Voordat Hada Dahmouni het voetbalveld op rent, spuugt ze op haar gebalde vuisten. Dan danst ze als een kickbokser een rondje om het veld heen. 'Dat heeft niks met politiek te maken. Ik word gewoon heel kwaad', zegt de nummer 4 van voetbalclub Jeunesse Sportive Kabylie (JSK), kampioen van Algerije en drievoudig winnaar van de Afrikaanse Cup. JSK is een team van de Berberbevolking, de Berberse strijdbijl. De supporters verwachten krachtvoetbal en spierballen van de speelster. En Hada ziet er volgens Algerijnen als een 'typische Berbervrouw' uit. Ze is lang en stevig, en ze houdt van stierengevechten - Spanje is tenslotte vlakbij.
...

Voordat Hada Dahmouni het voetbalveld op rent, spuugt ze op haar gebalde vuisten. Dan danst ze als een kickbokser een rondje om het veld heen. 'Dat heeft niks met politiek te maken. Ik word gewoon heel kwaad', zegt de nummer 4 van voetbalclub Jeunesse Sportive Kabylie (JSK), kampioen van Algerije en drievoudig winnaar van de Afrikaanse Cup. JSK is een team van de Berberbevolking, de Berberse strijdbijl. De supporters verwachten krachtvoetbal en spierballen van de speelster. En Hada ziet er volgens Algerijnen als een 'typische Berbervrouw' uit. Ze is lang en stevig, en ze houdt van stierengevechten - Spanje is tenslotte vlakbij.Over de hele wereld gaat vrouwenvoetbal met grappen en vooroordelen gepaard, maar niet in Algerije. Daar kunnen de speelsters rekenen op roem, en op geweld. De speelsters van de zes topteams worden immers tegelijk als sterren en schurken beschouwd. Ze zijn populair omdat ze zo goed voetballen. Maar ze krijgen ook kritiek omdat ze zich niet door religie laten hinderen. Ze trekken immers een lange neus naar de autoriteiten door in te gaan tegen de conservatieve 'familiewaarden' die alle politici verenigen, van de linkse partijen tot de orthodoxe moslims en moderne islamieten. Daarom vormen de voetbalsters zo een inspiratiebron voor seculiere en tegendraadse jongeren. Tijdens hun wedstrijden zitten de stadions vol met tienduizenden, vooral mannelijke toeschouwers. Veel vaders met kinderen in voetbaloutfits en een heleboel jongens en meisjes die met vlaggen zwaaien, fluiten en zingen. Er is echter een dunne scheidslijn tussen roem en dood. De voetbalsters met korte broeken en onbedekte hoofden zijn voor de extremistische islam een gruwel. Het tv-programma Sabah al Kheer (Goedemorgen) laat soms een winnend team zien, trots met een beker, en meteen daarna een speelster met doorgesneden keel in een greppel langs de weg. Daarom moest Naima Laouaddi, de beroemdste speelster van Algerije, vluchten. Ze kreeg van mannelijke fans de hoogste eer: ze noemden haar Maradona. Laouaddi was populair, voetbalde enorm goed, en was daardoor zo'n publieke belediging dat ze niet anders kon dan het land ontvluchten. Ze woont nu in Frankrijk en speelt voor een Duits team. Hada Dahmouni en haar teamgenoten praten over Laouaddi alsof die in de wereld van transfers en grote deals zit. Maar dat is niet zo. De Algerijnse Maradona raakte in een wereld van extreem geweld verzeild. CHINESE JEANSBROEKENVrouwenvoetbal is vooral in de hoofdstad Algiers populair. Op straat zie je er meisjes een balletje trappen, ook in 'fundamentalistische' buurten. Elke gemeenschap heeft haar sterren. Maar sommigen halen nooit het tv-scherm, zelfs niet als ze sterven. Zoals Samira uit Bab el Oued, een Algierse buurt aan de kust. 'Ze had altijd voetbalkleren aan', zegt haar vader. 'Sommige mensen werden daar kwaad om. Maar ze had niks verkeerds gedaan. Ze was goed op school, ze wilde apotheker worden.' In 1997 was ze een van de vierhonderd mensen die tijdens ramadan, de vastenmaand, werden gedood. Algiers werd ooit 'de heerlijke stad' genoemd, en de hoofdstad heeft nog steeds een delicate schoonheid. Elegante Franse architectuur, cafés en patisseriezaken, de geur van citroen, verse koffie en croissants. Palmbomen wuiven in de zeewind. Mensen flaneren over de Corniche. De Franse stijl en wat in Barcelona cool is, inspireren de straatmode. Tienerjongens en meisjes, gekleed voor de veiliger kant van de