Wat betekent Knack voor Franstalige journalisten? Wordt het blad gelezen?
...

Wat betekent Knack voor Franstalige journalisten? Wordt het blad gelezen? Béatrice Delvaux:Knack is voor ons een van de grote journalistieke instituten in Vlaanderen. Sinds de komst van Bert Bultinck, met wie ik nog heb samengewerkt toen hij bij De Standaard zat, is er ook een nieuwe dynamiek. Ik lees Knack opnieuw regelmatig en ben zelden teleurgesteld. De covers zijn gedurfd, er is intellectuele ambitie, inhoud en een redactioneel project. Knack weegt op zijn tijd en op de debatten die ertoe doen. Het is journalistiek in zijn nobelste vorm, namelijk de zoektocht naar waarheid, of die nu bevalt of niet. Le Soir heeft de voorbije jaren een paar keer samengewerkt met Knack, denk aan de interviewreeks met hedendaagse denkers in Bozar, en ook binnen ICIJ, het netwerk van internationale onderzoeksjournalisten. U was hoofdredacteur van Le Soir van 2001 tot 2011. Hoe keek u aan tegen de commentaarstukken destijds in Knack, die soms heel scherp waren voor de PS en de Franstaligen in het algemeen? Delvaux: We lazen die stukken om te weten wat toenmalig hoofdredacteur Rik Van Cauwelaert dacht. Ook al was dat soms onaangenaam want beenhard voor de Franstaligen, we moesten het wel lezen, om het te begrijpen. Ik heb ontzettend veel respect voor Rik en voor zijn werk. Ik hou er ook van om hem op televisie aan het werk te zien. Hij heeft humor, en het is natuurlijk een geslepen oude vos. Toen ik hoofdredactrice was, communiceerden we best vaak. Op een dag stuurde hij een bericht omdat hij had gezien dat wij de Franse journalist en essayist Jean-François Kahn als columnist hadden weten te strikken. Als gepassioneerde francofiel vond Rik dat geweldig. Dus heb ik Rik, Kahn en nog een aantal redacteuren van Le Soir toen voor een etentje verzameld in Brussel: een avond vol gesprekken over Franse politiek, Franse cultuur, Frans chanson... Ik was diep ontroerd om al die heel verschillende journalisten, al die persoonlijkheden, samen zo'n plezierige avond te zien doorbrengen. Ondanks onze inhoudelijke meningsverschillen, want Knack en Le Soir zijn in die periode soms stevig met elkaar gebotst. Le Soir leunde toen toch nog enigszins aan bij het FDF, en Knack had een nogal Vlaamsgezind, zelfs flamingantisch profiel - iets wat vandaag helemaal weg is. Hebben nieuwsmagazines als Knack een toekomst? Delvaux: Als hoofdredactrice heb ik met de opkomst van het internet de periode van de zoektocht naar een nieuw businessmodel meegemaakt. Ik zeg niet dat we ondertussen de graal hebben gevonden, maar kranten hebben vandaag toch een beter economisch antwoord op de digitale uitdagingen. De bereidwilligheid van lezers om te betalen voor digitale content is groter geworden, de strijd tegen fake news heeft kranten uiteindelijk geen windeieren gelegd, en met projecten als de Panama Papers zien we de triomfantelijke terugkeer van de onderzoeksjournalistiek. Voor kranten ben ik dus optimistischer gestemd dan een paar jaar geleden. Zeker in de coronacrisis hebben we een sterke stijging van onze digitale abonnementen gezien. Voor magazines en weekbladen stel ik me wat meer vragen. Ze hebben het moeilijker om zichzelf online in de markt te zetten, terwijl je daar vandaag toch moet bestaan als je een toekomst wilt hebben. Maar ik geloof wel dat kwaliteit, goede pennen en goede verhalen, uiteindelijk altijd bovendrijven.