Knap. Héél knap. Hoe de Belgische vrouwen, onder impuls van Europees Speelster van het jaar Ann Wauters, over Litouwen heen walsten. De krachttoer geeft recht op een ticket voor het Europees kampioenschap 2003 in Griekenland (van 19 tot 28 september) en kwam er na een al even opzienbarende 62-64 overwinning in Italië. Het was al van 1985 in Treviso geleden dat België nog eens een delegatie dartele baskethindes naar een dergelijk evenement mocht afvaardigen. Op dat komende EK zal ons land zowaar over de jongste selectie beschikken, met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar, en kan het zich plaatsen voor de Olympische Spelen van 2004.
...

Knap. Héél knap. Hoe de Belgische vrouwen, onder impuls van Europees Speelster van het jaar Ann Wauters, over Litouwen heen walsten. De krachttoer geeft recht op een ticket voor het Europees kampioenschap 2003 in Griekenland (van 19 tot 28 september) en kwam er na een al even opzienbarende 62-64 overwinning in Italië. Het was al van 1985 in Treviso geleden dat België nog eens een delegatie dartele baskethindes naar een dergelijk evenement mocht afvaardigen. Op dat komende EK zal ons land zowaar over de jongste selectie beschikken, met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar, en kan het zich plaatsen voor de Olympische Spelen van 2004. Maar het succes kent vele ouders en de mislukking is een wees. De bondsafgevaardigden, met name Koen Umans, Yvan Slangen en bondsvoorzitter Cyriel Coomans, mogen nu met veel poeha dwepen met termen als 'projectgericht denken' en 'professionele begeleiding', feit is dat de hele hoogconjunctuur in het Belgische vrouwenbasketbal te danken is aan één speelster: de 22-jarige Ann Wauters. Een integere, bescheiden vrouw uit Sint-Niklaas die haar internationale erkenning heeft afgedwongen door hard te werken - en hoegenaamd niet door een 'projectgerichte' jeugdopleiding. Wauters leerde basketballen bij de jongensploegen van Okapi Aalst. In 90 procent van de gevallen moeten meisjes die een balletje willen werpen bij hun mannelijke leeftijdsgenootjes beginnen, gewoon omdat er te weinig meisjesploegen zijn. De jeugdopleiding stelt niets voor. De Belgische vrouwencompetitie evenmin. Die drijft op één topper: Dexia Namen, vorig seizoen halve finalist in de Ronchetticup (Beker der landskampioenen) en hors catégorie in eigen land. Op enkele geïmporteerde speelsters en twee Belgische na, bezit geen enkele basketbalspeelster het profstatuut. Daarvoor moeten ze naar het buitenland. Denk aan Kathy Wambé en Anke De Mondt bij Villeneuve d'Asq, Wauters bij Valenciennes, Dana Boonen bij Clermont-Ferrand. Daartegenover staat wel het opportune gedrag van de federatie, en dat is voor één keer niet negatief bedoeld. Want dat hebben Umans en co inderdaad goed begrepen: dit is een opportunity of a lifetime. Er werd meer geld vrijgemaakt voor de vrouwen - in basketballand een olympische prestatie op zich - zodat bondscoach Benny Mertens en zijn vrouwenploeg meermaals op stage konden gaan en toernooien konden inlassen. Die intermezzo's zijn belangrijk omdat dáár de 'automatismen' worden gekweekt. En automatismen zijn in de basketbalsport, nog meer dan in bijvoorbeeld het voetbal, een sleutel tot goede resultaten. Het BOIC trok het werkbudget op van 60.000 euro tot 200.000 euro, waarvan 110.000 euro uit de kas van Bloso komt. Een vergelijking: voor het mannenbasketbal trekt Bloso momenteel een schamele 15.000 euro uit. Dat financiële onevenwicht valt overigens volledig te rechtvaardigen. Terwijl het vrouwenteam de lof oogst die het verdient, blijft de mannenploeg slecht presteren. Uiteraard wekken die bedragen enige jaloezie op in het mannelijke kamp. 'Ik heb ook vernomen dat Lucien Van Kersschaever commentaar had op die budgetindeling. Maar sorry, wij tellen twee WNBA-speelsters in onze kern (Ann Wauters bij Cleveland en Kathy Wambé bij Detroit, nvdr), dat zie ik bij de mannen niet snel gebeuren', verdedigt Benny Mertens zich. 'Ik gun het mannenbasketbal evenveel succes, maar ik vind het niet meer dan logisch dat er op de prestaties en resultaten wordt beoordeeld.'Een uppercut waar Van Kersschaever zwaar mee in de touwen vliegt. Want goede resultaten op Europees niveau zijn bij de Belgian Lions tegenwoordig even schaars als de mogelijke stemmen voor Jef Delen op het Gala van de Gouden Schoen. De Belgian Lions werkten in november het tweede deel van hun kwalificatiecampagne voor het komende EK in Zweden af. En alhoewel een nieuwe naam op de trainersbank zat, viel er in de resultaten weinig vooruitgang te bespeuren. 