Paradoxaal genoeg hebben de eerste antropologen-etnologen de vooroordelen en de stereotypen gecreëerd, die hun opvolgers nu uit de wereld proberen te helpen. Aanvankelijk beschreven antropologen niet-Europese mensen als rariteiten. Erger nog. De evolutieleer van Charles Darwin (1809-1882) liet zich gelden tegenover al wie niet aan het blanke Victoriaanse ideaal beantwoordde. Er werd verwacht dat zogenaamd primitieve culturen zich tot Europees niveau zouden verheffen, ...

Paradoxaal genoeg hebben de eerste antropologen-etnologen de vooroordelen en de stereotypen gecreëerd, die hun opvolgers nu uit de wereld proberen te helpen. Aanvankelijk beschreven antropologen niet-Europese mensen als rariteiten. Erger nog. De evolutieleer van Charles Darwin (1809-1882) liet zich gelden tegenover al wie niet aan het blanke Victoriaanse ideaal beantwoordde. Er werd verwacht dat zogenaamd primitieve culturen zich tot Europees niveau zouden verheffen, en dat de technologie - zeg maar de ingenieur en de vooruitgangsoptimist - de barbaren tot beschaving zou brengen. Veel antropologen waren medeplichtig aan de kolonisatie en de vernietiging van andere dan Atlantische beschavingen. Ook Friedrich Engels (1820-1895) propageerde het werk van een Amerikaanse evolutionist zoals Lewis Henry Morgan (1818-1881). Franz Boas (1858-1942), een Amerikaans antropoloog van Duits-joodse origine, verklaarde na een verblijf bij de Inuït in het Hoge Noorden dat alle culturen verschillend maar evenwaardig waren. Toch bleef het wachten op twee Britse antropologen voor de lokale bevolking zelf gehoor kreeg. Bronislaw Malinowski (1884-1942), een Oostenrijker die tijdens de Eerste Wereldoorlog noodgedwongen op de Trobriand-eilanden ten zuidoosten van Nieuw-Guinea bij de "wilden" leefde, kende de plaatselijke gebruiken misschien een te eenvoudig biologisch nut toe. Terwijl Alfred Radcliffe-Brown (1881-1955) - vooral op basis van zijn bevindingen op de Andaman-eilanden ten zuidwesten van Birma - zeer individuele gedragingen zoals wenen, herleidde tot een sociaal voorgeschreven expressievorm. Met hen kwam de weg vrij voor een bijna objectieve benadering van "andere" Verlichte culturen. Toen de in Brussel geboren, maar in Parijs wereldberoemd geworden Claude Lévi-Strauss (°1908) de antropologie een algebraïsch en binair denkpatroon bezorgde, luidde onder andere "La Pensée Sauvage" (1962) het einde in van het evolutiedenken. "Lévi-Strauss dekoloniseerde de antropologie, ook omdat hij krachtiger dan anderen aantoont dat de mens in zijn dagelijkse denken overal ter wereld evenwaardig is", merkt professor René Devisch graag op. Hij is een van de voortrekkers van het Departement voor Sociale en Culturele Antropologie aan de KU Leuven en heeft een dozijn doctorandi die in Afrika antropologisch onderzoek verrichten. Met zijn allen helpen zij lokale culturen hun eigenwaarde (terug) te vinden en hertekenen zij de kaart van de wereldbeschavingen. Frank De Moor