De wereld zal het geweten hebben: sinds 1 juli neemt Oostenrijk het voorzitterschap van de Europese Unie waar. Met een website en een volksfeest werd het evenement op gang getrokken. In de Stephansdom en op de Heldenplatz, vlakbij de vroegere residentie van de Habsburgers, het keizerlijke Hofburg, kreeg de bevolking een groots Fest für Europa aangeboden. Tegelijkertijd werd veel internationale pers naar Wenen overgevlogen om het gebeuren de passende aandacht te bezorgen.
...

De wereld zal het geweten hebben: sinds 1 juli neemt Oostenrijk het voorzitterschap van de Europese Unie waar. Met een website en een volksfeest werd het evenement op gang getrokken. In de Stephansdom en op de Heldenplatz, vlakbij de vroegere residentie van de Habsburgers, het keizerlijke Hofburg, kreeg de bevolking een groots Fest für Europa aangeboden. Tegelijkertijd werd veel internationale pers naar Wenen overgevlogen om het gebeuren de passende aandacht te bezorgen. Oostenrijk is het eerste van de drie Unielanden die in 1985 toetraden, dat het tot voorzitter brengt. Zoiets streelt de nationale trots. Een half jaar lang is Wenen, waar Metternich en Talleyrand in 1815 de kaart van het continent hertekenden, opnieuw het centrum van Europa. Hoewel de regering in de vele toespraken en persontmoetingen wel eens naar de glorieuze tijden van toen verwees, is de kans gering dat de volgende maanden in Oostenrijk geschiedenis wordt geschreven. Dit wordt vrijwel zeker een overgangsvoorzitterschap. De Britten slaagden er al evenmin in om veel innoverends te verrichten. Alle aandacht ging naar het veiligstellen van de muntunie en de Britse diplomatie kon het zich niet veroorloven om iets te ondernemen dat het monetair masterplan hypothekeerde. Zo verspeelde Tony Blair begin mei veel krediet, toen hij de onderhandelingen over de top van de Europese centrale bank bijna in het honderd liet lopen. Overigens is het maar de vraag of Groot-Brittannië veel meer kon dan "pappen en nat houden". De Duitse verkiezingen van september verhinderden dat er sowieso knopen werden doorgehakt. De top in Cardiff bleek bijgevolg een maat voor niets. Het enige pluspunt was dat de heren elkaar in oktober rendez-vous geven en dan nog eens zullen proberen om de meningsverschillen over de werkwijze van de Unie bij te leggen. Het wordt een moeilijk debat over stemverdelingen en meerderheidsbesluiten. In juni 1977, in Amsterdam, liep die discussie op een sisser uit en Oostenrijk mag zich nu aan een tweede poging wagen. Niemand verwacht echter dat men er deze keer wel uit geraakt. Zeker niet als Gerhard Schröder dan de nieuwe Duitse kanselier zou zijn. Hij zal ervoor bedanken om zich onvoorbereid op glad ijs te begeven. DE UITBREIDING IS OMSTREDENAls nieuwe en meest oostelijke lidstaat ligt Oostenrijk trouwens niet wakker van de institutionele problemen. Veel belangrijker voor de politieke klasse en de publieke opinie is de uitbreiding. Het land grenst aan Slovenië, Hongarije en Tsjechië, drie staten die meer dan waarschijnlijk als eersten tot de Unie zullen toetreden. Volgens een recente opiniepeiling is 52 procent van de Oostenrijkse bevolking tegen de verruiming van de Unie, want ze vreest dat die haar banen en bedrijven zal kosten. Slechts 32 procent meent dat Oostenrijk er profijt uit haalt. De lonen liggen in de kandidaat-lidstaten 60 tot 80 procent beneden het Oostenrijks niveau en als de grenzen opengaan, dreigt het land door goedkope werkkrachten overspoeld te worden. Althans, dat vreest de modale burger en de extreem rechtse vrijheidspartij van Jörg Haider doet alles om die angst voedsel te geven. Volgend jaar zijn er trouwens parlementsverkiezingen en de Europese thema's worden dan vrijwel zeker binnenlandse conflictstof. Dat verklaart waarom de regering zeer omzichtig, zelfs dubbelzinnig, over de uitbreiding praat. Ze bepleit tegelijkertijd vlugge onderhandelingen en een geleidelijke toetreding. Wenen acht het volledig uitgesloten dat de inwoners van de kandidaat-lidstaten zich onmiddellijk volledig vrij in de Unie mogen bewegen. Minister van Buitenlandse Zaken Wolfgang Schüssel sprak zelfs over een overgangsperiode van tien tot twintig jaar. Daarnaast zal Oostenrijk het overleg over Agenda 2000 proberen te effenen. De uitbreiding vereist dat er in het Europees budget wordt gesnoeid en dat er zuiniger met de landbouwsubsidies en de regionale hulp wordt omgesprongen. Die discussie moet volgend jaar worden beslecht en kondigt zich als bijzonder moeilijk aan. Zeker nu Duitsland en Nederland duidelijk maakten dat ze in de toekomst minder willen betalen. Oostenrijk, eveneens een nettobetaler, liet op zijn beurt weten dat de grens is bereikt en dat het er niet aan denkt om in de toekomst nog meer te betalen. Mede door de Duitse verkiezingen zitten vele Europese dossiers al vele maanden muurvast en het zal Oostenrijk niet zijn, dat hier beweging in krijgt. Rond de crisis in Kosovo zou het echter wel voor opgemerkte impulsen kunnen zorgen. Meer nog dan voor de andere lidstaten is de Balkan de Oostenrijkse achtertuin en Wenen heeft er zich eeuwenlang met de gang van zaken gemoeid. Die belangstelling leeft nog altijd en misschien is Kosovo wel de hidden agenda van het Oostenrijks voorzitterschap. In 1991 was Oostenrijk onmiddellijk voor de onafhankelijkheid van Slovenië en Kroatië gewonnen. Ook voor Kosovo bepleit het een harde lijn en hecht het niet het minste geloof aan de beloften van Belgrado. Echt verbazen doet dat niet. Serviërs en Habsburgers hebben elkaar nooit vertrouwd. P.G.