nMijnheer Van Miert, in de aanloop naar 18 mei heerst zowel binnen de paars-groene regering als binnen sommige regeringspartijen een grote gespletenheid. Voor elk belangrijk dossier is er wel iemand die wit zegt terwijl zijn collega zwart verdedigt.
...

nMijnheer Van Miert, in de aanloop naar 18 mei heerst zowel binnen de paars-groene regering als binnen sommige regeringspartijen een grote gespletenheid. Voor elk belangrijk dossier is er wel iemand die wit zegt terwijl zijn collega zwart verdedigt. KAREL VAN MIERT: De keuze voor een opendebatcultuur is te verdedigen. Zeker in een bonte coalitie kan het geen kwaad dat de verschillende opinies naar buiten komen. Dat is vaak beter dan dat ze worden toegedekt en men allerlei kuiperijen in achterkamertjes vermoedt. Maar het moet natuurlijk binnen bepaalde limieten blijven. De indruk mag niet ontstaan dat er op een chaotische manier geregeerd wordt, want dat is nefast voor het vertrouwen in de politiek. En dat gevaar wordt groter nu iedereen, de groenen op kop, zich wil profileren voor de komende verkiezingen. Voor de politieke partijen afzonderlijk geldt hetzelfde. Wie zijn stem geeft aan een politicus doet dat omdat hij vertrouwen in hem heeft, maar ook omdat hij de ideeën van de partij waartoe hij behoort grotendeels onderschrijft. Als binnen een partij te veel tegenstrijdigheden opborrelen, krijg je op langere termijn problemen. De CVP is daardoor systematisch achteruitgegaan, ondanks het feit dat ze aan de macht bleef. Als standenpartij had zij de interne tegenstellingen structureel ingebouwd. Op een andere manier zie je hetzelfde gebeuren bij de VLD, die met alle verruiming misschien onvoldoende heeft geverifieerd of de nieuwkomers wel echt tot de liberale familie behoren. Het mag niet zo ver komen dat de mandatarissen meer punten van verschil dan van overeenkomst vertonen. Als je uitgerekend op een thema als verkeersveiligheid, dat iedereen beroert, de twee uiterste meningen verkondigt, ben je verkeerd bezig. Zolang je sterke figuren hebt die de controverses kunnen bezweren, blijft de schade beperkt, maar ooit krijg je daarvan de terugslag. VAN MIERT: Niet de ideologieën in de traditionele betekenis, want die waren soms niet meer dan opgeklopte heilsboodschappen. Waar wel behoefte aan bestaat, is aan een duidelijker profiel. Je ziet het ook in Nederland, waar men na een periode van grote volatiliteit toch weer bij de oude partijen uitkomt. De PvdA heeft vorig jaar de grootste afstraffing uit haar bestaan gekregen, maar minder dan een jaar later is ze wonderbaarlijk uit de as herrezen. Tegenover het kortetermijnperspectief dat men via de televisie schept, leeft bij de brede bevolking de behoefte aan solide figuren die voldoende eerlijk zijn om te zeggen waar het op staat, ook als dat niet populair is. Ik blijf geloven in de duurzaamheid van deze categorie van politici en in hun belang voor de democratie. Als ik in de peilingen lees hoeveel aanhang iemand als Jean-Luc Dehaene nog heeft, sterkt me dat in die overtuiging. Politiek is een beroep en vereist in de eerste plaats vakbekwaamheid, veel meer dan allerlei spin doctors. VAN MIERT: Hopelijk blijft de parallel daartoe beperkt. Bos heeft gelukkig een sterkere structuur achter zich dan Fortuyn. Nederland heeft met het Poldermodel een lange periode van consensus tussen werkgevers, werknemers en overheid gekend. Net als Duitsland met het Rijnlandmodel. Maar ook aan die consensus waren grenzen. Hij leidde soms tot het toedekken van problemen waarmee de bevolking in het leven van alledag geconfronteerd werd. De