MICHEL NOLLET
...

MICHEL NOLLET"Duitsland en Nederland, twee landen die vaak als voorbeeld worden aangehaald, kennen geen loonnorm. Die bestaat evenmin in Frankrijk. Deze landen, die als referentie dienen voor de norm die ons werd opgelegd, passen dus geen norm toe. Als dat geen paradox is. Trouwens, de problemen die de norm doet ontstaan, zijn zo goed als onoplosbaar. Kijk naar de discussie over wat er binnen en buiten de norm moet vallen. Wij zeggen: vorming, opleiding, arbeidsduurvermindering en gelijkheid tussen de lonen van man en vrouw, horen er buiten. De patronaten zeggen: de winstdeelnamen en de kapitaalparticipaties aan pensioenfondsen en groepsverzekeringen horen er buiten. Ja maar, wat valt er dan nog binnen de norm, vraag ik me af. De taboes aan beide kanten maken de discussie erg moeilijk. En zouden wel eens voor een ideologische confrontatie kunnen zorgen. Met de afschaffing van de norm zouden we het debat over die taboes kunnen omzeilen. Bovendien: de buurlanden zijn nog niet eens met hun onderhandelingen over de lonen begonnen. Als er in België een limiet wordt vastgesteld, zal het dus een subjectieve en preventieve limiet zijn. Moeten we daaraan beginnen? Ik wil de wet niet omzeilen, maar ik vind wel dat ze soepeler moet worden toegepast. Geen strikte loonnorm dus, maar een loonmatiging kan wel voor ons. Wij streven naar een verantwoorde loonsverhoging. Een versoepeling van de norm. De realiteit van de competitiviteit is er namelijk een op het niveau van sectoren en in het bijzonder van bedrijven. Als men rekening wil houden met dit gegeven, moet er discussie zijn op het niveau van de bedrijven. Zonder de overheid, in de mate van het mogelijke. Waarbij de sectoren een bewijs moeten leveren dat ze een volwassen partner zijn in de onderhandelingen over een CAO. Kijk, dat er een oplossing moet komen, daar is iedereen het over eens. Als beide partijen, de vakbonden en de patroons, aan hun taboes vasthouden, zullen we nooit tot een consensus komen. De mislukking moet worden vermeden."ERIK VAN LAERHet NCMV, de organisatie voor zelfstandige ondernemingen, vraagt het behoud van de loonnorm. Die norm is nodig om de werkgelegenheid en concurrentiekracht van de ondernemingen te verzekeren. Er moet echt worden ingegrepen, aldus Erik Van Laer, adviseur Sociale Zaken van het NCMV. Anders blijft volgens hem de achterstand van ons land even groot. "Het NCMV ziet voor de periode 1999-2000 een mogelijke loonkostmargestijging van maximum 5,07 procent. De loonwet van 1996 voorziet in een wettelijk vast te leggen maximum loonaanpassingsmarge voor twee jaar. En dit rekening houdend met de situatie in de buurlanden, Duitsland, Frankrijk en Nederland. Die marge dient om de concurrentiepositie van onze ondernemingen te verzekeren. Uit berekeningen van onze studiedienst blijkt dat de Belgische loonkostevolutie per werknemer in '97 en '98 het gemiddelde van de drie buurlanden overschrijdt. Bovendien zouden de Belgische loonkosten de komende twee jaar nog eens sneller stijgen. Met 5,16 procent om precies te zijn, tegen 5,07 procent in de buurlanden. Bijgevolg moet de toegestane stijging worden afgestopt tot dat niveau. Bovendien moet een correctie worden toegepast ten gevolge van de overschrijding in de voorgaande twee jaar. Dat leidt tot een maximaal toegelaten stijging per werknemer van 4,54 procent. Een algemene matiging van de loonkosten is ook een vereiste voor meer werkgelegenheid. Naast aangepaste scholings- en opleidingsvormen voor jongeren en werklozen, pleiten we voor een verlaging van de loonkost, zeker voor ongeschoolden. Op die manier moet de paradox tussen het groot aantal werklozen en het toenemend aantal moeilijk invulbare vacatures bij kmo's, worden opgeheven. Het ABVV spreekt van een verantwoorde loonsverhoging. Ja, dat doen wij ook, alleen verschillen onze opvattingen van wat verantwoord is. Want als dat niet zo zou zijn, zie ik niet in waarom de vakbond een probleem heeft met de loonnorm. Het nadeel aan de huidige wet is dat de loonkosthandicap die we ontegensprekelijk hebben, niet wordt verkleind. Doordat de toegestane stijging gelijk is aan die in de buurlanden, halen we niets van onze achterstand in. In onze buurlanden hanteert men geen loonnorm, dat klopt. Maar waarom? Precies omdat de vakbonden daar hun verantwoordelijkheid opgenomen hebben. De vakbonden hier hebben dat niet gedaan. Vandaar de ontsporing. En vandaar dat er moet worden ingegrepen."Opgetekend door Bart Vandormael