Zie ook dossier op de website van Knack.
...

Zie ook dossier op de website van Knack.Vooraleer de Britse regering een referendum uitschrijft over de euro, moet er eerst aan vijf economische tests worden voldaan. Daarmee heeft de minister van Financiën Gordon Brown zich in 1997 eigenaar gemaakt van de sleutel voor de Britse toetreding tot de eurozone. De reden van de economische tests was dat Brown een beslissing op basis van politieke argumenten wilde vermijden. Vorige week raakte bekend dat Brown op 9 juni een verklaring zal geven over de uitslag van de tests. De belangrijkste vraag is of de cyclus van de Britse economie convergeert met die van de landen uit de eurozone. Dat criterium is meteen ook het enige waarover analisten met enige zekerheid een objectieve uitspraak kunnen doen. Al blijft convergentie een uiterst rekbaar begrip. Doordat de criteria voor interpretatie vatbaar zijn, zullen de tegenstanders van Brown de uitspraak altijd als een politieke beslissing beschouwen. De voorstanders van de euro, die de bui al een tijdje voelen hangen, zijn de voorbije weken in het offensief gegaan om de minister van Financiën onder druk te zetten. Eens te meer komt de grootste tegenstand vanuit de eigen Labour-partij. Premier Tony Blair heeft zich ondertussen neergelegd bij Browns beslissing dat de economische tests nog niet vervuld zijn. De discussie tussen de twee verschoof daardoor naar de implicaties van zo'n negatieve aanbeveling. Door de aanhoudende druk uit het pro-eurokamp binnen de regering is Gordon Brown tot het besef gekomen dat het moeilijk zal zijn om verder te gaan zoals hij dat de laatste jaren heeft gedaan: wachten tot de economie er klaar voor is, ongeacht of dat moment er binnen de eerste twintig jaar wel zal komen. Daarom heeft hij beloofd om tijdens zijn verklaring meteen ook maatregelen voor te stellen die de hindernissen moeten verwijderen in de aanloop naar een eventuele toetreding. Daarnaast mogen de voornaamste ministers via persoonlijke gesprekken met Blair en Brown hun mening uiten over de te volgen strategie. Voorstanders van de euro zien dit als een tactische overwinning van Blair op Brown. Volgens hen is er een einde gekomen aan het vetorecht van de minister van Financiën. Ze gaan daarbij uit van het twijfelachtige gegeven dat Brown ook daadwerkelijk rekening zal houden met de mening van zijn collega's. De inspanningen die Brown wil doen in het vooruitzicht van een toetreding, zijn echter vooral ambitieus in de mate dat ze afhangen van de bereidwilligheid van de Europese partners. Op een bijeenkomst van de ministers van Financiën drukte Brown zijn collega's op het hart dat de hervorming van de Europese Centrale Bank en een grondige aanpassing van het Groei- en Stabiliteitspact de enige middelen zijn om de Britten te overtuigen van de voordelen van de euro. De tactiek van Brown is er dus op gericht om de Europese instellingen aan te passen aan de Britse belangen. Een schoolvoorbeeld van de stelling dat wie te lang toekijkt vanaf de zijlijn meestal te laat komt om zijn stempel te drukken op het gebeuren. Nochtans heeft Blair al van tijdens zijn eerste ambtstermijn onafgebroken gehamerd op dat gevaar, dat scherper wordt naarmate de regering het euro-dilemma blijft uitstellen. Ondanks dat bewustzijn is de hele kwestie inmiddels een spook geworden dat de Britse regering blijft achtervolgen. De angst om een beslissing te nemen, is vooral ingegeven door de peilingen. Volgens een onderzoek van het researchbureau MORI begin mei, blijft twee derde van de Britse bevolking tegenstander van de euro. En hoewel Blair en zijn achterban overtuigd zijn dat ze, eenmaal beslist is om een referendum uit te schrijven, de publieke opinie kunnen overhalen, laat de gedachte aan een mogelijke nederlaag de Britse premier niet los. Het meest van al vreest Blair de macht van de pers. Tabloids als de Daily Mail en The Sun hebben stuk voor stuk miljoenen lezers en staan bekend voor hun ongezouten euroscepticisme. Ze weten de bevolking te raken door in te spelen op het soevereiniteitsgevoel dat bij veel van hun lezers sterker is dan de afweging over economische argumenten. Om voldoende mensen te overtuigen van de euro, is er volgens een peiling van het onderzoeksbureau YouGov maar één mogelijkheid. Het vroeg aan haar res- pondenten onder meer hoe ze zouden stemmen in een referendum als Gordon Brown samen met een groot aantal belangrijke ondernemers een sterk pleidooi zou houden voor de deelname aan de eenheidsmunt. Alleen bij die vraag waren de voorstanders in de meerderheid. Alle andere mogelijkheden bleven in het voordeel van de tegenstanders. Hoe arbitrair het oordeel van Brown volgens de voorstanders ook mag zijn, het is dus nog altijd zijn inschatting die de doorslag geeft. En dat lijkt ook Blair te hebben begrepen. Hannes Cattebeke