Vlaanderen herleeft, de koers is weer in het land. Zaterdag opent het wielerjaar met de Omloop Het Nieuwsblad. Start en aankomst liggen in de Emile Clauslaan in Gent, onderweg bedwingt het peloton in de Vlaamse Ardennen de Leberg, de Berendries, Tenbosse, de Eikenmolen, de Muur van Geraardsbergen, de Kaperij, de Kruisberg en de Taaienberg. Zondag rijden Tom Boonen en co. van Kuurne naar Brussel en weer terug met als voornaamste hindernissen de Kanarieberg, de Kruisberg, de Hotond, de Knokteberg, de Oude Kwaremont, de Kluisberg en de Tiegemberg.
...

Vlaanderen herleeft, de koers is weer in het land. Zaterdag opent het wielerjaar met de Omloop Het Nieuwsblad. Start en aankomst liggen in de Emile Clauslaan in Gent, onderweg bedwingt het peloton in de Vlaamse Ardennen de Leberg, de Berendries, Tenbosse, de Eikenmolen, de Muur van Geraardsbergen, de Kaperij, de Kruisberg en de Taaienberg. Zondag rijden Tom Boonen en co. van Kuurne naar Brussel en weer terug met als voornaamste hindernissen de Kanarieberg, de Kruisberg, de Hotond, de Knokteberg, de Oude Kwaremont, de Kluisberg en de Tiegemberg. Al die hellingen zult u deze lente wel vaker zien. Ze komen namelijk óók voor in Dwars door Vlaanderen, de Driedaagse De Panne-Koksijde, de E3 Harelbeke en natuurlijk de Ronde van Vlaanderen. Huur van eind februari tot begin april een huisje in de buurt van Ronse en u ziet om de drie dagen een profpeloton passeren. Dat mag dan een mooi vooruitzicht lijken, Rik Vanwalleghem fronst er de wenkbrauwen bij. 'Als je de vluchterskoers Gent-Wevelgem - die wél nog een eigen karakter heeft - buiten beschouwing laat, lijken al onze voorjaarswedstrijden op elkaar', zegt de gewezen journalist, die tot eind vorig jaar directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde was. 'Allemaal zijn het mini-Rondes van Vlaanderen. Die bloedarmoede is een probleem. Vlaanderen dreigt zijn plek op de internationale kalender te verliezen.' 'Ten eerste is er een probleem bij de organisaties', zegt Vanwalleghem. 'Vlaanderen krijgt op de wielerkalender een paar weken toebedeeld, ruwweg tussen Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix. Die hele periode lang serveren onze organisatoren eenheidsworst. Vlamingen beseffen dat niet, ze vinden koersen op kasseiheuvels binnen de driehoek Kluisbergen-Oudenaarde-Geraardsbergen je van het: "Zo moet wielrennen zijn." Maar het internationale peloton haalt daar meer en meer de neus voor op. Van de beste vijftig coureurs ter wereld kunnen er misschien vijftien zich opladen voor de Ronde van Vlaanderen. Die vele mini-Rondes? Die rijden we met een tweederangspeloton.' Vanwalleghem: 'Ook bij de renners zelf is er iets aan de hand. Vlaanderen kweekt bijna uitsluitend renners op voor de Ronde. De ideale Vlaamse coureur is een grofgebouwde stoemper die in het veelzijdige internationale wielrennen weinig te zoeken heeft. Tom Boonen en Johan Museeuw hebben ook buiten Vlaanderen een erelijst opgebouwd, maar wat hebben Peter Van Petegem of Stijn Devolder buiten de Ronde en Parijs-Roubaix gepresteerd? Iemand als Sep Vanmarcke past ook in dat sjabloon. In rittenkoersen of klimklassiekers komen de Vlamingen al decennia amper aan bod. Een rechtstreeks gevolg van onze navelstaarderige wielertraditie.' Er bestaat een historische verklaring voor die fixatie op de Vlaamse Ardennen. Bij hun ontstaan leken koersen als de Omloop en Kuurne-Brussel-Kuurne helemaal niet op elkaar, maar dat veranderde toen de Vlaamse steenwegen werden opgekalefaterd in de jaren vijftig en zestig. Het nieuwe asfalt maakte de wielerwedstrijden minder lastig, en het peloton werd zelf ook sterker en professioneler. Resultaat? Almaar meer massasprints. Tekenend voorbeeld: toen Peter Post in 1964 Parijs-Roubaix won, kreeg hij daarvoor de Gele Wimpel, een inmiddels verdwenen onderscheiding voor de snelst gereden klassieker. Zelfs de Hel van het Noorden was te makkelijk geworden. De organisatoren begrepen dat het zo niet verder kon. Ze gingen op zoek naar extra hindernissen. Tot dan werd de Ronde van Vlaanderen grotendeels over Oost-Vlaamse verbindingswegen