'Door de bevolkingsevolutie wijzigt de situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt razendsnel. In de komende tien jaar daalt het aantal mensen tussen 20 en 49 jaar in Vlaanderen met meer dan 180.000. Het aantal mensen tussen 50 en 64 jaar stijgt in dezelfde periode met ruim 190.000 en het aantal 65-plussers met 150.000. Er stromen minder jongeren de arbeidsmarkt binnen en tegelijk is er een gestage veroudering van de arbeidskrachten. Die vergrijzing van de arbeidsmarkt in Vlaandere...

'Door de bevolkingsevolutie wijzigt de situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt razendsnel. In de komende tien jaar daalt het aantal mensen tussen 20 en 49 jaar in Vlaanderen met meer dan 180.000. Het aantal mensen tussen 50 en 64 jaar stijgt in dezelfde periode met ruim 190.000 en het aantal 65-plussers met 150.000. Er stromen minder jongeren de arbeidsmarkt binnen en tegelijk is er een gestage veroudering van de arbeidskrachten. Die vergrijzing van de arbeidsmarkt in Vlaanderen wordt een van de grootste uitdagingen, ook voor de werkgevers. Het vergt van hen een ander personeelsbeleid, met een nieuwe aanpak van de arbeidsorganisatie en een andere manier van omgaan met competenties. In Wallonië en Brussel is de vergrijzing veel minder uitgesproken. De verschillen tussen de regio's met betrekking tot de bevolkingsevolutie zijn markant. Daarom moet het beleid gediversifieerd zijn. Bijvoorbeeld: Wallonië geeft voorrang aan de jeugdwerkloosheid, Vlaanderen probeert meer oudere werknemers langer en in goede voorwaarden aan het werk te houden. Er is behoefte aan maatwerk. Dat dient ook een draagvlak te krijgen door de regionale overheden en de regionale sociale partners te responsabiliseren. Het kan niet alleen vanuit de Wetstraat 16 komen. De regio's zijn nu verantwoordelijk voor opleiding, arbeidsbemiddeling en outplacement. Ook omdat ze meer financiële armslag hebben, kan de federale regering hen vragen om ter zake een tandje bij te steken. De Vlaamse regering heeft voor volgend jaar 20 miljoen euro extra klaargelegd. Naast de aanpak van de jeugdwerkloosheid in de steden, willen we dat bijkomende budget gebruiken voor drie initiatieven: meer oudere werklozen naar het opleidings- en bemiddelingsaanbod van de VDAB leiden; meer vacatures losweken voor onder meer oudere werklozen en oudere werknemers die hun baan dreigen te verliezen; bij bedrijfsherstructureringen voorrang geven aan actieve herplaatsingsprocedures op passieve uitstapregelingen. Wat dat laatste betreft, leren de sociale interventieteams van de VDAB alvast dat met een snelle en geconcentreerde aanpak veel bereikt kan worden. Dit vergt goede afspraken tussen de federale overheid en de regio's. Daarbij heb ik er geen moeite mee dat nu eerst op federaal niveau beslissingen worden genomen, zolang die nadien ook met de regio's worden ingevuld. Dat is in elk geval al toegezegd door de eerste minister.'