?Richard II? in een regie van Deborah Warner : eeuwenoude teksten voor mensen van nu, helder en subtiel teksttheater.
...

?Richard II? in een regie van Deborah Warner : eeuwenoude teksten voor mensen van nu, helder en subtiel teksttheater.?WANNEER DEgevallen Richard II een gevangene in zijn cel is, verlaten en alleen, dan is het niet Richard die ik daar zie, maar alle gevallen koningen van deze wereld ; en niet enkel alle gevallen koningen, maar ook onze overtuigingen en waarden, onze corrupte en afgeleefde waarheden, de afbrokkeling van beschavingen, de mars van het lot. Wanneer Richard II sterft, is het werkelijk de dood van allen die mij dierbaar zijn, die ik zie : ik ben het die sterft met Richard II.? Zo trachtte de Franse theaterauteur Eugène Ionesco te omschrijven hoe diep en persoonlijk een stuk als ?Richard II? van William Shakespeare (1564-1616) hem raakte en fascineerde. Op de Salzburger Festspiele was ?Richard II? eind juli te zien in een regie van de Engelse Deborah Warner. Die ensceneerde in 1993 in de Felsenreitschule in Salzburg al Shakespeares ?Coriolanus?, in het Duits en met Bruno Ganz in de hoofdrol. Haar ?Richard II? ging in juni 1995 in première in het National Theatre in Londen, speelde daar maandenlang voor uitverkochte zalen en ondernam dan een triomftocht naar Parijs. Het is een voorstelling van boeiende uitersten : klassiek en uiterst actueel, haast kaal en heel tekstgericht, maar toch niet abstract. Warner is erin geslaagd dit stuk voor een hedendaags publiek die directe werking te geven waarover Ionesco het heeft. Richard II (1367-1399) was de kleinzoon van koning Edward III en volgde zijn grootvader op toen die in 1377 stierf. Richard was dus nauwelijks tien jaar oud, zijn vader Edward, ?The Black Prince?, was een jaar voordien overleden. Richard werd bijgestaan door een ?raad van wijzen? tot hij 22 was, van dan af regeerde hij alleen. Na enkele vredige jaren begon hij megalomane en absolutistische trekjes te vertonen. Een na een werden mogelijke rivalen geëxecuteerd of verbannen, waarna de koning hun bezittingen inpikte. Toen Richard in 1399 een expeditie naar het opstandige Ierland ondernam, keerde zijn verbannen neef Henry Bolingbroke terug naar Engeland en organiseerde er het verzet. Toen de koning weer voet op Engelse bodem zette, had het hele land zich tegen hem gekeerd : het volk, de adel en zelfs zijn oom en regent, de hertog van York. Richard werd afgezet en opgesloten in de Tower ; zijn neef Henry IV volgde hem op. Korte tijd later werd de ex-koning door een medestander van Henry IV vermoord. TRAGEDIE.In zijn boek ?Shakespeare. Our Contemporary? wijst Jan Kott erop dat de geschiedenis in Shakespeares historiestukken geen achtergrond of decor is, maar de protagonist zelf. Shakespeare hanteert echter een heel specifiek geschiedenis-concept : dat van de geschiedenis als het ?Grote Mechanisme? dat zich blind herhaalt, wreed en zonder betekenis. Als een elementaire, brute kracht dus. Ter illustratie van het beeld dat ontstaat als je al die historiestukken van Shakespeare naast elkaar legt, gebruikt Kott de metafoor van de trap. Het tijdvak van de Renaissance verschijnt als een enorme trap, waarvan almaar nieuwe koningen de diepte instorten. Of dat nu goede of slechte koningen zijn, doet er niet toe. Wat telt, is de trede waarop ze zich bevinden en hoever ze nog van de top zijn verwijderd. Er is dus enkel dat Grote Mechanisme als een wrede farce, de historiestukken zijn als het ware ?dramatis personae? van dat mechanisme, en