Het genie in de Vlaamse regering dat op het idee kwam om de Brusselse Ring te verbreden door de pechstrook af te schaffen, hoeft met deze lumineuze ingeving niet aan het eind van de mogelijkheden te zijn. Talrijk zijn de fietspaden in dit land die met een kleine aanpassing omgetoverd kunnen worden in broodnodige autowegen. Wie wil fietsen, kan dat thuis doen op een hometrainer. Ook in de steden kan de mobiliteit nog verbeteren. Door stoepen waarvan alleen slenterende voetgangers gebruikmaken, om te vormen tot nuttige parkeerplaatsen, komen de straten vrij voor het doorstromende verkeer. Bovendien neemt op die manier het aantal voetgangers af, wat een gunstig effect zal hebben op de straatcriminaliteit.
...

Het genie in de Vlaamse regering dat op het idee kwam om de Brusselse Ring te verbreden door de pechstrook af te schaffen, hoeft met deze lumineuze ingeving niet aan het eind van de mogelijkheden te zijn. Talrijk zijn de fietspaden in dit land die met een kleine aanpassing omgetoverd kunnen worden in broodnodige autowegen. Wie wil fietsen, kan dat thuis doen op een hometrainer. Ook in de steden kan de mobiliteit nog verbeteren. Door stoepen waarvan alleen slenterende voetgangers gebruikmaken, om te vormen tot nuttige parkeerplaatsen, komen de straten vrij voor het doorstromende verkeer. Bovendien neemt op die manier het aantal voetgangers af, wat een gunstig effect zal hebben op de straatcriminaliteit.Overigens begrijpt iedereen dat het verkeersprobleem niet op te lossen is door alleen maar bestaande wegen te verbreden. Er moeten méér wegen komen. Dit is minder moeilijk dan het lijkt sinds de burgemeester van Kruibeke zo behulpzaam was het bewijs te leveren dat voor de aanleg van autowegen geen bouwvergunning vereist is. Men onteigent gewoon, graaft of hoopt op, en stort asfalt. Toegegeven, plaats is er niet veel meer, overal staat al iets of woont iemand, maar waar een wil is, is een weg. Desnoods een weg op palen, zoals in Vilvoorde. Het mag de oud-burgemeester van Hasselt niet ontgaan dat zijn stad lelijk in de weg ligt voor de automobilist die van Houthalen naar Sint-Truiden wil. Een viaduct over de stad zou voor deze mensen een aanzienlijke tijdwinst opleveren, en de economie ten goede komen zodat we er allemaal beter van worden.Het is niet moeilijk ideeën te formuleren, het probleem is dat altijd het risico bestaat dat iemand ze ernstig neemt. Hoe onwaarschijnlijk ook, er wordt in dit volgepropte land alweer gespeeld met de idee om nieuwe wegen aan te leggen. Te oordelen naar de jongste ontwikkelingen zijn die ideeën al uitgegroeid tot een plan in volle uitvoering. Pechstroken wegnemen en rijstroken versmallen, zal de verkeersproblemen immers niet merkelijk verlichten, maar wel oorzaak zijn van massale ongevallen en van een effectieve blokkering van de hulpdiensten. Er bestaat daarom geen zekerder middel om de vraag naar nieuwe wegen stevige argumenten te verschaffen dan deze onzalige beslissing waaruit alleen chaos en ellende kan voortkomen. De roep om uitbreiding van het wegennet zal na uitvoering van het besluit spoedig luid klinken, en veiligheid zal daarbij de concrete eis zijn. Wie dan nog bezwaar maakt, is een gewetenloze obstructionist. Kan men de overheid ervan beschuldigen op een zo doortrapte wijze dit land te verknoeien? Misschien niet, misschien werkt het economisch systeem automatisch zo en kan geen rode of groene minister, of welke bont en blauwe regeringscoalitie ook, daaraan iets veranderen. Het is allang geen geheim meer dat niet de politiek, maar de economie het land haar wetten oplegt, en dat niet de regering - laat staan het parlement -, maar het bedrijfsleven bepaalt wat goed is voor u en mij. Wanneer onder druk van de economische processen de verkeersstroom toeneemt tot ver voorbij de grenzen van het draaglijke, zodat de economische bedrijvigheid niet langer bijdraagt tot de vermeerdering van het welzijn, maar integendeel tot de afbraak daarvan, dan verschijnen in het landschap toch de nodige wegen en bouwwerken om de aanzwellende stroom op te vangen. Wie wil dit? Welk fataal mechanisme is hier aan het werk? Natuurlijk wil elke Belg een auto hebben - of twee - maar welke betekenis heeft dat simpele gegeven? Ik wil ook graag een auto hebben, of een straalvliegtuig, of een kasteel aan de Loire indien het mij aangeboden wordt. Het probleem is niet de wens, maar het aanbod. Voor het aanbod zorgt het economische productiesysteem, en met hetzelfde gemak ook voor een overaanbod. Regeringen kunnen daar niets tegen beginnen. Zij stellen regels op, zoals het verbod een maximum snelheid te overschrijden, en blijken dan niet eens in staat hun eigen wetten te doen naleven. De helft van de automobilisten rijdt straffeloos sneller dan toegelaten. Autoconstructeurs, altijd gretige deelnemers aan de ware macht, voorzien in de behoefte van het publiek en verzadigen de markt met wagens die het dubbele van de maximaal toegelaten snelheid halen. Ondertussen schendt de uitvoerende macht door haar de facto machteloosheid de principes die zij in andere omstandigheden zelf verkondigt. De huidige verkeerssituatie discrimineert een aanzienlijk deel van de bevolking. Al wie niet over de nodige behendigheid en koelbloedigheid beschikt, verliest het elementaire recht op autonome verplaatsing. Zonder stalen zenuwen en een feilloos en bliksemsnel reactievermogen waagt men zich beter niet in deze heksenketel van rollend metaal. Vrijwel alle ouderen worden hierdoor uit het verkeer gestoten. De baan is aan de handige duivels, de waaghalzen, de geweldenaars, en aan de ongenaakbaren in de hoge kabines van hun twintigtonners. Niets is dan ook zo weinig verwonderlijk als de alom toenemende verkeersagressie. Vanzelfsprekend gaan automobilisten met elkaar op de vuist; het verkeer zèlf is agressief en vergt van de deelnemers een hanig temperament en doodsverachting. We rijden allemaal in gepantserde wagens, beschermd door riemen en airbags, en met onder de motorkap het vermogen van een oorlogsprojectiel.Door de recente maatregel in verband met de Brusselse Ring verspreidt het spervuur van de stroom wagens zich over de volle breedte van het wegdek. Er is geen strook meer waarheen men kan vluchten. De automobilist beseft dat hij geen moment mag falen, dat de motor niet mag sputteren, of hij dreigt verpletterd te worden door de mastodont achter hem. Misschien schonk de pechstrook veeleer de illusie van veiligheid dan een daadwerkelijke bescherming, maar dan hielp zij toch, alleen al door dat psychologisch effect, de minder heroïsch aangelegde weggebruiker om zich in het gewoel overeind te houden. Dat ook die illusie nu ontnomen wordt, betekent alleen maar dat de strijd voortwoedt, genadelozer dan ooit, en dat de bange hazen verzocht worden de weg vrij te maken voor de anderen.Gerard Bodifée