Anderhalf jaar geleden stapte hij over van wat hij noemt 'de chaos' naar 'een gestructureerde wereld'. Vier jaar lang was hij kabinetschef en voorzitter van de kanselarij van premier Guy Verhofstadt (VLD), maar in augustus 2003 koos Luc Coene opnieuw voor zijn natuurlijke biotoop: de macro-economie en alle becijferingen, voorspellingen en controles die daar bij een Nationale Bank mee gemoeid gaan. En hij kan wel aarden in de Berlaimontlaan 3.
...

Anderhalf jaar geleden stapte hij over van wat hij noemt 'de chaos' naar 'een gestructureerde wereld'. Vier jaar lang was hij kabinetschef en voorzitter van de kanselarij van premier Guy Verhofstadt (VLD), maar in augustus 2003 koos Luc Coene opnieuw voor zijn natuurlijke biotoop: de macro-economie en alle becijferingen, voorspellingen en controles die daar bij een Nationale Bank mee gemoeid gaan. En hij kan wel aarden in de Berlaimontlaan 3. Toch kan de vice-gouverneur het ook niet laten zich nu en dan eens uit te spreken over wat er reilt en zeilt in de politiek. Over DHL bijvoorbeeld - dat Zaventem op termijn nooit tot een grote luchthaven zou kunnen uitgroeien, zei hij in volle crisis. Coene blijft erbij: had de regering het transportbedrijf grote uitbreidingsmogelijkheden willen bieden, had ze misschien toch beter de verhuizing naar een andere Belgische luchthaven overwogen. 'Toch valt de regering niets te verwijten', vindt Coene. 'Ze heeft precies gedaan wat ze moest doen: een oplossing vinden die tewerkstelling en milieu kon verzoenen. Toen bleek dat de milieukostprijs te hoog was, is er politiek beslist dat de uitbreiding niet kon.' Inmiddels werd luchthavenuitbater BIAC verkocht aan de Australische groep Macquarie Airports en is het afwachten welke plannen die heeft om de luchthaven uit te bouwen. LUC COENE: Eenmalige opbrengsten zijn perfect verdedigbaar, als je maar goed incalculeert dat ze eenmalig zijn en geen structurele oplossingen bieden. In die zin kun je ze als instrument hanteren om een moeilijke periode te overbruggen. Als intussen de economie aantrekt, of het op een andere manier lukt hogere inkomsten of lagere uitgaven te genereren, is dat een goede zet geweest. En het blijkt ook zo te zijn: in vergelijking met de andere EU-landen slaagden we erin een meer dan gemiddelde groei te realiseren over de jongste vier kwartalen. Dat neemt niet weg dat er ondertussen onvoldoende structurele maatregelen genomen worden om het economische draagvlak te verbreden. COENE: De begroting is perfect in evenwicht, maar inderdaad niet op een permanente manier. Alles zal afhangen van de conjunctuur van 2006. Als die tegenzit, zal de regering anders moeten optreden. Slaagt ze er ondertussen evenwel in om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren, dan komt een nieuwe economische dynamiek op gang die wel zorgt voor een structureel evenwicht. Maar dat vergt wel extra maatregelen. COENE: We zijn op de goede weg: over tien, vijftien jaar zal de overheidsschuld niet meer dan 60 procent bedragen - tegenover de 130 procent half jaren '90. Op dit moment zijn we het enige land - met uitzondering van Ierland - dat zijn staatsschuld zo snel afbouwt. Maar met het oog op de vergrijzing blijft het belangrijk dat de nodige ruimte ontstaat om een stijgend aantal uitgaven op te vangen. COENE: De financieringswet kampt op termijn inderdaad met een probleem: systematisch vloeien hoe langer hoe meer inkomsten naar de gewesten en de gemeenschappen, terwijl op federaal niveau de behoefte aan inkomsten groeit, inderdaad in de sociale zekerheid door de vergrijzing. De gewesten en de gemeenschappen zouden een groter deel van de lasten op zich moeten nemen. Er is een correctie nodig. Maar een dergelijk proces kan wel tien jaar duren. Dat betekent niet dat de financieringswet dient te worden omgedraaid, zoals sommigen beweren. Hij moet gewoon aangepast worden. COENE: Binnen de Europese Unie behoren we tot de landen met een relatief sterke groei - 2,9 procent op jaarbasis in het derde kwartaal, dat is zeker geen slecht resultaat. Dat hebben we in de eerste plaats te danken aan de consumptie, die in België op een hoger niveau bleef dan in de meeste andere landen, ook al is de loonontwikkeling niet gunstiger. In ons land is het