de koningen zijn op hun beurt de vertegenwoordigers van God op aarde. Cruciaal is telkens het moment waarop de koning zich bewust wordt van dat Grote Mechanisme, wanneer hij er mee de uitvoerder van is of er het slachtoffer van wordt. Dan begint de tragedie, dan botsen geschiedenis en moraal. Richard II formuleert die bewustwording zeer scherp : ?Want in de holle kroon / Waarmee het sterfelijk vorstenhoofd zich tooit / Daar houdt de dood zijn hof ; daar zit de Nar / En hoont zijn staat en grinnikt om zijn praal / Laat hem een ademtocht, een kort toneel / Voor heerser spelen en met blikken doden / Doordrenkt hem met zelfzuchtige eigenwaan / Als was het vlees dat onze ziel omwalt / Van onverwoestbaar staal ; en in die luim / Komt hij aan 't eind en boort met kleine speld / De slotmuur door en goedenacht dan, koning !?In ?Richard II? dondert de koning echter niet meteen te pletter. Hij wordt eerst afgezet. Dat lag natuurlijk uiterst gevoelig in Elizabethaans Engeland : het kon tegenstanders van koningin Elizabeth I weleens op verkeerde ideeën brengen. Eigenlijk was het pure heiligschennis : de koning, de heilige afgezant van God, die een doodgewone sterveling wordt. Kott legt het zo uit : ?Met hem (Richard, red.) zal de structuur van de feodale wereld instorten. Het is niet enkel Richard die is afgezet. Het is de zon die niet meer rond de aarde draait.? Het resultaat was er dan ook naar. In de twee edities van het stuk, die nog tijdens het bewind van Elizabeth I verschenen, kwam de scène waarin Richard werd afgezet niet voor. Later, aan het eind van de zeventiende eeuw, werd het stuk door koning Charles II een tijdlang volledig verboden. WIEROOK.Deborah Warner heeft ervoor gekozen ?Richard II? op geen enkele manier te ?actualiseren? en de oorspronkelijke context van het stuk te respecteren. Historische kostuums dus, en hier en daar enkele spaarzame ?Elizabethaanse? rekwisieten. Toch is de ruimte die Hildegard Bechtler vaste scenografe van Warner ontwierp eerder onbestemd. Van een decor is er geen sprake : de toeschouwers zitten langs weerszijden van een ?strook? van drie meter op tien waarop alles zich afspeelt. Rechts en links geven grote schuifdeuren toegang tot die ruimte, ook halverwege de publiekstribunes zijn er smallere openingen waarlangs de acteurs op en af kunnen. Met die centrale strook kan je heel wat kanten op. Ze is terzelfdertijd een vertrek in het paleis, een plein in de stad of Richards kerker in de Tower. Zo is die ruimte meteen de eerste, grote troef van de voorstelling. Enerzijds zorgt ze voor een ontzettende vaart : alle acteurs zijn eigenlijk permanent ?op doortocht? of onderweg van het ene eind naar het andere. Ze bewegen zich letterlijk van de ene scène naar de andere en zo krijgt ook de tekst een ontzettende dynamiek. Anderzijds heeft de ruimte bijna iets sacraals : alles baadt in een gouden licht, de geur van wierook is onmiskenbaar en zachte, religieus getinte muziek weerklinkt van ergens ver weg. De hele voorstelling wordt een beetje een ritueel, dat de koning of ?priester? uiteindelijk naar de ondergang zal leiden. Wat ongetwijfeld het meest opvalt, is dat een vrouw de rol van Richard speelt. Niet zomaar een vrouw : Fiona Shaw. Deze ?Richard II? is dus ook de volgende stap in de samenwerking tussen Deborah Warner en haar Ierse fetisj-actrice. Tot zowat zeven jaar geleden was Shaw de ?comedy queen? van de RoyalShakespeare Company. Toen maakte ze een nu al legendarische ?Elektra? met Warner en alles veranderde. ?Aan die productie