In 1974 splitste de Conseil National des Femmes Belges (CNFB) op in een Franstalige en een Nederlandstalige organisatie. Die CNFB kon dan al terugkijken op een lange geschiedenis. De CNFB was in 1905 opgericht door de juriste Marie Popelin en trok vooral gegoede Franstalige vrouwen aan. In Vlaanderen zaten de basisorganisaties verankerd in de zuilen.
...

In 1974 splitste de Conseil National des Femmes Belges (CNFB) op in een Franstalige en een Nederlandstalige organisatie. Die CNFB kon dan al terugkijken op een lange geschiedenis. De CNFB was in 1905 opgericht door de juriste Marie Popelin en trok vooral gegoede Franstalige vrouwen aan. In Vlaanderen zaten de basisorganisaties verankerd in de zuilen.Pas tegen het eind van de woelige jaren zestig kwam daar verandering in. Vlaanderen kwam onder invloed van de Nederlandse Dolle Mina's. Daardoor sloten steeds meer Vlaamse vrouwen aan bij de neutrale CNFB. En zoals de tijdgeest aangaf, lag de splitsing voor de hand. De doorslag werd gegeven door de op gang komende federalisering: de subsidies kwamen immers van het Vlaams ministerie van Cultuur. Een kwarteeuw geschiedenis is niet echt veel. Toch is er in die tijdsspanne veel veranderd. De Nederlandstalige Vrouwenraad (NVR) legde vanaf het begin grote nadruk op politieke eisen. De reden ligt voor de hand: ongelijkheid moet via wetten ongedaan worden gemaakt. En daarvoor heb je vertegenwoordigers in de politieke instellingen nodig, want daar worden de beslissingen genomen. Die politieke vertegenwoordiging zorgde ook voor meer subsidies, wat de professionalisering van de acties ten goede kwam. Opvallend is ook de inhoudelijke samenhang van de acties. Eén voorbeeld. Als je ijvert voor 'werk voor iedereen', dan kom je ook op voor gelijk loon voor gelijk werk en voor een beter georganiseerde kinderopvang, en dan voer je actie tegen discriminatie in jobadvertenties en tegen stereotiepe rolpatronen in lees- en leerboekjes.BASISWERKDie brede belangstelling is overal terug te vinden: vrouwenorganisaties betoogden in de jaren zeventig mee tegen de kernraketten, gingen in de jaren tachtig werken aan de emancipatie van vrouwen in de derde wereld en nu ook met asielzoekers en migrantenvrouwen. Maar toch. Het is gemakkelijker alle aangesloten organisaties - voor de NVR zo'n veertigtal - achter punten als stemrecht of een beter financieel en juridisch statuut voor vrouwen te krijgen. Het ligt duidelijk moeilijker op andere terreinen. Dat maakt de NVR voorzichtig: ze moet immers alle organisaties vertegenwoordigen. Zo wilden de socialistische organisaties niet mee in de Stem Vrouw-acties. De SP had immers niet op alle lijsten vrouwen staan en de klassenstrijd ging voor op de vrouwenrechten. De katholieke organisaties bleven jarenlang op de rem staan als het om abortus ging, maar pleitten wel voor de (al even verboden) seksuele voorlichting en voorbehoedsmiddelen. De Boerinnenbond (nu Katholiek Vormingswerk voor Landelijke Vrouwen) zorgde met zijn kookboek en -cursussen voor een veel betere hygiëne en voeding in Vlaamse gezinnen, maar gooide ook al zijn leden in de strijd om een betere opleiding voor meisjes. De Socialistische Vooruitziende Vrouw (SVV) leverde de stoottroepen voor de discussies rond werk voor vrouwen en abortus. De KAV (Katholieke Arbeidersvrouwen) vocht vanaf de jaren zestig voor een eigen financieel statuut voor de getrouwde vrouwen. En bracht in 1996 - lang voor er van samenlevingscontracten sprake was - een Gids voor Samenwonenden uit. De nu lopende promotiecampagne rond ouderschapsverlof voor mannen was zonder al dat basiswerk ondenkbaar. Maar juist daarover is veel te weinig bekend. Welke historicus (m/v) vult die lacune op?NVR, Middaglijnstraat 10,1210 Brussel. Tel. (02) 229.38.18. http://www.amazone.be of http://www.gelijkekansen.vlaanderen.be/nvr.M.V.