Middellandse Zee, hangen rond bij Peace Burger waar Boyzone uit de luidsprekers knalt. Maar 's avonds zijn de straten akelig leeg. Er is officieel geen avondklok meer, maar de mensen blijven toch binnen. Wel hangen er kleine groepjes mannen rond; ze praten en roken goedkope Algerijnse Rym-sigaretten. Ze hebben geen werk - tweederde van de bevolking is jonger dan dertig en kan geen werk vinden. Ze redden het door op straat spullen te verkopen en te smokkelen. Hogeropgeleiden en mensen die ooit wel een goede baan hadden, worden trabandistas, handelaars die koffers vol goedkope Chinese jeansbroeken of 'echte' Dunlopsokken importeren. Zij zijn de nieuwe handelsklasse en hebben het allang niet meer over de islam, maar over de schaamteloze corruptie van een kleine kliek, de militairen en hun vriendjes, die le pouvoir worden genoemd: zij die koste wat het kost de macht willen behouden. En ondertussen voetballen de meisjes. JSK's belangrijkste concurrenten zijn NHD d'Alger en Kouba. Het Kouba-stadion ligt vlakbij de luchthaven. De spelers trainen in de kerosinelucht en kijken aan de ene kant uit op grijze flats met talloze satellietschotels en aan de andere op een enorme moskee. Kouba-coach Mohamed Chalal haalt zijn schouders op over die botsing tussen moderniteit en religie. Hij maakt zich alleen zorgen over de kampioenswedstrijden. JSK wint dankzij het dieet, zegt hij. 'Het is de olijfolie. Berbers eten veel olijfolie. Dat noemen wij het Berbermedicijn. Mijn meiden eten liever pizza en hamburgers.' Charazad Touati is zeventien en voetbalt al twee jaar. Ze zit met een pruillip op de bank. De coach heeft haar van het veld gestuurd. Ze is mollig en langzaam. Mohamed Chalal schreeuwt: 'Stop met het vreten van die rotzooi.' Chalal is vooral trots op zijn ster, Aisha Berechid. Zij is achttien en doet eindexamen. Elke dag reist ze twee uur om na schooltijd te trainen. Ze is toegewijd en eet geen pizza's. Thuis, in een van de grijze flats die heel Algiers omringen, worden haar medailles uitgestald. Ze is verlegen, maar door haar voetbaltalent is ze de heldin van de buurt. Haar vader laat trots een fotoalbum zien. Foto na foto: Aisha met bal. Dan komt haar gesluierde lerares, madame Oum el Kheir, de flat binnen. Ze gaat zitten als voor een tv-interview. 'Ik wist dat Aisha het ver zou schoppen. Ik wil dat ze gaat studeren. Daarom praat ik met haar ouders. Ik vertel monsieur Chalal ook dat voetbal haar niet van haar studie mag houden.' Wat vindt ze van vrouwenvoetbal? 'Vrouwen hebben nu veel mogelijkheden en dat is goed. De vrouwen van Algerije hebben nog veel werk te doen.' IN HET HART VAN HET LEVENTizi Ouzou is een kleine, gemoedelijke stad aan de voet van de Grand-Kabylbergen. Dit is het centrum van het Algerijnse Berberland. Oudere vrouwen en kleine meisjes dragen nog de traditionele Berberdracht: felgekleurde jurken en henna motieven op hun voorhoofd. De sfeer is er ontspannen, de bevolking grotendeels jong en gekleed in de net echte Dolce & Gabbana van de tranbandistas. Ze adverteren hun Berberidentiteit door het kleine Berberhandje aan een kettinkje te dragen. Senegalese straatverkopers bieden wondermedicijnen aan. Deze Berbers, of Kabyl, zien zichzelf als een open en modern volk, het tegendeel van de Arabieren, zeggen ze. Geconfronteerd met de toenemende arabisering door vorige regeringen maakten de Berbers zich sterk voor hun eigen taal, Amazigh. Ze willen dat het naast Frans - nog altijd de voertaal op straat - en Arabisch, de derde nationale taal wordt. De Kabyl vormen zestien procent van de Algerijnse bevolking, die 31 miljoen zielen telt, maar ze zijn geen onderdrukte minderheid zoals de Koerden in Turkije. Integendeel, de Kabyl zitten in het hart van het politieke en culturele leven. Ze waren een sterk en invloedrijk blok toen ze de jongste verkiezingen boycotten en zien zichzelf als de kampioenen van democratie en moderniteit. Hun politiek leider en centrale figuur is Saad Saadi. 