Dorien Favyts Vriendin van wielrenner Oliver Naesen

'Een wielrenner moet fysiek geweldig presteren, maar zijn mentale ingesteldheid is nog belangrijker. Als je de hele tijd denkt aan wat er mis kan gaan, dan stop je. Eigenlijk moet je gewoon aanvaarden dat je niet alles in de hand hebt.
...

'Een wielrenner moet fysiek geweldig presteren, maar zijn mentale ingesteldheid is nog belangrijker. Als je de hele tijd denkt aan wat er mis kan gaan, dan stop je. Eigenlijk moet je gewoon aanvaarden dat je niet alles in de hand hebt. Ik zag Oli live op tv over de kop gaan in de Ronde van België. De schrik voelde ik over heel mijn lijf. Gelukkig hoorde ik snel dat alles oké was. Bij zijn val in de Ronde van Vlaanderen van 2017 was ik van wacht in de apotheek waar ik werk. Ik volgde op de laptop, tussen de klanten door. Dat onmachtige gevoel niet weg te kunnen, niet te weten hoe het met hem is. Die avond kwam hij zich laten verzorgen in de apotheek. "Alles ligt hier toch", zei hij, maar het was ook om mij gerust te stellen, denk ik. Coureurs vallen en stappen direct weer op hun fiets. Een buitenstaander kan dat niet vatten, maar Oliver fietst zó graag. Zijn sport betekent voor hem plezier, strijd, willen winnen. Hij is zich bewust van de gevaren, maar hij denkt er zelden aan.' 'Anthony reed recht in een betonnen muur. Damn, dacht ik, komt dit goed? Geen tien minuten later stond hij naast me, te vloeken over "die domme crash". Zijn remmen bleken niet meer te werken. Zoiets kan altijd gebeuren. Dat vraagt een instelling die de meeste mensen niet kunnen vatten. In het Nascar-kampioenschap rijdt hij tegen 300 kilometer per uur en zo'n wagen heeft niet eens achteruitkijkspiegels. Anthony is een waaghals. In zijn sport moet dat: wie nadenkt, rijdt te traag. Onze zesjarige zoon is nu ook aan het racen. In Italië, want in België mag het pas vanaf acht jaar. Hij is net als Anthony: die twee veranderen in monsters zodra ze hun helm opzetten. Ongenadig gáán, gas geven waar anderen op de rem staan. Andere moeders begrijpen het niet, maar ik heb een rotsvast vertrouwen dat er niks zal gebeuren. Die kleine kent zijn kart. Hij zal tot de limiet gaan, maar nooit erover. Zelfs dan blijf je beseffen: met een beetje pech loopt dit slecht af.' 'De meeste mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het voelt om twintig meter ver te springen met een snowboard. Ik evenmin. Wat Seppe doet, blijft ook voor mij abstract. Hij verzekert me dat het gevaarlijker oogt dan het in werkelijkheid is. Als partner neem je die mentaliteit over. Ik focus me op de techniek, op de sportieve strijd, op de voldoening die hij haalt uit een gelukte sprong, en niet op het gevaar. Toen we pas samen waren, heeft hij uitgelegd hoe zo'n hoge sprong voelt. Seppe weet op elk moment waar hij hangt, wat de rampscenario's zijn en wat hij moet doen om zich zo weinig mogelijk te bezeren bij de landing. Zijn controle is totaal. Buitenstaanders denken dat snowboarden om durven draait. Voor een deel is dat ook zo: Seppe kickt op adrenaline. Maar er zit veel meer berekening in zo'n dolle twintigmeterjump dan een leek kan vatten. Áls hij valt, dan zie ik hem graag binnen de tien seconden weer opstaan. Anders wordt het eng.'