Bleek die boosheid die wij tegenkwamen ook al uit jullie resultaten?
...

Bleek die boosheid die wij tegenkwamen ook al uit jullie resultaten? Jelle Van Loon: Ja en nee. Wij vroegen mensen na de verkiezingen wat meespeelde in hun stemkeuze, en de behoefte aan verandering kwam daar als belangrijkste uit. In 2014 stond die nog maar op de derde plaats, terwijl ze vorig jaar voor 18 procent van de Vlamingen doorslaggevend was. Voor kiezers van Vlaams Belang of de PVDA was dat zelfs nog dubbel zoveel. Anderzijds vroegen we ook aan mensen of ze hun keuze als een foertstem zagen, en dat was maar bij 4 procent zo. In 2014 was dat ongeveer hetzelfde cijfer. Dat valt best mee, nee? Van Loon: Zelfs maar 10 procent van de kiezers van Vlaams Belang vond hun stem een foertstem. De verkiezingen draaiden dan ook volledig om asiel en migratie: voor 44 procent van de kiezers speelde dat thema mee, en voor 34 procent was het ook doorslaggevend. Dat is ook een gigantisch verschil met de vorige verkiezingen, waar dat slechts op de zevende plaats stond. Nu stond het met stip op één, en was het zeker voor kiezers die een van de traditionele partijen of de N-VA verlieten voor een andere partij het allerbelangrijkste thema. De verkiezingen in mei waren dus niet antipolitiek? Van Loon: Nee. Het aantal mensen dat niet is gaan stemmen, is ook niet fors toegenomen. Er is wel extremer gestemd, en het kan dat mensen daarmee een noodkreet hebben willen slaken. Wij vroegen kiezers ook of hun vertrouwen in de kandidaten op de lijst meespeelde in hun keuze, en dat was serieus afgenomen: van 27 procent in 2014 naar 18 procent in 2019, oftewel van de tweede naar de zevende plaats. Ook het vertrouwen in de partijvoorzitter is enkel bij de N-VA met Bart De Wever aanzienlijk. Voor de andere partijen raakt dat niet hoger dan 9 procent. Ik begrijp dus wel dat de mensen met wie jullie spraken echte staatsmannen missen. Ook opmerkelijk: veel mensen vinden dat Vlaams Belang een kans verdient. Van Loon: Wij hebben na de verkiezingen gevraagd aan mensen om zelf een coalitie in elkaar te knutselen. 40 procent van de ondervraagden koos voor Vlaanderen voor een coalitie met Vlaams Belang. Een coalitie met de N-VA, Open VLD en Vlaams Belang was het populairst, samen met de coalitie die het uiteindelijk is geworden (N-VA, Open VLD en CD&V). Voor de federale regering koos 33 procent van de ondervraagde Vlamingen voor een coalitie met Vlaams Belang. Omdat er op het federale niveau tientallen combinaties mogelijk waren, behaalde zelfs de coalitie die als populairste uit de bus kwam - CD&V, SP.A, Groen, PS, CDH, Ecolo en de PVDA - niet meer dan 2 procent van de stemmen. Toen bleek al wat een moeilijke puzzel de formatie beloofde te worden. Wat zou u politici aanraden? Van Loon: Politici moeten bewijzen dat ze het signaal van de kiezers hebben begrepen en echt iets proberen te doen aan hun bekommernissen. De kiezers geven aan dat ze verandering willen maar krijgen in de Vlaamse regering exact dezelfde partijen als voorheen. Ze worden versterkt in hun gevoel dat hun stem niets uithaalt. Dat is ook de reden waarom ik begrijp dat de CD&V op de rem staat voor een Vivaldi-coalitie. Hoe kan zo'n regering waarin linkse partijen domineren bewijzen dat ze de besognes van de Vlamingen ernstig neemt? Ik zeg niet dat zoiets onmogelijk is, maar ik begrijp dat de CD&V bang is om op haar dak te krijgen van sterke oppositiepartijen in Vlaanderen. Zo blijft de formatie wel in cirkeltjes draaien. Plannen jullie al een postelectoraal onderzoek na eventuele vervroegde verkiezingen? Van Loon: Het zijn politieke partijen die ons onderzoek financieren, maar we hebben ze nog niet gevraagd of daar interesse voor is.