moeizame integratie van allochtonen, het onderwijs, de stroef lopende ziekenzorg met de inmiddels beruchte wachtlijsten en zo meer. Omdat de mensen de indruk hadden dat paars die pijnpunten negeerde, hebben velen een beetje wispelturig hun heil gezocht in allerlei alternatieven. Die vluchtigheid wordt vergroot door de televisie, het belangrijkste kader voor de verkiezingsstrijd. Ze zitten allemaal in de studio met de opiniepeilingen op de knieën om te kijken hoe en waar ze nog een puntje kunnen scoren. Er wordt op zeer korte termijn gedacht en gepraat, en de laatste weken voor de verkiezingen zijn allesbepalend. De televisie kan in een mum van tijd de voorkeur van de kiezers totaal doen omslaan. Nu denk ik wel dat er na deze warrige periode opnieuw meer orde in de Nederlandse politiek zal komen, maar de opdracht blijft zwaar: het ongenoegen wegnemen dat aan de basis lag van de electorale aardbeving van vorig jaar. En dat kan niet één-twee-drie. De vraag is of de nieuwe coalitie, welke samenstelling ze ook heeft, sterk genoeg zal zijn om die taak tot een goed eind te brengen en of de Nederlanders voldoende geduld zullen opbrengen. VAN MIERT: George W. Bush heeft zich daar vanaf het begin persoonlijk mee geïdentificeerd. Bovendien is hij omringd door mensen die nooit hebben verteerd dat Bush senior twaalf jaar geleden Saddam Hoessein op zijn troon heeft gelaten. Hun mentaliteit is: Saddam moet weg, punt uit. Eerst werd een rechtvaardiging gezocht in de strijd tegen het internationaal terrorisme. Dat spoor hebben ze snel moeten verlaten, want Saudi-Arabië geeft veel meer steun aan de terroristen, ook aan die van al-Qaeda, en dat land is een bondgenoot van de VS. Op zoek dus naar een betere aanleiding: de massavernietigingswapens. Helaas voor Washington was er de dissidente stem van Scott Ritter, nota bene een Amerikaan die voor Bush heeft gestemd en zelf hoofd van de Unscom-wapeninspecties is geweest. Hij onderstreepte dat negentig procent van de Iraakse massavernietigingswapens al ontmanteld was en dat Irak geen bedreiging vormt. Overigens, geen enkel buurland noemt Irak een gevaar. Het heeft wellicht chemische wapens, maar die zijn indertijd uitgerekend door het Westen en de Amerikanen geleverd als steun voor de oorlog tegen Iran. En die wapens zijn enkel nog bruikbaar als Irak zelf wordt aangevallen. De Amerikanen kunnen ook niet volhouden dat hun doel is om een dictatuur omver te werpen, want dan moeten ze zowat alle politieke leiders in het Midden-Oosten omverwerpen. En dat de Koerden in Irak worden vervolgd, kan ook al niet als reden dienen, want de Koerden worden ook vervolgd in Turkije, en dat is een NAVO-bondgenoot. Kortom: een oorlog tegen Irak mist elke oprechte grond. Het draait alleen om revanchisme en om oliebelangen. Je moet al buitengewoon naïef zijn om niet in te zien dat de VS beslag wil leggen op de petroleum rond de Perzische Golf. Voor een Texaan als Bush, in de olie opgegroeid, is dat zeker een motivatie. De Amerikanen zijn nu al voor meer dan de helft van hun olieconsumptie op het buitenland aangewezen, en dat zal de komende decennia oplopen tot tweederde. De Russen zien het trouwens niet anders, en zullen van een Amerikaanse aanval zeker gebruik maken om hun eigen oliebelangen veilig te stellen. De Amerikanen hopen dat de VN-wapeninspecteurs hen argumenten in handen spelen om de echte beweegredenen voor de oorlog te camoufleren, maar indien niet zal het hen er niet van weerhouden om toch tot de actie over te gaan. De troepenopbouw is te ver gevorderd, die wordt niet meer afgeblazen. VAN