heb ik geen plezier beleefd. Maar ik weet dat het het beste is wat ik ooit heb gedaan. Het heeft ons veranderd, Deborah en mij, en we zijn samen verder gegaan (...) Maar we zijn op zeer gevaarlijk terrein terechtgekomen (...) Gelukkig was Deborah er om me op te vangen, enkel daarom ben ik niet waanzinnig geworden.?In 1995 deden ze nog ?The Waste Land? van T.S. Eliot op het Kunstenfestival in Brussel, een voorstelling die sindsdien in talloze steden heeft gestaan. Wat Warner fascineert, is dat Fiona Shaw op de bühne een uiterst intense ?mix? van intelligentie en emotie weet te bereiken : ?Ik denk dat er niemand is die met een poëtische tekst kan doen wat zij ermee doet.? Richard als vrouw dus. Niet om te shockeren en nog veel minder als een soort ?feministisch? statement, maar gewoon omdat Shaw de geknipte persoon is om een indrukwekkende Richard neer te zetten. Zelf zegt de actrice daarover : ?Ik wilde niet dat het publiek me als man zou zien. Ik had niet de minste zin een man te spelen, dat doen mannen beter. Maar ik denk niet dat Richard zichzelf als man ziet, wel als God.? Binnen deze enscenering levert het in elk geval geen enkel probleem op, integendeel. SUBTIEL.Shaw zet een bijzonder menselijke, aantrekkelijke en kwetsbare Richard neer. Met haar extreme emotionele overgave en verfijnde, spitse humor weet ze zijn wat bizarre en ontoegankelijke figuur voor het publiek begrijpelijk te maken. Alle aspecten van Richard komen uit de verf in hun complexe samenhang : zijn megalomanie, zijn wreedaardigheid, maar ook zijn karakterzwakte, zijn onzekerheid en zijn afhankelijkheid van mooipraters. Ook de andere acteurs staan er. Richard Bremmer is een nobele, bijna gebeeldhouwde Bolingbroke. Enkele oudere coryfeeën als Graham Crowden John of Gaunt en Paola Dionisotti de weduwe van Gloucester spelen de pannen van het dak. Deze ?Richard II? is teksttheater van de bovenste plank : helder en subtiel. Shakespeares verzen krijgen hier de diepte die Jan Kott er al in las : ?Richard II is een tragedie van wijsheid die wordt verkregen door ervaring. Net voor de afgezette koning in de afgrond wordt gestoten, bereikt hij de grootsheid van Lear.? Maar daartoe beperkt het zich niet. Dankzij die ingehouden, maar doordachte enscenering bezit dit stuk een actuele resonantie die de hedendaagse toeschouwer niet kan ontgaan. Pas dan krijgen enkele van Richards laatste verzen hun ware, tijdloze dimensie : ?maar wat ik ook ben / Noch ik, noch enig ander mens die mens is / Wordt ooit bevredigd tot hij vrede vindt / Door niets te zijn.?Samen met de enscenering van ?De koopman van Venetië?, die de Amerikaan Peter Sellars in 1994 maakte, is ?Richard II? allicht een van de belangwekkendste internationale Shakespeare-producties van de afgelopen jaren. Beide werden met heel uiteenlopende middelen gemaakt. Sellars hanteerde een eigentijds referentiekader Venice Beach, L.A. tijdens de rellen van 1992, werkte met jonge acteurs van heel diverse afkomst en gaf video, geluid en licht een heel prominente rol. Warners voorstelling is bijna spartaans kaal, geeft alle gewicht aan de tekst en aan de klassiek geschoolde acteurs. Toch realiseerden beide regisseurs uiteindelijk hetzelfde hoge doel : een klassieke, eeuwenoude tekst opende zich en gaf zijn fantastische geheimen prijs aan mensen van nu. Jan Goossens Fiona Shaw als Richard II : Want in de holle kroon / Waarmee het sterfelijk vorstenhoofd zich tooit/. Richard Bremmer als Henry Bolingbroke : geschiedenis als een elementaire brute kracht.