verreden, nu trok men naar de Vlaamse Ardennen, voor hun hellingen en kasseien. Vanwalleghem: 'De barokke pen van het fenomeen Karel Van Wijnendaele (journalist en organisator van de Ronde van Vlaanderen, nvdr.) en zijn navolgers schiep rond die tijd de mythe van de flandrien, een volkscoureur met een ontembare wilskracht. De bombast droop van de sportpagina's: men sprak van 'Vlaanderens Mooiste', de Muur van Geraardsbergen en de Koppenberg werden legendarisch. Andere organisatoren wilden in die heroïek delen en trokken de Ronde achterna.' Vandaag kun je in het zuiden van Oost-Vlaanderen niet meer aan de coureurs ontsnappen. De Oude Kwaremont, in Kluisbergen, ontvangt jaarlijks meer dan zestig officiële koersen plus nog eens zo veel toertochten voor amateurs. Hoeveel wielerliefhebbers de Vlaamse Ardennen los van een of ander evenement bezoeken, valt niet te becijferen. De Vlaamse wielerstreek bij uitstek dreigt aan zijn eigen succes ten onder te gaan. Van drie verschillende profwielrenners hoorden we dat ze er niet meer trainen, wegens te druk. 'In de weekends of de vakanties zijn de Vlaamse Ardennen verzadigd', bevestigt Rik Vanwalleghem. 'Er zijn zelfs mensen die het parcours van de Ronde met de wagen afleggen - alles om toch maar op die legendarische heuvels te zijn. Voor de toeristische sector is dat geweldig: het aantal B&B's in de regio Oudenaarde valt niet te tellen. Maar voor de omwonenden wordt het stilaan te veel. Ook de natuurliefhebbende toerist krijgt niet meer waarvoor hij komt.' 'Je mag die volkstoeloop ook niet overdrijven.' Aan het woord is burgemeester Philippe Willequet van Kluisbergen, de gemeente van de Paterberg en de Oude Kwaremont. Sinds de Ronde van Vlaanderen in 2012 een lange finale van drie lussen aan het eind kreeg, is Kluisbergen het epicentrum van de Ronde. 'De drang om naar hier te komen wordt jaar na jaar sterker, dat klopt. Elke wielerliefhebber wil de beroemde bergen uit de Ronde zelf bedwongen hebben. En het weekend van de Ronde van Vlaanderen kun je hier natuurlijk onmogelijk aan de koers ontsnappen, met zaterdag de Ronde voor liefhebbers en zondag die voor de profs. Dat zijn massa-events die de gemeente op zijn kop zetten. Maar bij de 118 andere manifestaties gaat het maar om een passage: één keer door het dorp en over onze hellingen - en dan weer weg. Daar kunnen de Kluisbergenaren wel mee leven. Wielrennen zet ons op de kaart. Dan moet je de overlast erbij nemen.' Meer naar het noorden, in de politiezone Polder, weerklinkt een ander geluid. Johan Geeraert leidt er het korps dat over Diksmuide, Kortemark, Koekelare en Houthulst waakt. De chef zegt het stellig: hij wil niet langer instaan voor wielerwedstrijden op de gewestwegen binnen zijn zone. 'Elk jaar passeren hier 17 koersen, er zijn 54 lokale criteriums. Per verkeerslicht moet ik twee agenten voorzien. Tel maar uit hoeveel je er alleen al nodig hebt om een gewestweg met vijf kruispunten te beveiligen. Die wedstrijden vinden ook plaats in het weekend, waardoor mijn agenten dubbel betaald worden en recht hebben op compensatie-uren in de week. Ik moet zuinig omspringen met de schaarse middelen die de gemeenschap me ter beschikking stelt. Daarom, wat mij betreft: liever geen koersen meer door zone Polder.' Zowel Gent-Wevelgem als de Driedaagse De Panne- Koksijde passeert door die zone. Geeraert vraagt dat beide organisatoren een parcours zonder verkeerslichten uittekenen. 'De rest van de route kunnen ze zelf beveiligen, met seingevers. Uiteraard betekent dat meer werk voor hen, maar je zou ook kunnen zeggen dat privébedrijven hun organisatiekosten momenteel deels afwentelen op de gemeenschap. Als je ziet welke grote sponsors achter die koersen zitten, en hoeveel geld de viparrangementen opbrengen, dan moeten ze die seingevers toch kunnen bekostigen?' "Ha, maar we vinden geen vrijwilligers!" zeggen ze dan. Als je 't ze voor een habbekrats laat doen niet, nee.' Geeraert: 'Puur economisch heeft onze regio weinig aan al die koersen. Het peloton flitst door onze streek - en dat is het. Onze horeca profiteert niet mee, en onze inwoners