Een week geleden kondigde de fabrikant van zware machines Caterpillar aan dat hij zijn vestiging in Gosselies zal sluiten, waardoor ruim 2000 werknemers op straat komen te staan. Volgens de RTBF betaalde het Amerikaanse bedrijf soms maar 4 procent vennootschapsbelasting in België. Nochtans bedraagt het officiële tarief 34 procent. Als gevolg van allerlei aftrekposten betalen bedrijven gemiddeld maar 26 procent vennootschapsbelasting en sommigen zelfs bijna niets, zoals Caterpillar.
...

Een week geleden kondigde de fabrikant van zware machines Caterpillar aan dat hij zijn vestiging in Gosselies zal sluiten, waardoor ruim 2000 werknemers op straat komen te staan. Volgens de RTBF betaalde het Amerikaanse bedrijf soms maar 4 procent vennootschapsbelasting in België. Nochtans bedraagt het officiële tarief 34 procent. Als gevolg van allerlei aftrekposten betalen bedrijven gemiddeld maar 26 procent vennootschapsbelasting en sommigen zelfs bijna niets, zoals Caterpillar. Caterpillar profiteerde daarbij van de notionele-interestaftrek, waarmee ondernemingen rente kunnen aftrekken van hun winst. Tien jaar geleden voerden premier Guy Verhofstadt (Open VLD) en zijn minister van Financiën Didier Reynders (MR) dat systeem in. 'Een voorbeeld van de obsessie van ons land om via een achterpoortje de belastingdruk te verlagen', noemt de Leuvense professor Herman Daems de notionele interest. Typisch Belgisch dus: in plaats van het hoge officiële tarief aan te passen, werden allerlei aftrekposten gecreëerd. Net zoals onze stedenbouw wordt onze fiscaliteit gekenmerkt door koterijen. Het voorbeeld van Caterpillar toont aan dat de notionele-interestaftrek niet belet dat bedrijven hun productievestigingen hier sluiten. Meer nog, ons huidige systeem van hoge vennootschapsbelasting en de wirwar van aftrekposten schaden onze economie. Veel internationale bedrijven kijken bij het nemen van een investeringsbeslissing naar het officiële tarief. Als ze horen dat het in België 34 procent bedraagt - het op twee na hoogste in Europa - is dat soms meteen het einde van het verhaal. Ondernemingen houden vooral van stabiliteit om te bepalen waar en hoeveel ze zullen investeren. Ze houden niet van achterpoortjes die morgen weer gesloten kunnen worden. Bovendien is onze fiscaliteit door de vele aftrekposten complex én onrechtvaardig. Nergens in Europa is de spanning tussen het officiële belastingtarief en wat werkelijk wordt betaald zo groot als in België. Het gevolg is een fiscaliteit à la carte, schreef econoom Peter De Keyzer onlangs. Alleen bedrijven die zich goed fiscaal advies kunnen veroorloven, profiteren maximaal van de aftrekposten. Dus: 'op naar een fiscaal all animals are equal-beleid', zoals professor fiscaliteit Michel Maus twitterde. De geplande hervorming van de vennootschapsbelasting en de afschaffing van het leeuwendeel van de aftrekposten bevorderen de transparantie en rechtvaardigheid. Dat het VBO pleit voor een vennootschapstarief van 24 procent met behoud van een reeks aftrekposten illustreert dat de werkgeversorganisatie niet geïnteresseerd is in transparantie en rechtvaardigheid, maar de gunstmaatregelen in stand wil houden. Of hoe werkgeversorganisaties tot de behoudsgezinde krachten van dit land behoren. Sommigen vrezen dat er in de vennootschapsbelasting een race to the bottom zal ontstaan: landen zullen proberen elkaar de loef af te steken met een nog lager vennootschapstarief. En er zijn economen die vinden dat een vennootschap nul procent belastingen zou moeten betalen. Vergis u niet, dat nultarief komt in de praktijk al voor: Apple betaalde in Ierland 0,005 procent belastingen. De Europese Commissie vond dat al te gortig en besliste vorige week dat Apple 13 miljard euro aan Ierland moet betalen. Uiteindelijk zullen de grote landen, misschien de Europese Unie, bepalen hoever de verlaging van de vennootschapsbelasting zal gaan. We kunnen het betreuren, maar een klein landje met een open economie zoals België is verplicht om de grote landen te volgen in hun fiscale beleid, als het zichzelf niet uit de markt wil prijzen. De verlaging van de vennootschapsbelasting naar 20 procent én de afschaffing van de aftrekposten zouden een duidelijk signaal zijn dat België het ernstig meent met een transparant, rechtvaardig en stabiel belastingsysteem. In een ideale wereld zou in één beweging ook de personenbelasting worden hervormd en vooral vereenvoudigd, want anders krijg je een scheeftrekking tussen de vennootschapsbelasting (laag tarief, geen aftrekposten) en de personenbelasting (hoog tarief, veel aftrekposten). Na de hervorming van de vennootschapsbelasting wordt de hervorming van de personenbelasting dan ook onvermijdelijk. En ook de btw moet zonder dralen worden vereenvoudigd. Politiek is dan wel de kunst van het haalbare, maar ook de plicht van het noodzakelijke. In België was er de obsessie om via achterpoortjes de belastingdruk te verlagen. Gevolg: fiscaliteit à la carte.