Koen Meulenaere
...

Koen MeulenaereNa een slepende ziekte is Lei Clijsters (52) overleden. Libero, Gouden Schoen, Rode Duivel, trainer. Daarna: de vader van Kim. En van Elke. Tot voor hij de bloedzuigers van de tenniswereld van zijn lijf en van dat van zijn dochter moest houden, was Lei voor de journalisten een schitterende vent. De ene anekdote na de andere schudde hij uit zijn mouw. Over hoe zijn kamergenoot Jean-Marie Pfaff voor de matchen van de Rode Duivels niet alleen zijn gezicht maar ook zijn benen schminkte, bijvoorbeeld, omdat de camera's daar soms op inzoomden tijdens het spelen van het volkslied. Of over zijn ontslag als trainer van AA Gent. In de hoofdtribune van het Jules Ottenstadion zijn drie verdiepingen, en wie de trappen bestijgt passeert gaandeweg de foto's van alle spelers en trainers aan de muur. Op een dag kwam Clijsters die trappen opgewandeld en stelde tot zijn verbazing vast dat zijn portret verdwenen was. Een kwartier later deelde voorzitter Jean Van Milders hem mee dat hij ontslagen was. Of de strapatsen van koekenbakker Willy Van den Wijngaert, de gulle voorzitter van KV Mechelen, die een gebedsgenezer in dienst had en zijn beslissingen eerst voorlegde aan zijn papegaai. Van den Wijngaert pompte bijna een half miljard frank, 12,5 miljoen euro, in de club, geld dat hij sneller kwijt was dan hij het had overgeschreven. Lei was trainer, en had de spelers opgedragen om samen te leggen voor een verjaardagscadeau voor de voorzitter. Die collecte viel wat tegen, het werd een doos chocoladebonbons. Toen Van den Wijngaert ze overhandigd kreeg, barstte hij voor de hele groep in tranen van ontroering uit. Hoe Lei dat kon vertellen: 'Schei uit man, hij was rijk genoeg om zijn hele stadion in chocola te laten bouwen, maar van die vijf pralines was hij zo gepakt dat we in het weekend allemaal een extra premie kregen.' En toen werd zijn dochter een wereldster. Toen Kim als dertienjarige succes begon te krijgen, had Lei het er al over in interviews. Dat hij de managers van zijn deur moest wegjagen. Allemaal mensen die hem wilden overtuigen dat met hún begeleiding Kim de wereldtop zou bereiken. 'Alsof dat voor zo'n kind het belangrijkste is', zei Lei, waarmee hij van in het begin blijk gaf van de juiste filosofie. Om die te blijven toepassen, moest hij wel een scherm optrekken: tegen de mensverslindende tenniswereld en vooral tegen de vedetten vretende pers. Voor de journalisten veranderde hij zo van een praatgrage kameraad in een norse dwarsligger. Lei hield de touwtjes rond Kim en Elke in handen, moest over alles zijn fiat geven, en hield het publiek en vooral de media op een afstand. De manier waarop bij het huwelijk van Kim de gemeente Bree bijna met prikkeldraad werd afgesloten en het drukbevlogen luchtruim boven Opitter tot no-flyzone werd uitgeroepen, wekte niet veel sympathie. Later gaf Kim dan weer wel een volksfeest. Eigenlijk is Lei altijd zichzelf gebleven, als voetballer, als trainer, en ook als vader in het opgefokte wereldje van het vrouwentoptennis. Hij bekeek alles met grote scepsis, en zijn belangrijkste zorg was om zijn dochters in die mallemolen nog een min of meer normaal leven te laten leiden. De kritiek slikte hij door en hij dacht er het zijne van. Het zou Lei Clijsters onrecht aandoen mocht hij meer herinnerd worden als 'vader van' dan als voetballer. Op jonge leeftijd naar Club Brugge verhuisd, daar zijn draai niet gevonden, en terug naar Limburg gekeerd waar hij met Thor Waterschei naar de Belgische top doorgroeide. Toen aangetrokken door KV Mechelen, waar industrieel John Cordier met een voor het voetbal totaal nieuwe clubstructuur uitpakte en in geen tijd een ploeg opbouwde die kon wedijveren met de Belgische en zelfs de Europese top. Een schitterend elftal waarvan Lei Clijsters de libero en de trotse aanvoerder was. De winst van Europacup II tegen Ajax, van de Europese Supercup tegen PSV, en een jaar nadien van de landstitel ten koste van Anderlecht waren voor een bescheiden club als Malinwa buitenissige successen. Dat Clijsters in 1988 onderscheiden werd met de Gouden Schoen, toont aan hoe groot zijn inbreng daarbij was.