krijgen amper iets van het sportieve gebeuren te zien. We krijgen wél veel klachten van mensen die voor de zoveelste keer vastzitten achter een koers. Ik weet het wel: ze zeggen dat Vlaanderen verzuurt, dat hier niets meer kan of mag. Maar zou jij als niet-wielerfan in een straat willen wonen die populair is bij coureurs? Af en toe hebben klagers gelijk.' Als de zone Polder al kreunt onder de koers, wat dan gezegd van de collega's in en rond Kluisbergen? Burgemeester Willequet sust: 'Uiteraard vraagt het wielrennen veel van onze gemeentediensten en onze politie, en ja: het moet beheers- en betaalbaar blijven. Maar wat is het alternatief? Rekenen we onze kosten door aan de organisatoren, dan is het gedaan met de koers. Het is niet aan mij om een instituut als de Ronde van Vlaanderen iets in de weg te leggen. Er valt wel iets voor te zeggen om de hogere overheden een groter deel van de kosten op zich te laten nemen. De koers, daar geniet tenslotte heel Vlaanderen van mee, toch?' Nu het in de Vlaamse Ardennen zo druk geworden is, ligt deze vraag voor de hand: kun je werkelijk nergens anders in Vlaanderen een boeiende koers organiseren? Een prikkelend alternatief is dat van ex-renner Nick Nuyens en zijn Pro Cycling Events. Zij hebben Dwars door het Hageland opnieuw gelanceerd, een pittige wedstrijd met onverharde wegen, kasseistroken en nijdige hellingen. De aankomst ligt op de Citadel van Diest, een steile kasseihelling met een fraai uitzicht. Vorig jaar won Niki Terpstra de eerste editie, vlak voor Wout van Aert. Het peloton reageerde enthousiast, en de nieuwe koers heeft alles in huis om tot een klassieker uit te groeien. 'Het idee broeide al toen ik nog coureur was', zegt Nuyens. 'Ik bereidde me in het Hageland voor op de koersen in de Vlaamse Ardennen. Om terreinkennis op te doen, moest ik niet per se naar Geraardsbergen: een renner rijdt van jongs af elk voorjaar vijftien keer de Muur op. In het Hageland had ik even uitdagende hellingen, maar grote koersen had je daar niet. Ik dacht: "Hier kun je iets unieks creëren."' Dwars door het Hageland viel vorig jaar zozeer in de smaak dat de wedstrijd al kans maakt om te worden opgewaardeerd. Het zou een Vlaamse Strade Bianche kunnen worden. Die Italiaanse koers bewees dat je met een origineel concept en een goedgekozen datum (dit jaar is dat 4 maart) snel een plek kunt veroveren op de kalender - en in de harten van de volgers. Ze bestaat nog maar tien jaar en is al een vaste waarde, met op de erelijst grote namen als Fabian Cancellara, Philippe Gilbert en Michal Kwiatkowski. Ook in Toscane wordt over onverharde wegen gereden, wat tegenwoordig een hype is. De renners zijn er niet wild van - onverharde wegen garanderen valpartijen en lekke banden - maar voor televisie is het gefundenes Fressen. Nuyens: 'Ik ontken niet dat we het voorbeeld van de Strade Bianche willen volgen. 2016 draaide om onze bekendheid. We wilden tonen dat we hier een prachtig, selectief parcours kunnen presenteren met als extra troef die onverharde wegen. Nu is het een kwestie van finetunen. We willen een koers maken waarvan de naam meteen tot de verbeelding spreekt.' 'Slaat het aan, dan wordt in het Hageland nog meer mogelijk', besluit de oud-winnaar van de Ronde van Vlaanderen. 'Veel mooie heuvels laten we tot nader order links liggen, omdat onze afstand beperkt is: een koers met onze status moet onder de 200 kilometer blijven. Maar als we een wedstrijd buiten categorie worden, of zelfs een World Tour-wedstrijd, mag dat aantal de hoogte in. En dan kun je hier iets neerzetten dat de vergelijking met de fraaiste koersen in de Vlaamse Ardennen glansrijk doorstaat.'Door JEF VAN BAELEN, foto's JELLE VERMEERSCH'Vlaanderen serveert eenheidsworst. Steeds meer topcoureurs halen daar de neus voor op.' Rik Vanwalleghem, oud-directeur Centrum Ronde van Vlaanderen 'Elk jaar passeren hier 17 koersen, er zijn 54 lokale criteriums. Ik wil daar niet meer voor instaan.' Johan Geeraert, korpschef politiezone Polder 'Wielrennen zet ons op de kaart. Dan moet je de overlast erbij nemen.' Philippe Willequet, burgemeester Kluisbergen