59-95 verlies tegen Griekenland, 66-67 winst in Israël en een smadelijke 69-73 nederlaag op eigen veld tegen zwakke broertje Roemenië. De poort naar het hoge Noorden kon niet harder dichtgesmakt worden. In maart van dit jaar mocht Tony Van den Bosch, die sinds de laatste EK-deelname van België in 1993 te Berlijn onafgebroken de Belgian Lions leidde, opkrassen. De bond achtte de tijd rijp om de Waalse vleugel een kans te geven het tij te doen keren. Eigenlijk had dat meer te maken met steeds toenemende macht van Charleroi-voorzitter Eric Somme. Een commercieel genie met duizend ideeën en nog meer lange armen. Jacques Ledure (een ex-bestuurslid van Charleroi), Giovanni Bozzi (elf jaar lang coach van Charleroi) en Lucien Van Kersschaever (momenteel scout voor Charleroi) kregen elk een zitje in het organogram van de nationale ploeg. De eerste als algemeen verantwoordelijke, de tweede als coach, de laatste als technisch directeur. Deze drie-eenheid moet garant staan voor een professionelere omkadering van de Belgian Lions. Een oud zeer van onze nationale helden. De voorbeelden zijn legio waarin de Belgische delegatie de uitrustingen niet mee had, geen ballen vond om te trainen, geen drinken om de dorst te lessen tijdens de wedstrijd, een man vergat mee te nemen op de spelersbus... en zo kan je nog wel een uurtje doorgaan. Nu, het moet gezegd: het enthousiasme waarmee dit trio ten strijde trekt tegen sceptische journalisten verdient respect. Succes is van de ene catastrofe in de andere tuimelen zonder je enthousiasme te verliezen, luidt een gezegde. Wel, het Belgische basketbal is goed bezig. Ach, natuurlijk haalt die ellendige tweeling Kommer en Kwel niet altijd de bovenhand. De overwinning in Israël mag zeker vermeld worden, bovendien gelooft Bozzi sterk in de verjongingskuur van de Lions. Doum Lauwers, Tomas Van den Spiegel, Roel Moors, Christophe Beghin en Axel Hervelle zijn jonge, talentvolle spelers die zeker wat krediet en geduld verdienen. Zij behoren tot de generatie die in 1996 vierde eindigde op het EK voor juniores. Een blijk van potentie. Op clubniveau vallen er eveneens enkele hoopvolle tendensen te bespeuren. De manier waarop de Ajax Oostendeschool jaar na jaar beloftevolle spelers blijft produceren, bijvoorbeeld. Andere opleidingscentra volgen die weg (zij het nog al te vaak uit financiële noodzaak): Pepinster, dat nu met enkele eigen jeugd- producten (Muya, Hervelle, Massot) meedraait in de top van het klassement; RB Antwerpen dat met Van der Jonckheyd, Krikemans en Goethaert veel jeugdig talent in huis heeft; Gilly, de satellietclub van Spirou Charleroi; Vilvoorde waar men momenteel volop investeert in een jeugdschool onder leiding van Louis Casteels. Zij vormen een verademing in een Belgische competitie die steeds meer gedomineerd wordt door middelmatige buitenlandse spelers. België is in Europa een van de weinige landen waar geen reglementering bestaat op het vlak van import van Europeanen. Maar als er dan toch zo goed gewerkt wordt op het vlak van de jeugd, waarom is er dan zo'n grote kloof met de andere Europese landen? In de FIBA-cup en ULEB-cup, twee gedevalueerde Europese clubcompetities aangezien er zelfs Spaanse en Italiaanse tweedeklassers aan mogen deelnemen, kunnen enkel Bergen en Charleroi enigszins overtuigen. Oostende, de fiere landskampioen van de voorbije twee jaar, bengelt zelfs op een laatste plaats in zijn poule. Daar zijn twee oorzaken voor. Eén: het fysieke aspect. Vergelijk onze Belgische jongens met de ex-Oostblokkers of andere Europeanen en ze lijken wel sperziebonen. Bozzi gaf het zelf aan: 'In België begeleidt men de jeugd goed tot aan hun zestien. Daarna vergeten de trainers te werken aan hun fysiek. En het is net die fysieke présence die in het hedendaagse internationale basketbal de doorslag geeft.' Oorzaak twee: de beperkte financiële mogelijkheden van de clubs. Enkel Oostende, Bree, Bergen en Charleroi konden hun budget optrekken voor dit seizoen, al de rest diende te besparen. Charleroi is, dankzij Somme, een uitzondering. Zij beschikken over 135 miljoen frank en officieus ligt dat bedrag nog een stuk hoger. Het stelde hen in staat om kleppers als Andre Riddick en Savo Vucevic - respectievelijk verdediger en coach van het jaar in Frankrijk - binnen te halen. Hopelijk haken de overige clubs hun wagon vast aan de Charleroitrein en kan Eric Somme een zelfde voortrekkersrol vertolken als Ann Wauters voor het vrouwenbasketbal. Zowel de mannenafdeling als de vrouwenploeg geldelijk steunen, zal evenwel op korte termijn een utopie blijven. Door de splitsing van de KBBB (de Koninklijke Belgische Basketbalbond) in een Vlaamse vleugel (VBL) en een Waalse vleugel (AWBB) liggen beide gewesten genoeg in de knoei met zichzelf. Vanuit die hoek kan je weinig steun verwachten. Knopen dienen doorgehakt. De weg naar het peperkoeken huis is lang en bochtig, maar als er dan toch keuzes gemaakt moeten worden, dan kies je beter voor Grietje. Matthias StockmansDe vrouwen krijgen van Bloso 110.000 euro, de mannen 15.000 euro.