daar komt het wel op neer. Dat kan verontrusten, maar hoeft niet te verbazen. Wiskunde is een uitvinding van de Grieken, en het is dus geen wonder dat zij uit de gratie ligt in een samenleving die neerkijkt op alles wat oud is en die niet meer weet wat Grieks is. Thales van Milete begon ermee, Pythagoras verhief haar tot een religie, Plato achtte haar de hoogste vorm van menselijke kennis. Wat de oude filosofen zo enthousiast maakte, was natuurlijk niet het feit dat ze in staat waren om de prijs van het marmer nauwkeuriger te berekenen, of zelfs om de hoogte van een zuil uit de lengte van zijn schaduw te bepalen (hoe interessant ook). De voldoening zat dieper. Zij had meer te maken met verworven inzicht dan met handigheid, en meer met schoonheid dan met waarheid. Met het verrukkelijk vergezicht dat een volmaakt bewijs oplevert, bijvoorbeeld. Ook de Babyloniërs kenden uit ervaring de waarheid van bepaalde wiskundige betrekkingen, maar alleen de Grieken achtten de waarheid op zichzelf niet voldoende; zij wilden een door het verstand begrepen bewijs. Zo ontwikkelden ze sublieme bewijsvoeringen die de geest tot in zijn diepste lagen bevredigde, heldere, transparante redeneringen, vol verrassende wendingen en toch volkomen consistent, die onder elke stelling een onwrikbaar fundament legden. Zoveel schoonheid was nooit eerder gezien.De zo gegrondveste kennis bleek ook uitbreidbaar tot ver buiten de aanvankelijk beschouwde problemen. De ene idee leverde de andere op, en weldra ontstegen de gedachten de zichtbare objecten en namen ze een eigen vlucht. De Grieken waren de eersten die bij het bestuderen van een rechthoekige steen de steen vergaten en nog alleen de rechthoek zagen. De kennis kwam los van concrete voorwerpen, zij werd abstract, exact en universeel. Vijfentwintig eeuwen later is zoveel vrijheid niet meer geoorloofd. Het leven en het denken voltrekken zich nu onder de tirannie van het praktisch nut. De productiecijfers moeten omhoog, markten moeten worden veroverd en de verkeersproblemen opgelost. Wat hebben de oude Grieken ons nog te leren? Niet voor niets hebben we het onderwijs bevrijd van de last van hun dode taal en onbruikbare gedachten. De tijd die zo beschikbaar kwam, wordt nu nuttiger besteed aan informatica, verkeersopvoeding en skiën. Het is dan ook logisch dat na het Grieks en andere vakken zoals Latijn, godsdienst en geschiedenis, die grotendeels opgedoekt of van hun betekenis ontdaan werden, de wiskunde aan de beurt is. Wiskunde is ook Grieks. Het was allemaal te verwachten. Toen drie decennia geleden de vernieuwingsgolven in het onderwijs opstaken, voorspelden sceptici al dat wat de democratisering van het onderwijs werd genoemd, gedoemd was te leiden tot een nivellering op het niveau van de banaliteit en actualiteit. Het is tragisch te moeten vaststelllen hoe de feiten van vandaag de somberste profetieën van toen bevestigen. Men kan slechts constateren dat de vernieuwingen het tegendeel hebben gerealiseerd van wat er aanvankelijk mee werd beoogd. Wat begon als een poging om een kwalitatief hoogstaand middelbaar onderwijs aan te bieden aan alle jongeren, en niet slechts aan de elite die traditioneel de Grieks-Latijnse richting volgde, is uitgemond in een algemeen ontworteld en gedegenereerd onderricht, meekronkelend met de mode van het moment, zonder besef van traditie en zonder de ambitie om de oude standaarden van een 'humaniora' hoog te houden. Wat nog telt is populariteit, nuttigheid, en kosten-batenanalyses.Het is niet gewaagd - wel triest - nu te voorspellen dat uiteindelijk een minderheid uit dit weinig verheffend systeem zal willen ontsnappen. Het ontstaan van een nieuwe elite, het verfoeide anti-ideaal van de jaren zestig, lijkt even onafwendbaar geworden als destijds het aangekondigde fiasco van de vernieuwingen. Er zullen altijd jongeren zijn die van huis uit, of onder de invloed van een stimulerende leraar, of uit eigen beweging de weg terugvinden naar de meer bevredigende, diepere lagen van de geest, ver van het kabbelende oppervlak waar het hen geboden onderwijs op dobbert. Terwijl hun generatiegenoten bezig zijn op school de nieuwste technieken uit te proberen, zoeken zij, buiten de school en buiten de obligate 'jongerencultuur', de bronnen weer op van hun aan het zwalpen verslaafd geworden beschaving. Dertig jaar lang al beweren de vernieuwers het onderwijs te democratiseren, maar dertig jaar lang al beroven ze jonge mensen van degelijk onderwijs. Weldra blijkt wat ze gekweekt hebben: miljoenen halfgeletterden, en een kleine, zelfverzekerde elite die zich weer boven de luidruchtige massa verheven waant en in afzondering weet te genieten van het beste dat het leven te bieden heeft.Gerard Bodifée