MIERT: De vraag om steun van de NAVO is pro forma. De Amerikanen opereren liever alleen, eventueel met wat hulp van Tony Blair die zich als een echte vazal gedraagt. Maar een beetje politieke dekking is welkom. De officiële reden, bescherming van NAVO-lid Turkije tegen een mogelijke Iraakse aanval, klinkt wel erg cynisch omdat het Turkije is dat nu al troepen in Irak heeft en niet omgekeerd. Bovendien is de overgrote meerderheid van de Turken radicaal tegen een oorlog. Ze vrezen terecht dat ze daar enkel nadelen van zullen ondervinden, zoals in de vorige Golfoorlog. En ze weten ook dat ze niet te veel geloof moeten hechten aan de Amerikaanse beloften om de schade te compenseren. Ik vind het trouwens onverantwoord dat de Amerikaanse houding tegen Irak de hele wereldeconomie gijzelt. Er heerst nu al vele maanden een verlammende onzekerheid voor de meest diverse bedrijven, en dat in een periode waarin de economie het allesbehalve goed doet, zowel in Europa als in de Verenigde Staten. De invloed van België is zeer beperkt, maar ik hoop dat grotere NAVO-landen als Frankrijk en Duitsland het been stijf houden en de Amerikanen duidelijk maken dat de beslissing bij de VN ligt. VAN MIERT: Tegenover Frans-Duitse initiatieven heb ik een dubbel gevoel. Aan de ene kant zijn ze nodig voor de vooruitgang van de EU, en liever een Frans-Duitse samenwerking dan een Frans-Duitse oorlog zoals we er de voorbije eeuwen te veel hebben gekend. Maar aan de andere kant letten vooral de kleinere EU-landen het best op hun tellen als de as Parijs-Berlijn zich laat horen. Gerhard Schröder en Jacques Chirac proberen hun wil op te dringen aan de Conventie, die de Europese instellingen moet hervormen. Dat het huidige wisselende voorzitterschap zeker in een uitgebreide Unie niet efficiënt is, onderschrijf ik. En dat men het charter van de fundamentele rechten in een Europese grondwet wil verankeren, is ook positief. Maar wat Schröder en Chirac verkopen als een versterking van de instellingen, is bijna uitsluitend een versterking van de Europese Raad ten nadele van de Commissie. Dat de voorzitter van de Commissie door het Europees parlement zal worden verkozen, is een voordeel dat daarbij in het niet verzinkt. Binnen de EU vertegenwoordigt de Commissie het gemeenschapsbelang en zij moet onafhankelijk van de regeringen een beleid kunnen voeren, terwijl de Raad de weergave is van de nationale belangen. Het Frans-Duitse voorstel maakt de Commissie ondergeschikt aan de Raad. Ze moet er zelfs verantwoording aan afleggen. Bovendien komt er een minister van Buitenlandse Zaken, wat op zichzelf goed is, maar die krijgt binnen de Commissie een speciaal statuut. Hij moet geen verantwoording afleggen aan de Commissie of aan het parlement, maar aan de Raad. En hij neemt een hele reeks taken over die nu tot de bevoegdheid van de Commissie behoren. De tekst van het Frans-Duitse voorstel zegt verder ook dat de Raad meer uitvoerende taken moet krijgen, wat net de rol van de Commissie is. Met andere woorden: men is bezig de Commissie te splijten in plaats van haar te versterken en men wil meer macht geven aan de Raad, waarin de gekwalificeerde meerderheid duidelijk in het voordeel van de grote landen speelt. Om te beginnen al bij de aanstelling van die nieuwe voorzitter uit het Frans-Duitse voorstel. Men wil de macht van de Unie beperken ten voordele van de nationale regeringen en de grote landen. Dat is een betreurenswaardige ontwikkeling. Koen Meulenaerekarel van miert: 'de televisie kan in een mum van tijd de voorkeur van de kiezers totaal doen omslaan.'