beschikbaar inkomen van de particulier relatief hoog gebleven: de fiscale hervormingen hebben de mensen koopkracht gegeven. Daarnaast is de spaarquote gedaald. De consument heeft vertrouwen in de economie. Dat komt omdat de begrotingssituatie jaar na jaar in evenwicht gehouden is, en omdat er geen verlies is aan tewerkstelling. In Duitsland zien we dat een verslechterde toestand van de begroting met al de bijbehorende maatregelen het vertrouwen ondermijnd heeft - de spaarquote is er toegenomen. Hetzelfde zien we in Nederland. Ook wat investeringen betreft doen we het iets beter dan de landen rondom ons: in Duitsland dalen ze met 10 procent, in Nederland met 5 procent. Bij ons blijven de investeringen heel lichtjes stijgen. COENE: ( lacht) Ik zie dat hij al aangestoken is door het enthousiasme van de premier. We zijn in omvang te klein om de motor te kunnen spelen. Maar we doen het inderdaad goed - in die zin vormen we een hulp voor de Nederlanders, die economisch sterke banden hebben met België. Maar voor de Duitse economie is onze groei nagenoeg verwaarloosbaar. COENE: Absoluut, en dat is niet onbelangrijk. Als je de benadering van de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende bekijkt en zijn resultaten naast de onze legt, zijn er genoeg argumenten die pleiten voor de aanpak van de premier. COENE: ( schudt het hoofd) Dát verhaal was écht wel al te gek! Dat de belastingverlaging over die termijn zou worden uitgesmeerd, was al voorzien bij het begin van de hervorming. Er bestaat trouwens een tabel die in de Kamer bij het wetsontwerp besproken is en waarin duidelijk staat wat er geïnd zou worden via de bedrijfsvoorheffing, en wat via de incohiering twee jaar nadien. Omdat onze begroting niet toelaat alles ineens te doen. Door de hoge overheidsschuld kunnen we ons niet veroorloven grote bedragen in een keer uit te geven. De marge die we hadden om een belastinghervorming door te voeren, was dan ook zeer beperkt. COENE: Zéker wel! ( haalt de schouders op) De resultaten zijn zichtbaar in de groei van de economie. De fiscale hervormingen hebben de mensen koopkracht en meer vertrouwen gegeven. COENE: Er zijn 17.000 banen gecreëerd dit jaar, op basis van de huidige groeicijfers verwacht men dat er in 2005 nog eens 45.000 bijkomen. Dat is in totaal 60.000. Akkoord, dat zijn niet de 200.000 waarnaar altijd verwezen wordt. Maar dat laatste cijfer is nooit een voorspelling, maar een doelstelling geweest. Bovendien is het niet tot stand gekomen op basis van een economische berekening. Het is gewoon de helft van het aantal banen dat we normaal zouden moeten creëren om de werkgelegenheidsgraad van 70 procent - die de Europese top van Lissabon (2000) vooropstelde - te bereiken. De doelstelling van de regering is dus lang niet zo ambitieus als vaak wordt gezegd. Toch blijkt duidelijk dat er in 2006 en 2007 nog belangrijke inspanningen geleverd moeten worden om de tewerkstelling te verhogen, wil de regering een goed eindrapport kunnen voorleggen. COENE: We kampen met een ernstig probleem. De concurrentiekracht tegenover onze belangrijkste buurlanden moeten we koste wat het kost onder controle houden, want we lopen al achterop wat betreft de jobcreatie. Om het in lonen uit te drukken: de loonontwikkelingen in Nederland en Duitsland zijn van die aard dat ze bijna geen marge meer toelaten voor België. Als we daar niet op toezien, verliezen we tegenover hen opnieuw concurrentiekracht en dat betekent verlies aan werkgelegenheid. COENE: Dat probleem is minder groot dan men het voorstelt. Er zijn inderdaad sectoren die de concurrentie niet meer aankunnen en waar de activiteit zich verplaatst, zoals de textielsector en de meubelindustrie. Toch blijkt uit de cijfers dat de globale tewerkstelling niet daalt. Er worden nieuwe activiteiten opgestart, en in het productieapparaat is een structurele hervorming aan de gang. Mensen uit de bedreigde sectoren zijn verplicht om om te schakelen. Maar dat is een fase waar we door moeten. Het gaat om wrijvingselementen in de economie die op basis van de gegeven loonkosten in België en Europa onvermijdelijk zijn. Het gevolg is dat er in de bouwsector werkkrachten uit Oost-Europa worden ingevoerd, maar dat gebeurt gelukkig niet op die