De verkoop van fietsen en elektrische fietsen piekt. Het coronajaar 2020 knaagde wat aan de populariteit van de speedpedelec - die is hoofdzakelijk bedoeld voor woon- werkwerkverkeer -, maar de (e-)bike kreeg een boost. Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters (Open VLD) zag het graag gebeuren.
...

De verkoop van fietsen en elektrische fietsen piekt. Het coronajaar 2020 knaagde wat aan de populariteit van de speedpedelec - die is hoofdzakelijk bedoeld voor woon- werkwerkverkeer -, maar de (e-)bike kreeg een boost. Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters (Open VLD) zag het graag gebeuren. Wat is de filosofie van uw mobiliteitsbeleid? LYDIA PEETERS: 'Verkeersveiligheid is voor mij een topprioriteit. Daarom investeer ik in veilige en comfortabele fietsinfrastructuur. Ik wil werk maken van een modal shift naar duurzame vervoersmiddelen: een fietsreflex waarbij mensen voor de (e)-fiets of speedpedelec kiezen in de plaats van de auto. In Nederland is die fietsreflex ingeburgerd en die reflex wil ik ook in Vlaanderen aanwakkeren. Voor mij moet de fietsinfrastructuur beter en dit zowel voor de gewone fiets, e-bike als speedpedelec. Daarvoor trek ik een aanzienlijk budget uit, 355 miljoen euro. We investeerden nog nooit zoveel in de fiets.' Op zonnige dagen zie je meer recreatieve fietsers dan ooit, velen op een e-bike. Om van die trend een duurzaam verhaal te maken is een goede infrastructuur nodig. Welke huidige en toekomstige infrastructuurwerken ten dienste van de e-bike zijn er? LYDIA PEETERS: 'Veilige en comfortabele fietspaden dragen ertoe bij dat meer mensen de fiets nemen. Vandaar dat we volop investeren in fietsinfrastructuur en daarin ook andere overheden aanmoedigen en ondersteunen: de provincies via een verhoogd fietsfonds voor het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk (BFF) en fietssnelwegen, en de lokale besturen via het kopenhagenplan en via subsidies voor schoolroutes en schoolomgevingen. Dit jaar investeer ik 355 miljoen euro in fietsprojecten. Dat is bijna dubbel zoveel als het budget van 2020.' Een (functioneel) fietsnetwerk stopt niet aan de politieke grenzen. Is er samenspraak met de minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? LYDIA PEETERS: 'Ik overleg geregeld met mijn Brusselse en andere gewestelijke collega's. In het overleg met Brussel ligt de focus op het woon- werkverkeer vanuit de Vlaamse rand. Er moeten vlottere fietsverbindingen komen tussen Vlaanderen en Brussel. Met de Werkvennootschap doe ik tijdens deze legislatuur een totale investering van 300 miljoen in veilige en betrouwbare, leesbare infrastructuur met aangepaste snelheidslimieten.' Wat kunnen overheid en werkgevers (nog meer) doen om zo veel mogelijk pendelaars te overtuigen de auto in te ruilen voor alternatieven als de e-bike? LYDIA PEETERS: 'Als we meer mensen op de fiets willen krijgen, moeten we prioritair inzetten op goede en veilige infrastructuur. Daar zijn we volop mee bezig. Ik lanceerde vorig jaar in mei ook een grote fietscampagne: 'Blijven Fietsen allemaal'. Dit jaar komt er een gelijkaardige campagne. Ook werkgevers willen we stimuleren. De toegankelijkheid van bedrijventerreinen speelt daarbij een belangrijke rol. Ik wil ook het Pendelfonds slagkrachtiger maken en meer inzetten op deelmobiliteit en Hoppinpunten (de vroegere mobipunten).' Rijdt u zelf met een e-bike? LYDIA PEETERS: 'Enkele jaren geleden kochten mijn man en ik een e-bike. In het weekend maken we lange fietstochten in het Maasland. Fietsen is gezond én ontspannend: een ideale combinatie na een drukke werkweek in Brussel.'