Voorzitter Luc Hamelinck van ACV-Openbare Diensten krijgt het op de heupen van de pleidooien van werkgeversorganisaties en liberalen om de ambtenarij af te slanken. Zijn vakbond maakte een dossier voor 'een debat met een correcte agenda'.
...

Voorzitter Luc Hamelinck van ACV-Openbare Diensten krijgt het op de heupen van de pleidooien van werkgeversorganisaties en liberalen om de ambtenarij af te slanken. Zijn vakbond maakte een dossier voor 'een debat met een correcte agenda'. Uit dat dossier blijkt dat de totale tewerkstelling bij de overheid in de voorbije 20 jaar aanzienlijk is toegenomen: van 837.153 ambtenaren in 1985 tot 1.077.068 ambtenaren in 2007. Dat lijkt in tegenspraak met de cijfers van minister Vervotte, maar de ACV-centrale telt wél de werknemers van overheidsbedrijven zoals De Post en de NMBS mee. 'Maar die toename is normaal', zegt Hamelinck. 'De bevolking verwacht immers meer van de overheid. Denk aan de gezondheidszorg, de milieuzorg, de veiligheidsvoorzieningen, goed onderwijs enzovoort. Desondanks is de overheidstewerkstelling sinds 2003 met 10.000 eenheden afgenomen, vooral bij de federale overheid en de overheidsbedrijven. Bovendien werkt een derde van alle ambtenaren deeltijds. Je moet dus ook naar het reële arbeidsvolume kijken en dan blijkt dat sinds 1995 het werk uitgedrukt in voltijdse ambten met bijna 6 procent gedaald is: van bijna 951.000 naar 895.000. Met globaal minder volk is dus meer dienstverlening geboden.' Hamelinck legt voorts uit dat de ambtenarenwedden nog minder gelijke tred hebben gehouden met de groei van het bruto binnenlands product dan de lonen in de privésector. Anderzijds is de gemiddelde overheidswedde (plus 26 procent sinds 1999) sneller gestegen dan het gemiddelde loon in de privésector (plus 20 procent). Maar daar zijn het groter aantal aanwervingen bij de overheid van mensen in hogere niveaus en de hogere gemiddelde leeftijd van de ambtenaren (die door hun anciënniteit meer verdienen) niet vreemd aan. Die veroudering van de ambtenarij resulteert in de komende jaar ook in tienduizenden pensioneringen. Die uitstroom niet opvangen, is volgens Hamelinck onverstandig. 'Het is een illusie te denken dat openbare zorginstellingen, scholen, politiediensten enzovoort even goed kunnen blijven werken zonder vervangingen. Er zijn zelfs diensten die onmiskenbaar meer mensen nodig hebben. Denk aan de diverse inspecties, de gevangenissen, de ouderzorg.' Nog in het dossier van ACV-Openbare Diensten staat dat het aandeel van de openbare sector in de totale werkgelegenheid sinds 1980 steeds schommelt rond 30 procent. Van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt haalt de overheid als werkgever ook maar 17 procent naar zich toe. 'Daardoor dreigen problemen voor de normale opbouw van de leeftijdsstructuur van haar personeel. Eigenlijk zijn er dus niet minder, maar meer aanwervingen bij de overheid nodig', aldus Hamelinck, die er ook op wijst dat de openbare sector verhoudingsgewijs meer bijdraagt aan de integratie van werklozen op de arbeidsmarkt (bijna 19 procent van de aangeworven mensen waren werkzoekend, tegenover 17,3 procent in de privésector). De overheid stelt bovendien meer vrouwen tewerk dan andere economische sectoren (54,1 procent tegenover 42,7 procent) en de loonkloof tussen mannen en vrouwen is ook veel kleiner in de ambtenarij. Het principe van de vaste benoeming bij de overheid ten slotte wordt volgens Hamelinck steeds meer uitgehold. Van alle personeelsleden in administraties, het onderwijs en de overheidsbedrijven hebben er al 465.000 (of 44 procent) een tijdelijk of contractueel statuut. Patrick Martens