'Dit land wordt nooit een islamitische staat', zegt hij, ' Jamais! En de jongeren willen verandering. Ze wijzen de oude heersende klasse af, die is het contact met de jongeren volledig kwijt.' Dat verklaart waarom JSK's vrouwenteam ook buiten de wereld van de Berbers veel aanhang heeft. De speelsters van JSK trainen in het hoofdstadion van Tizi Ouzou. Ze gebruiken hetzelfde veld, dezelfde kleedkamers en dezelfde coach als de mannen en lokken zeker evenveel toeschouwers. Jaar na jaar zijn ze landskampioen en ze spelen internationale wedstrijden tegen Spaanse en Franse teams en tegen clubs uit andere Afrikaanse landen waar vrouwenvoetbal populair is, zoals Nigeria.PUUR VOETBALVandaag is het heet. Hopen jongetjes in JSK-shirts staan naar de training te kijken. Coach Mohamed Dubabas laat de vrouwen hard werken. Hij wordt alom bewonderd. De vrouwen luisteren intens naar de coach, maar zijn toch wat wild als ze zijn opdrachten uitvoeren. Een meisje breekt haar hand tijdens de training, maar is na een half uur terug op het veld. De trainer zegt dat er geen verschil in strategie bestaat tussen mannen en vrouwen. 'Maar de meisjes spelen een puurdere vorm van voetbal. Ze kunnen fysiek wat minder aan, maar ze zijn technisch beter.' Voor keeper Amal Hassoun is voetbal een passie. Ze bestudeert video's van haar held Ronaldo, de Braziliaanse speler, wiens stijl ze omschrijft als 'puur'. Haar mannelijke fans noemen haar Sophie Marceau, naar de Franse actrice uit L'étudiante, een populaire tv-serie in Algerije. 'Politiek interesseert me niet. Ik heb geen politieke boodschap of zo', zegt Hassoun. Maar zo ziet de stad dat niet. Doorheen de hele Berberse geschiedenis stonden de vrouwen bekend om hun moed. Op negentiende-eeuwse aquarellen worden ze met zwaarden en geweren afgebeeld. De voetbalsters zijn hun moderne zusters: ze zijn opvallend vrij en dat is precies wat hen tot doelwit van geweld maakt. Hassoun speelde voor Algerije in Frankrijk tijdens een internationaal toernooi. Ze herinnert zich hoe ze het veld op kwamen lopen naast het Franse nationale team. 'Ik was bijna in tranen. De schijnwerpers waren zo fel. Het was net een droom', zegt ze. 'Het publiek zong en zwaaide met Franse en Algerijnse vlaggen. Toen begonnen de Franse spelers voor ons te applaudisseren. We waren zo emotioneel. Daarom verloren we.' Een andere JSK-speelster, Malika Aigoun, heeft geen tijd voor emoties en techniek. Ze is voortdurend met de politiek van het voetbal bezig. Ze verliest zich meteen in felle kritiek op de controversiële 'familiewaarden', die ten dele op de sharia, de islamitische wetgeving, zijn gebaseerd. Aigoun is vooral zo kwaad omdat de code werd ingevoerd toen Algerije een socialistische eenpartijstaat was, niet door imams. 'Denk je dat we daar een islamitische staat voor nodig hebben? De moslims hebben dat toch niet gedaan? Voetbal is belangrijk. Ze proberen ons tegen te houden. Het is de enige manier om te laten zien dat we gelijkheid willen. We zijn zeker even goed als mannen.' Het geweld is niet aan Tizi Ouzou voorbijgegaan. De stad is net zo bekend om voetbal als om de slachtingen. Er wordt druk gedebatteerd in de parken en winkels. 'We moeten nog steeds van al die andere terroristen af zien te komen', zegt een man. Hij bedoelt le pouvoir. Iemand vraagt spottend aan een jongen: 'Kun je zwemmen?' Schoolslag naar Spanje is immers nog steeds een manier voor jonge Algerijnse mannen om te ontsnappen. Velen verdrinken en spoelen later op de Costa Blanca aan. De volgende wedstrijd van JSK valt samen met een Berberfeest. Tienduizenden mensen lopen op straat. Ze dragen spandoeken met de woorden Qui a tué mon fils? Er worden enorme portretten meegedragen van Matoub Lunes, de Berberzanger die in 1998 werd vermoord. Er zijn ook kleinere foto's van peuters met teddyberen die zijn ontvoerd en vermoord. Bij de hekken van het stadion klinkt oorverdovend lawaai als de voetballers arriveren. Er wordt tegen de hekken geschopt en op de vrouwen gescholden. 'Ach, dit is Algerije', zegt keeper Amal Hassoun kalm. Maar Hada Dahmouni, de felle nummer 4 van JSK, 'snijdt' met haar vingers langs haar keel en roept hard terug: 'Kom maar op!' Jacqueline de Gier