schaal dat het de economie destabiliseert. COENE: Het loopbaaneinde blijft ons grote zorgenkind. De enige uitweg is volgens mij een regeling op basis van de arbeidsduur - het aantal jaren arbeid dat iemand gepresteerd heeft - in plaats van zich te focussen op de leeftijd van 65 of van 60 jaar. Ook de Canada Dry-regeling (waarbij werkgevers geen bijdrage betalen op de toeslag die ze uitkeren aan hun oudere werkloze werknemers) moet absoluut worden afgeschaft. Het is een systeem dat men vroeger heeft ingevoerd om jongeren aan de slag te krijgen, door ouderen aan te moedigen te stoppen met werken. Een passief beleid waar we nu de prijs voor moeten betalen. COENE: Ik denk dat De Swert het probleem onderschat. De cijfers zijn duidelijk: vandaag zijn er ruw geschat drie werkenden voor twee gepensioneerden. Later zal dat omgekeerd zijn - twee werkenden voor drie gepensioneerden. Dan zijn er verschillende mogelijkheden. Ofwel verdienen de twee werkenden minder om de drie gepensioneerden hetzelfde pensioen te kunnen bieden. Ofwel willen ze hetzelfde loon behouden, en krijgen de drie veel minder dan gepensioneerden voordien ontvingen. Als je dan geen structurele maatregelen treft, waardoor er meer dan twee werkenden staan tegenover drie gepensioneerden, creëer je een maatschappelijk conflict van formaat. Akkoord, het is een gradueel proces, maar de eerste tekenen zien we nu al. Jaarlijks kun je in de begroting al cijfers isoleren die aan de vergrijzing te wijten zijn. Het gaat nog om relatief kleine bedragen, maar ze stijgen en zullen tegen 2015 grote proporties hebben aangenomen. De kosten voor de pensioenen zullen toenemen, alsook die voor de gezondheidszorg. Maar vergeet ook niet de grote aardverschuiving op het politieke vlak. In 2015 zal meer dan 50 procent van de mensen die gaan stemmen, gepensioneerd zijn. De politieke macht zal met andere woorden bij mensen liggen die niet meer werken, die niet meer zorgen voor de inkomsten. Dat kan tot grote problemen leiden. Als de actieve bevolking té hoge eisen wordt opgelegd, stapt zij misschien wel op. En wat gaan we dan doen? Die verschuiving is niet te onderschatten. COENE: In de praktijk doen we dat nu al, maar op kleine schaal: de belastinghervorming is gedeeltelijk gecompenseerd via indirecte belastingen. Toch verplaats je daarmee alleen het Belgische probleem van de hoge belastingdruk. Na de Deense en de Finse is de Belgische belastingdruk de hoogste van heel Europa. Voor een deel is dat het gevolg van wat we betalen voor de talloze bestuursniveaus in ons land. Uit berekeningen van Wim Moesen van de KU Leuven blijkt dat we zonder die kosten economische topprestaties zouden kunnen leveren. COENE: Vóór 1999 hanteerde men voor de sociale uitgaven de groeinorm van 1,5 procent, terwijl hij in de praktijk 4 tot 5 procent bedroeg. Verhofstadt corrigeerde het cijfer in 1999 tot 2,5 procent, maar opnieuw draaide het uit op 4 á 5 procent. Daarom legde de regering het cijfer in 2003 vast op wat het werkelijk was: 4,5 procent. Maar wat blijkt? De reële groei overstijgt 5 procent, men denkt altijd dat het wat meer mag zijn. De druk om rationeel met de middelen om te gaan, is blijkbaar weggevallen. De regering zal dat moeten herbekijken aan het eind van haar bestuursperiode. COENE: Laat ik het zo formuleren: binnen Europa stelt België het relatief goed. Ons land blijft met structurele problemen kampen, voornamelijk wat betreft de arbeidsparticipatie en de gezondheidszorg. Als we niet ingrijpen en het stijgingsritme terugdringen, zullen we ons systeem - een van de beste binnen Europa in termen van kwaliteit en vrije keuzes - moeten opgeven. Dan krijgen we te maken met lange wachtrijen voor bepaalde behandelingen en een duale geneeskunde. Het is dus dringend nodig de uitgaven onder controle te krijgen zodat we onze verzorgingsstaat niet te sterk moeten bijschaven. Betekent dat nu dat België het niet goed doet? De omschrijving voor een paar weken in de Financial Times beviel me wel. De krant was 'relatief optimistisch'. Maar we leven níét in het aards paradijs: een aantal belangrijke uitdagingen moeten we dringend aanpakken. Door Ingrid Van Daele'Onze hoge belastingdruk is voor een deel het gevolg van onze talloze bestuursniveaus.'